Laat Obama zijn karwei afmaken

De Telegraaf blogt vrijwel dagelijks over de Amerikaanse verkiezingen tijdens de hete fase van de strijd tussen Obama en Romney. Met dank aan De Telegraaf plaatsen we deze blogpost. 

Bin Laden is dead; General Motors is alive. Beknopter had Joe Biden het niet kunnen zeggen, dit voorjaar. Deze wijze les lijkt echter niet besteed aan Obama’s strategen.

Een goede politieke boodschap begint met een toekomstgericht statement, liefst in zeven woorden of minder, gevolgd door een toelichting waarin, in het geval van een zittende president, de prestaties van de eerste regeringstermijn hoofdzakelijk dienen om zijn geloofwaardigheid naar de toekomst te onderstrepen. De boodschap sluit af met een claim: “En daarom…”. Samen niet meer dan 50 woorden.

Dus zoiets als: “Laat me mijn werk afmaken. We zijn een eind op streek. De eerste resultaten worden zichtbaar. Er zijn 4.5 miljoen banen gecreëerd. Dit is niet het moment om van leider te veranderen.”

“Laat Obama zijn karwei afmaken.” De afgelopen dagen sprak ik in de VS verschillende leden van Obama’s inner circle, mensen direct betrokken bij de debatvoorbereiding en de verkiezingsstrategie, wier namen ik hier niet kan noemen. “Het karwei afmaken” heeft onder hen het karakter van een bezweringsformule gekregen. Want wat is eigenlijk het karwei? Zelfs de adviseurs vallen stil als je die vraag stelt – een veeg teken.

Obama heeft in zijn eerste twee jaar meer bereikt dan menig ander president in acht jaar. Maar zijn grote probleem is dat zijn vlaggenschip, Obamacare, slechts door een minderheid van de bevolking wordt gewaardeerd. Zijn adviseurs lijken er niet omheen te kunnen kijken, als konijntjes die staren in de koplampen van de naderende trein. Pas sinds kort adviseren zij hun baas om over de automobielindustrie te praten. Over Bin Laden horen we vooralsnog niks.

Plan B is een keiharde negatieve campagne. Niet het karwei afmaken, maar Mitt Romney afmaken – figuurlijk dan. Voor de man van hope en change is dat echter geen eenvoudige opdracht. Die zachtheid kan hem gemakkelijk zijn herverkiezing kosten.

Deze blogpost verscheen eerder op Telegraaf.nl.

Hans Anker
Hans heeft onderzoek- én advieservaring in meer dan vijftig landen. Hij adviseerde toppolitici (waaronder president Clinton en minister-president Kok), CEO’s en NGO’s. Na een vierjarig verblijf in Washington DC en een negenjarig verblijf in New York, vestigde Hans zich in Nederland. Op dit moment adviseert hij onder meer de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep (NPO), de leiding van het NOC*NSF en voorzitter Alexander Rinnooy Kan van het Goede Doelen Platform over de toekomst van de kansspelen. Recentelijk was hij actief in campagnes in Zweden en de Filippijnen. Hans studeerde politicologie aan de universiteiten van Amsterdam en Michigan, en promoveerde in 1992 op het proefschrift ‘Normal Vote Analysis’.