Fragmentatie en nivellering in provincieland

Houden coalitie en de constructieve oppositie een meerderheid in de Eerste Kamer? En welk effect had de gaskwestie op de uitslag in Groningen? Daar ging het deze week over in de bespiegelingen over de Provinciale Statenverkiezingen. Maar hoe heeft “PS2015” het gehele provinciale speelveld veranderd? Het antwoord: Rigoureus.

Het leven was zo overzichtelijk in de provincie Drenthe. De Grote Twee, PvdA en VVD, hadden samen 21 van de 41 zetels in handen en regeerden de provincie met een rood-blauw akkoord. De kiezer moet de notabelen te Assen in totale verwarring achtergelaten hebben. De Grote Twee verloren samen maar liefst zeven zetels. Een derde partij die aanschuift dan maar? Dat zal niet lukken. Winnaar CDA, derde partij in Drenthe, zou met haar zes zetels de teller op 20 brengen. Er zijn dus minimaal vier partijen nodig voor een meerderheid – partijen die qua omvang nauwelijks voor elkaar onderdoen.

Deze Drentse fragmentatie zien we terug in alle provinciehoofdsteden. Typerend: in 2011 gold voor álle provincies dat de drie grootste fracties getalsmatig een meerderheid konden vormen. In 2014 gaat dit nog voor slechts drie van de twaalf colleges van PS op. In negen provincies zijn dus tenminste vier partijen nodig voor een meerderheid.

150320_CW
Naast fragmentatie zien we een tweede effect dat grote invloed zal hebben op de komende bestuurstermijn in provincieland. De partijen groeien getalsmatig naar elkaar toe. In 2011 waren er nog dertien Statenfracties met dubbele cijfers. Sinds woensdag zijn het er nog maar zes in het hele land. De twaalf- en dertienkoppige fracties zijn zelfs helemaal uit het provinciale electorale landschap verdwenen.

In slechts vijf provincies heeft de zittende coalitie opnieuw een meerderheid gekregen. In al deze gevallen zijn de krachtsverhoudingen onderling wel aanzienlijk gewijzigd. Bij vier van deze coalities verloor de grootste coalitiepartij. Over het algemeen groeien de bestuurlijke partners naar elkaar toe. Zo zijn er in Zeeland nu drie coalitiefracties met zes zetels. Ook in Noord-Brabant zijn de collegepartijen nu nagenoeg even groot.

Het zal daarom politieker worden in de Staten de komende jaren. Collegebesprekingen worden minder voorspelbaar. Fragmentatie en nivellering maken een einde aan de situatie dat één of twee dominante partijen in de provincie het collegeakkoord konden schrijven – en vervolgens partijen uitkozen om bij het kruisje te tekenen.

Deze veranderingen vinden plaats in een coming of age periode die de provincies sowieso doormaken. Provincies worden volwassen. Van plannen om het tussenbestuur op te doeken, die in het verleden welig tierden rond het Binnenhof, is al tijden niets meer vernomen. De kentering kwam tijdens het kabinet Rutte-1. Dat kabinet decentraliseerde taken naar gemeenten en provincies. Daarnaast werd een einde gemaakt aan de situatie dat vaak twee of drie bestuurslagen hetzelfde deden. Voor ieder beleidsterrein werd één bestuurslaag verantwoordelijk. Zo verloren de provincies hun grip op de jeugdzorg en cultuur, taken die naar de gemeenten zijn gegaan. Maar op het vlak van ruimtelijke ordening, natuur en openbaar vervoer kregen ze meer bevoegdheden. Een overzichtelijker hoeveelheid taken, maar daarbinnen kunnen provincies veel meer kanten op met hun beleid.

Volwassen provincies zullen zich ook anders verhouden tot de andere bestuurslagen. Ze zullen sterker opkomen voor hun belang in Den Haag en in Brussel. Conflictstof is er genoeg, van de plaatsing van honderden windmolens in het kader van het Energieakkoord tot en met de gaswinning in Groningen. Met Brussel zullen kwesties spelen als Natura 2000, luchtkwaliteit, natuurcompensatie en de aanbesteding van bijvoorbeeld openbaar vervoer. Nieuw is dat de opvatting van de provincie in dit soort kwesties meer onderwerp van politieke besluitvorming zal zijn dan voorheen. Aanleg van asfalt of de bescherming van natuurgebieden – het maakt een wereld van verschil of centrum-links of centrum-rechts de dienst uitmaakt op het provinciehuis.

Bedrijven en maatschappelijke organisaties die te maken hebben met het provinciale bestuur gaan een onzekere periode tegemoet. Willen ze hun doelen realiseren, dan zullen ze zich meer moeten verdiepen in de issues en verhoudingen in de provinciale politiek. Wen er maar alvast aan: succes in de lobby is niet langer verzekerd bij een goede relatie met de gedeputeerde van de PvdA of de VVD in Assen.