De scheutigheid van Rutte

Complimenten voor de VVD! Ze hadden er echt hun best op gedaan afgelopen zaterdag. Voor het eerst zagen we actieve beeldregie op een VVD-congres, compleet met nette fleurige mensen gepositioneerd achter het spreekgestoelte van de lijsttrekker. Het was nog geen Mitt Romney, maar het leverde een aantal keurige plaatjes op. (Tip: zorg voor een aaneengesloten rij mensen achter de lijsttrekker, anders krijg je het ‘billetjes-effect’.)

Nadrukkelijk gepresenteerd als niet-verkiezingstoespraak, doet de VVD amechtig haar best om de verkiezingscampagne zo laat mogelijk te laten beginnen. Pas op 25 augustus haalt de VVD haar lijsttrekker echt uit de mottenballen. Het verkiezingsprogramma? Ook pas in de laatste week van augustus.

Tactiek vermomd als strategie.

Waar komt deze nihilistische campagne vandaan? Voor het antwoord op die vraag kunnen we rechtstreeks bij lijsttrekker Rutte terecht. ‘Uw stem heeft veel verschil gemaakt,’ vertelt hij zijn gehoor, ‘We hebben in bijna twee jaar veel gerealiseerd waar we al jaren voor knokken.’ De drie belangrijkste prestaties volgens de meester: ‘minder ministers’, ‘minder ministeries’ en ‘soberder wachtgeld’. Inderdaad, met zulke prestaties heb je geen vijanden meer nodig. ‘Het is niet niks,’ voegt Rutte daar nog onhandig aan toe. De kiezer weet: het is dus helemaal niks.

Het is pijnlijk voor de VVD. De partij, behept met een lange regeringstraditie, heeft opmerkelijk weinig om trots op te zijn in de afgelopen regeringsperiode. Pas met behulp van de Kunduz-coalitie bleek men tot enige hervormingen in staat, totdat de liberalen op cruciale onderdelen daar weer de handen van af trokken.

Het electorale gevaar voor de VVD schuilt nu in een lange campagneperiode. Dat kan gemakkelijk tot onhandige uitkomsten leiden. Bij kiezers zou het idee kunnen postvatten dat de keizer van het do nothing kabinet-Rutte geen kleren aan heeft. Dan zou zo maar de herverkiezing van de minister-president in gevaar kunnen brengen.

Het valt ook niet mee. Er liggen zware dossiers op het bureau van de minister-president. De euro wankelt. Zelfs een kind begrijpt dat er maar twee smaken zijn: de euro opbreken (en daarmee uiteindelijk ook de EU) of met een bovenmatige inspanning tot versnelde integratie komen, met, om te beginnen, een bancaire unie, een veel beter functionerende Europa-brede arbeidsmarkt, strikt Europees toezicht op begrotingen van lidstaten, en vanzelfsprekend de vermaledijde eurobonds of iets wat daar op lijkt, met in ruil daarvoor een radicale upgrade van het democratisch gehalte van de Europese Unie. Dat laatste zou trouwens een zegen zijn.

Het Duitse Ministerie van Financiën berekende recentelijk de kosten van het eerste scenario, de euro opbreken, op 10% verlies aan economische groei en recordhoge werkloosheid. Dat lijkt me eerlijk gezegd een conservatieve schatting. Dat blijkt ook uit het rapport van de Zwitserse bank UBS. Deze berekent de kosten voor Duitsland op 20 tot 25 procent van het Bruto Nationaal Product. Toegepast op Nederland hebben we het dan over een (weliswaar incidentele) bezuiniging van, komt ie, 126 tot 157 miljard euro. Daarbij vergeleken is Kunduz kinderspel. Dat is dan nog niet alles: de Zwitserse bankiers voorspellen ook nog het instorten van het internationale banksysteem en een serieuze toename van de kans op burgeroorlogen. Volgens UBS had de euro er nooit moeten komen. ‘Met de huidige structuur en de huidige leden werkt de Euro niet,’ schrijft de bank droog. En dus luidt de conclusie: ‘Of de huidige structuur zal moeten veranderen, of de huidige leden zullen moeten veranderen.’

Geen wonder dat het CPB haar rapporten tegenwoordig van de disclaimer voorziet dat ‘er geen escalatie van de eurocrisis optreedt’. De rekenmeesters gaan er onder andere van uit dat de monetaire unie en interne markt intact blijven en dat er geen herstructurering van Italiaanse en Spaanse schulden nodig zal zijn.

Het goede nieuws is dat, ondanks deze kommer en kwel, onze minister-president annex VVD-lijsttrekker toch een keuze heeft weten te maken. Immers, Rutte liet afgelopen weekend zijn gelovigen weten dat ‘het beste voor Nederland niet een Nederland [is] met meer Europa’. Een streep door optie 2 dus. Dan resteert enkel optie 1, het opbreken van de euro, en uiteindelijk de unie zelf. Dat is een legitieme optie, waar je als politicus voor kan en mag kiezen. Rutte’s blokkade van meer Europa brengt deze optie met rasse schreden dichterbij. Op louter economische gronden valt er trouwens veel voor te zeggen, dat heeft het tragisch verlopen veldexperiment van de afgelopen 15 jaar wel geleerd.

Maar het probleem van het opbreken van de euro zijn de stratosferische transitiekosten. En daar heeft de kiezer nog geen zicht op. Het VVD-campagneteam weet dat en stelt alles in het werk om het zo te houden. Een korte campagne – een week of twee en dan liefst tegen de economisch matig onderlegde Emile Roemer – is daarom voor hen de enige mogelijkheid om deze campagne winnend af te sluiten. Zodra de financiële implicaties van de positie-Rutte helder worden is het electorale feest vrijwel zeker voorbij. Dat is vooral omdat kiezers de VVD-voorman dan zullen verwijten te weinig scheutig te zijn geweest met de werkelijkheid – dezelfde Rutte die afgelopen weekend nog een lans brak voor ‘eerlijkheid’.

Als dit scenario van de lange campagne en de ontmaskering van de VVD zich straks daadwerkelijk ontvouwt, zal dit het electorale landschap volledig op zijn kop zetten. De kiezer gaat onder deze bijzondere omstandigheden koortsachtig op zoek naar partijen met heldere en consistente stellingnames ten aanzien van de euro en Europa. Voor of tegen, redden of zinken, wel of geen Europese Unie, daar gaat het om. Tegenstemmers komen dan uit bij de SP en PVV, mogelijk ook bij kleinere partijen als de ChristenUnie, SGP en Partij voor de Dieren. Voorstanders van redding van de euro komen als eerste uit bij D66, daartoe uniek gepositioneerd. Maar, en daar ligt de kans voor de PvdA en mogelijk ook het CDA, ook de vraag naar competent leiderschap ten aanzien van banen en de economie zal toenemen.

Eerlijkheid over de euro betekent dus: nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Hans Anker
Hans heeft onderzoek- én advieservaring in meer dan vijftig landen. Hij adviseerde toppolitici (waaronder president Clinton en minister-president Kok), CEO’s en NGO’s. Na een vierjarig verblijf in Washington DC en een negenjarig verblijf in New York, vestigde Hans zich in Nederland. Op dit moment adviseert hij onder meer de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep (NPO), de leiding van het NOC*NSF en voorzitter Alexander Rinnooy Kan van het Goede Doelen Platform over de toekomst van de kansspelen. Recentelijk was hij actief in campagnes in Zweden en de Filippijnen. Hans studeerde politicologie aan de universiteiten van Amsterdam en Michigan, en promoveerde in 1992 op het proefschrift ‘Normal Vote Analysis’.