Super Mario of saaie professor?

Zijn adviseurs zeiden dat hij direct op plek twee zou komen in de peilingen als hij zich kandidaat zou stellen. Nu doet hij mee om de derde en vierde plek en vecht hij met de Italiaanse komiek Beppe Grillo. Wellicht had de huidige premier van Italië zijn kandidaatstelling iets anders voorgesteld. Waar ligt het aan? Drie belangrijke redenen op een rij.

Campagnevoeren is een vak
Het is een bekend fenomeen: ogenschijnlijk populaire kandidaten blijken toch veel harder te moeten vechten en verliezen de verkiezingen na een bikkelharde campagne. Het gebeurde onder andere Al Gore in de Verenigde Staten en Ségolène Royal in Frankrijk. Voor Mario Monti dreigt hetzelfde scenario. Dit komt doordat campagnevoeren een vak is, en als onervaren politicus moet hij het opnemen tegen beroepspoliticus Bersani, de fanatieke en antipoliticus Grillo en de übercampaigner Silvio Berlusconi.

Geen makkelijke opgave en dat blijkt. Hoewel hij meerdere sites heeft, lijkt hij zijn doelgroep niet te kunnen bereiken. Je kunt logo’s downloaden, jezelf aanmelden als ambassadeur, en je vrienden kapot spammen op social media. Daarnaast zijn zijn plannen voor de toekomst van Italië gebundeld in de Agenda Monti en heeft hij een redelijk actieve Facebookpagina.

Zijn campagneboodschap is helder: ‘we moeten Italië veranderen.’ Via zijn Lijst voor de Burgers benoemt hij zijn punten: meer jongeren aan het werk, Italië 2.0, ruimte voor de groene economie. Hoewel de meeste punten realistischer zijn dan die van zijn centrumrechtse uitdager Berlusconi, zijn ook de punten van Monti niet heel concreet voor alle Italianen. De reden? De meeste mensen lezen geen verkiezingsprogramma’s. Ook al zijn die maar 25 pagina’s en goed leesbaar.

Een goede campagne draait om een centrale boodschap en twee of drie punten. Bij Monti is dat niet het geval. Hij zit vooral in de verdediging. Bersani vindt hem te rechts, Berlusconi noemt hem een leugenaar en Grillo, die heeft het helemaal op hem gemunt. Zo presenteerde hij een ‘anti-agenda’ tegen de premier, vergeleek hij hem met Mussolini wegens bepaalde voorstellen en verwijt hij hem ‘te stelen van de armen om te geven aan de rijken’. En dus zit Monti in veel interviews in de verdediging. Dat is niet de beste strategie in een campagne…

Niet populair
In tegenstelling tot wat veel Nederlanders denken, is Monti in Italië niet heel populair. Dat blijkt uit de peilingen. Zijn coalitie scoort rond de 15% en zijn eigen partij – zonder christendemocraten en de partij van Kamervoorzitter Fini FLI – staat op een schamele 9%.

Het grootste verwijt is dat hij vooral een technocraat is, een studeerkamergeleerde die niet weet of snapt wat er in de samenleving gebeurt. Dat roepen de arbeiders en de vakbonden. Ook bij het MKB is hij alles behalve geliefd. De verhoogde belastingdruk is voor veel ondernemers onverteerbaar. In 2012 pleegden veel ondernemers zelfmoord omdat ze failliet gingen door de crisis. Tegenstanders van Monti verwijten hem onder meer te weinig op te komen voor de gewone Italiaan en teveel in dienst van de banken en Europa te staan.

In zijn functie als premier en dus ook tijdens de campagne kwam hem dat menig maal op boze reacties te staan zoals hier bij een bezoek aan de door een aardbeving getroffen regio. Hier wreekt zich het feit dat Monti Italië in een zeer lastige fase is gaan leiden. Met een enorme oplopende spread, een torenhoge staatsschuld en een economie die stilstaat. Om dat op te lossen, moet je vuile handen maken. Maar dan is het lastig campagne voeren. En dus is Monti vooral populair buiten Italië.

De saaie professor
Retorisch is Monti niet de meest boeiende spreker. Tijdens interviews zegt hij zinnige en genuanceerde dingen, maar om daar je aandacht bij te houden na een dag werken moet je minimaal drie blikjes Red Bull leegdrinken.

Hij spreekt met heel veel logos. Argumentatief is het zeer sterk, maar de pathos is ver te zoeken. En dat is juist wat in een campagne belangrijk is. Vertrouw je de man of vrouw die zich kandidaat stelt? Geloof je hem wanneer hij spreekt? En raakt hij je? Bij Monti is het antwoord bij de meeste Italianen ‘Nee’.

Retorisch gezien valt hij nog het meest te vergelijken met Romano Prodi. Die andere professor. Die bekend stond om zijn enorme zinnen waarbij het een wonder was dat hij er zelf nooit bij in slaap viel. Tijdens een regeerperiode is dat niet erg, maar wil je de stem van de gewone Italiaan, dan moet je zorgen voor een ijzersterke campagne, een duidelijke boodschap en hard in de aanval gaan.

Allemaal eigenschappen die lastig zijn voor de genuanceerde Monti. Een televisiedebat lijkt vooralsnog uit te blijven, maar daar zou Monti zich nog kunnen revancheren. Met nog een paar weken tot de verkiezingen kan er ook nog een eindsprint inzitten. De laatste weken zijn cruciaal. Hopelijk fluisteren zijn adviseurs dit ook nog even in.

Dit stuk verscheen eerder op Debatinstituut.nl.