Vorige week ben ik lid geworden van een politieke partij

Kunt u mij de weg naar mijn idealen vertellen, meneer?

Vorige week ben ik lid geworden van een politieke partij. Niet omdat ik een politieke carrière ambieer of omdat ik graag in mijn discussies word aangevallen op standpunten van die partij. Maar omdat ik geloof in de combinatie van idealen en participatie.

Idealen zie ik als een punt wat jij wil verbeteren, waar jij naartoe wil, waarvan je niet weet hoe je er komt, maar voelt dat we er al zouden moeten zijn. Participatie als het meedenken met de richting van dit punt. Of dit punt nou complete nivellering, een alle-grenzen-dicht-samenleving of de federatie van Europa is, het gebeurt in Nederland (gelukkig) via de politiek. Nou ja, vroeger gebeurde dit via de politiek. Helaas lijkt hier tegenwoordig slechts plek voor kortetermijnvisies, one-liners en populistische xenofobie. Dat is niet mijn kopje thee.

Deze, mijns inziens, achteruitgang van idealen en de hang naar pragmatisme heb ik mijn hele volwassen leven met lede ogen aangezien. Terwijl Mark Rutte visie als belemmerend beschouwt, zag ik voornamelijk progressieve politici worstelen met het vraagstuk: ‘hoe nu verder met links idealisme?’. Ik zou liegen als ik het antwoord heb, maar spreek de waarheid als ik zeg dat ik een antwoord wil. Ik was, kort gezegd, ook op zoek.

Wat ik nooit helemaal kon verkroppen is dat je bij het lidmaatschap van een politieke partij meteen de volledige historie, filosofie en idealen van de partij zou moeten weten en volgen. Ik wilde mijn visie verder ontwikkelen en toetsen aan anderen mensen uit mijn straatje: ik weet niet precies hoe ik het wil, maar ik weet wel ongeveer wat. Dat deze denkwijze ook welkom is in de politiek, is mij duidelijk geworden en de persoon die daarvoor heeft gezorgd is niet geheel ontoevallig ook de lijsttrekker van de partij waar ik lid ben geworden.

Ik ben lid van GroenLinks.

Deze zomer hakte ik een knoop door en het bijltje had twee kanten; het vluchtelingenprobleem en de uitgesproken idealen van Jesse Klaver. Zonder er te diep op in te gaan, vind ik aan de ene kant de polarisatie die het vluchtelingenprobleem veroorzaakt haast angstaanjagend. Maar aan de andere kant heeft het me wel doen inzien dat ik maar één partij vond die in mijn ogen de juiste dingen zei, steeds weer, en dat was GroenLinks.

Daarnaast werd ik in deze periode tot vooral mijn eigen verbazing geraakt idealen van Jesse (ik mag Jesse zeggen want ik ben lid). Hij stelt zijn idealen en visie op naar de principes waarvan hij vindt dat de maatschappij op gebouwd zou moeten zijn. Hoe hij hier komt, weet hij niet, en geeft dat toe. Deze benadering alleen vind ik al een verademing met de huidige ik-weet-hoe-je-alle-problemen-oplost-cultuur die heerst in de politiek. Maar hij toetst ook de richting die hij kiest steeds aan mensen die er verstand van hebben. Ik volg liever iemand die de goede kant op loopt, maar daarbij soms moet vragen waar hij heen moet, dan iemand die vol zelfvertrouwen de verkeerde afslag neemt.

Of ik nu op het goede pad zit weet ik niet, maar ik vraag met liefde de weg; dan duurt het maar wat langer. Bovendien heb ik nu een gids voor goede gesprekken onderweg.

Afgelopen vrijdag verscheen dit artikel in iets andere vorm op Joop.nl. De reacties hierop (bijna 100) waren op z’n minst uiteenlopend te noemen. Wat mij vooral opviel, is dat er vrij veel bijval kwam van mensen die zeiden zelf lid te zijn of zich zelfs verontschuldigden dat zij geen lid waren. Toch werd mijn standpunt ook vaak gezien als ‘naïef’ en leeftijdsgebonden: ‘Ach, de jeugd. Politiek werkt al millennia hetzelfde, het geklaag erover is al even oud, en de drang om er wat aan te doen idem dito.’

Foto: -JvL- / Wikimedia Commons.