Hoogeveen aan zee – een opiniestuk in Trouw in 2060

Foto: Pixabay / CC0 Creative Commons.

Hoe ziet ons land er in 2060 uit? Merel Ek maakt zich zorgen, en schetst een scenario van het Nederland van de toekomst. Dat doet ze in de vorm van een opiniestuk voor de krant van 16 juni 2060.

Het is zomer 2060 en ik zit bij mijn ouderlijk huis te genieten van een heerlijke cocktail in de schaduw. Inmiddels ben ik gewend aan deze hete zomers. Het is 37 graden en de zon is te fel om haar mijn verschroeide huid te laten opwarmen. De boten varen voorbij en kinderen spelen op het strand in hun UV-werende pakken. Wie had ooit gedacht dat ik in Drenthe aan de zee zou komen te wonen?

Decennia geleden, toen de eerste echte hete zomers hun intrede maakten in Nederland kwamen de berichten en waarschuwingen:dat we ons moesten beseffen welke gevolgen ons gedrag zou hebben. Dat grote periodes van droogte zouden worden afgewisseld met enorme hoosbuien en stormen. De mens had toen, en heeft nu nog steeds, invloed op het klimaat. Ook ik kreeg deze boodschap, maar ik bleef vlees eten in plaats van vegetarische lasagnes, autorijden wanneer ik ook de fiets kon pakken, en de wereld rondvliegen terwijl ik ook met de trein naar Frankrijk op vakantie kon. Iets waar ik nu veel spijt van heb.

Ik bleef vlees eten in plaats van vegetarische lasagnes, autorijden wanneer ik ook de fiets kon pakken, en de wereld rondvliegen terwijl ik ook met de trein naar Frankrijk op vakantie kon.

Toen het water sneller steeg dan de berekeningen hadden voorspeld, was de keuze snel gemaakt. Vanuit Leiden ben ik naar hoger gelegen gebied gevlucht. Mijn ouders lieten mij een huis in Drenthe na, waar ik nu samen met mijn broer intrek in heb genomen. Voor veel andere mensen was die mogelijkheid er niet. Tienduizenden Nederlanders konden niet op tijd wegkomen voor het water. De overheid besloot veel te laat te evacueren. In mijn dromen zie ik nog steeds de gezinnen in de auto’s voor me, die worden meegesleurd met het water dat ooit onze vriend leek. Miljoenen Nederlanders die wel op tijd weg konden komen, zijn opgevangen in kampen in Nederland, Duitsland en België. Opvang in de regio, zoals we dat rond 2015 noemden. Maar toen ging het over landen ver weg, nu heeft het betrekking op onszelf.

Als ik terugdenk aan de discussies die we toen voerden, over ‘bed, bad en brood’ en de harteloosheid waarmee wij als rijk land mensen deze rechten wilden ontzeggen, denk ik aan diezelfde mensen die nu aangewezen zijn op de barmhartigheid van anderen. Hoe hypocriet moet dat voelen? Overigens zijn de omstandigheden in de kampen erbarmelijk. Gezinnen wonen met elkaar op dertig vierkante meter en hebben geen privacy. Ziektes die we hadden uitgeroeid, steken weer de kop op, zoals rodehond en mazelen. En frustraties monden uit in grote rellen die eindigen met slachtoffers. Veel mensen zitten al meer dan vier jaar in deze kampen en weten nog steeds niet wanneer er ruimte vrijkomt voor een eigen woning. Veel ruimte is er ook niet meer in Nederland. Ik vraag me af of zij het zichzelf ook kwalijk nemen.

Graag zou ik zeggen: als ik een keuze had gehad… Maar die heb ik gehad. Die hebben we allemaal gehad. Een keuze om beter te leven. Een keuze om wel of niet te vliegen. Een keuze om wel of geen vlees te eten. Een keuze om wel of geen gas te gebruiken. Als ik terug kon gaan in de tijd, had ik de keuze gemaakt om nauwelijks te vliegen, geen vlees meer te eten en duurzamer om te gaan met de spullen die ik kocht. Samen met de generaties van toen had ik zoveel levens kunnen redden, zoveel ellende kunnen voorkomen. Achteraf waren al die kleine aanpassingen het meer dan waard geweest. Achteraf.

Ik had een keuze. We hadden allemaal een keuze.

Lees ook: waarom ik een klimaatdictator wil

De keuzes die ik nu maak, hebben invloed op de inhoud van dit opiniestuk. Over 42 jaar wil ik dit niet op papier hoeven zetten. Los van het scenario dat over 42 jaar werkelijkheid is geworden, wil ik kunnen zeggen dat ik de keuzes heb gemaakt die dat eventueel hadden kunnen voorkomen. Ik wil mijn kinderen recht in hun ogen aan kunnen kijken en kunnen zeggen dat hun ouders het tij hebben gekeerd, door de juiste keuzes te maken. Dit betekent niet dat ik mijn leven nu rigoreus moet veranderen. Het gaat om kleine keuzes en dus kleine stappen. Zo haal ik zelf bijna geen vlees meer in huis, kijk ik in de winkel eerst waar mijn kleding is gemaakt en van welk materiaal het is gemaakt en heb ik mezelf voorgenomen nog maar één keer per drie jaar te vliegen. Kleine stapjes, kleine keuzes. Maar het zijn keuzes die ervoor zorgen dat dit toekomstige opiniestuk niet hoeft te worden geschreven. De politiek durft deze keuzes niet te nemen, dus laten wij dit samen doen. Het kabinet kijkt slechts vier jaar vooruit, naar de volgende verkiezingen. Laten wij als burgers 42 jaar vooruitkijken en onze keuzes van nu aanpassen aan de wensen van de toekomst.