Waarom Mark Rutte kwetsbaar is

Het verschil tussen reguliere en open verkiezingen, en de rol van Heilige Regels 

Verkiezingsstrategen kennen maar twee soorten verkiezingen. In het eerste type, dat van de ‘reguliere’ verkiezingen, is er een zittende regeringsleider (incumbent) die herkozen wil worden. Hij – in een enkel geval zij – neemt het op tegen een uitdager, de challenger. Het overgrote deel van de verkiezingen valt in deze categorie. De recente Franse verkiezingen tussen Nicolas Sarkozy (incumbent) en François Hollande (uitdager) voldoen aan dit profiel, evenals de Amerikaanse strijd tussen Barack Obama (incumbent) en Mitt Romney (uitdager) later dit jaar. Ook de verkiezingen van 12 september in Nederland vallen in deze categorie. Mark Rutte (incumbent) zal daarbij proberen herkozen te worden. Hoewel een hele trits opponenten verwoede pogingen zal doen om hem uit te dagen, zal er – conform de heersende verkiezingslogica – uiteindelijk maar één duidelijke uitdager boven komen drijven. Daarna stormen deze twee paarden af op de finishlijn.

Het tweede type verkiezing is de open seat election. In deze ‘open’ verkiezing doet de zittende regeringsleider niet mee, vaak omdat deze zich zelf niet verkiesbaar heeft gesteld, soms omdat zijn partij hem niet heeft willen of mogen kandideren. Kenmerk van ‘open’ verkiezingen is dat deze veel onvoorspelbaarder en grilliger uitkomsten kennen dan ‘reguliere’ verkiezingen. De bijbehorende campagnes staan bijna altijd garant voor sensatie en spektakel. De laatste Nederlandse open verkiezing dateert uit 2002, waarin zittend premier Wim Kok geen kandidaat was. Dat werden de verkiezingen van uitdager-extraordinaire Pim Fortuyn en de herverkaveling van het Nederlandse politiek landschap. De laatste open verkiezingen in de Verenigde Staten vonden plaats in 2008, met de spectaculaire race tussen Barack Obama en Hillary Clinton in de voorverkiezingen, eindigend met de door velen voor onmogelijk gehouden verkiezing van een zwarte president.

Het probleem voor de huidige minister-president van Nederland, Mark Rutte, is dat zijn premierschap faliekant mislukt is. Achttien maanden presideerde hij over een kabinet dat geen enkele hervorming tot stand wist te brengen. Toen het eindelijk tijd werd voor echte hervormingen sloot de premier zich op in zijn Torentje en reisde minister van Financiën Jan-Kees de Jager af naar het parlement om daar met vereende krachten het Kunduz-akkoord in elkaar te timmeren. Vervolgens liet de premier doodleuk weten graag nog jaren door te hebben gewerkt met de PVV, kort nadat hij Wilders in zijn ambtswoning nog had toegebeten dat ‘partijtje van jou tot de laatste zetel af te breken.’ Dat laatste gaat sowieso niet gebeuren. Maar dat terzijde.

Kiezers gaan bij het beoordelen van kabinetten uit van twee Heilige Regels. De Eerste Heilige Regel hanteren zij exclusief voor rechtse kabinetten en de Tweede Heilige Regel exclusief voor linkse kabinetten. Voor rechtse kabinetten is daadkracht heilig. Kabinetten van rechtse signatuur die verzuimen daadkracht te tonen kunnen wat de kiezer betreft onmiddellijk inrukken. Bij linkse kabinetten willen kiezers kunnen vertrouwen op een degelijke omgang met ’s lands financiën. Linksigheid is wel mooi, maar het moet niet te gek worden. Faalt een links kabinet op dit punt, dan is het ook hier einde oefening.

Het kabinet Rutte heeft de Eerste Heilige Regel, de erecode, voor rechtse kabinetten frontaal geschonden. Dit falen wrijft disproportioneel af op de minister-president. Zijn ster is daarmee verbleekt. Zo zeer zelfs, dat als hij niet oppast, de reguliere verkiezing in de beleving van kiezers zo maar zou kunnen omslaan in een open verkiezing. Voor de zittende minister-president is dat bijzonder slecht nieuws.

 

Hans Anker
Hans heeft onderzoek- én advieservaring in meer dan vijftig landen. Hij adviseerde toppolitici (waaronder president Clinton en minister-president Kok), CEO’s en NGO’s. Na een vierjarig verblijf in Washington DC en een negenjarig verblijf in New York, vestigde Hans zich in Nederland. Op dit moment adviseert hij onder meer de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep (NPO), de leiding van het NOC*NSF en voorzitter Alexander Rinnooy Kan van het Goede Doelen Platform over de toekomst van de kansspelen. Recentelijk was hij actief in campagnes in Zweden en de Filippijnen. Hans studeerde politicologie aan de universiteiten van Amsterdam en Michigan, en promoveerde in 1992 op het proefschrift ‘Normal Vote Analysis’.