Eresaluut

Gemeentebestuur van Amsterdam, wij moeten een hartig woordje met elkaar spreken. Ja, Eberhard, Lodewijk, Carolien, Eric, Freek, Maarten, Eric, en Andrée, ik heb het over jullie. Eentje van jullie was er nota bene zelf bij.

Geef nou toe: dat was toch geen manier om een levende legende, een icoon, de Legendary Bard of Montreal, de Troubadour of Love, een ontvangst te bereiden? Weggestopt in de oksel van de stad. Niks ten nadele van het Olympisch Stadion, ik heb er zelfs vrienden die er kantoor houden, maar zeg nou zelf, dat is toch geen manier om een artiest van bijna buitenaards kaliber te ontvangen?

We kunnen slechts gissen naar de oorzaken. Misschien dat Eberhard een keer een blauwtje heeft opgelopen terwijl Marianne zachtjes op de achtergrond speelde? Wellicht dat Dance me to the end of love Lodewijk doet terugdenken aan die traumatische periode op de dansschool in Den Haag? Of zou Eric hebben bedacht dat Leonard in het Olympisch stadion een bijdrage zou kunnen leveren aan de hoofdstedelijke ambities voor 2028?

We weten het niet. Dat is het enige dat we weten.

“Je hoeft geen fan van zijn werk te zijn om te constateren dat dit van een haast buitenaardse schoonheid is” schreef de Volkskrant lyrisch.

Je wenst het niemand toe, maar wat boffen we toch dat Leonard Cohen, 77 jaar jong inmiddels (hij is bijna jarig), enkele jaren geleden royaal werd opgelicht door zijn belastingadviseur. Het was het sein voor de Canadese troubadour om zijn zelfverkozen isolement in het Californische Zen Buddhist Center te verruilen voor het concertpodium. Een verbluffende reeks concerten was het gevolg, met Cohen zo fris als een hoentje, allemaal terug te beluisteren en te zien op de fabelachtige DVD Leonard Cohen live in London.

Dit jaar vatte Cohen het lumineuze idee op om een concert-tour in de buitenlucht te doen langs de meest betoverende plekjes van de aarde – kastelen, amfitheaters en eeuwenoude stadpleinen. Op het Gentse Sint-Pietersplein, het kasteel Rosenborg in Kopenhagen en de middeleeuwse Arena in Verona. In zijn voorzienigheid besloot Cohen ook Amsterdam aan te doen, de City of Freedom.

Je ziet het voor je: Cohen op de Dam. De stad die de rode loper uitlegt voor een van ’s werelds belangrijkste culturele iconen, buiten-categorie. Een eresaluut. Schilderachtige beelden van Cohen die de wereld over gaan, met het Koninklijk Paleis als silhouet in de oranje gloed van de ondergaande zon. Beatrix die vanaf haar balkon smeekt om een extra toegift. De collectieve ontdekking hoe mooi en dankbaar je mag zijn om je leven te leven. City marketeers die gelukzalig stralen dankzij het cadeau dat hen zojuist door de voorzienigheid in de schoot is geworpen.

God bestaat echt.

Maar het liep anders. De Dam schijnt logistiek lastig te zijn. Vooruit. Genoeg andere schilderachtige plekken. De Prinsengracht, u weet wel, van het jaarlijks concert, of de Amstel voor Carré. Nope.

Het Museumplein dan maar? Met het Rijksmuseum als betoverende achtergrond. Nou, eh, nee. Het zit zo. Jaarlijks zijn er zes ontheffingen te vergeven. De buren hebben zich verenigd in een krachtige NIMFY-beweging (Not in my front yard). Want waarom zou je Amsterdam spannend maken als dat helemaal niet nodig is? Halverwege het jaar waren de ontheffingen al op: vier (!) keer voetbal, een keer Uitmarkt, en één keer nog iets anders.

Gemeentebestuur van Amsterdam: u kent de straf voor zoveel onbenul. Twintig stokslagen en met zware gewichten aan de voeten collectief de Amstel in (vrij naar Asterix en de Helvetiers).

En zo geschiedde dat de oude meester, de Master of Romantic Despair, werd weggestopt in een half gevuld gehalveerd Olympisch stadion. Compleet met avondklok: gij zult uw liederen niet ten gehore brengen na half twaalf op dinsdag en kwart voor twaalf op woensdag. Cohen vatte het sportief op. Om 17 minuten voor twaalf kwam hij onder bulderend gelach met een grote klok op het toneel, om vervolgens met al zijn kracht de laatste 2 minuten vol te spelen. Het publiek genoot. De meester won.

Zoete wraak.

 

Hans Anker
Hans heeft onderzoek- én advieservaring in meer dan vijftig landen. Hij adviseerde toppolitici (waaronder president Clinton en minister-president Kok), CEO’s en NGO’s. Na een vierjarig verblijf in Washington DC en een negenjarig verblijf in New York, vestigde Hans zich in Nederland. Op dit moment adviseert hij onder meer de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep (NPO), de leiding van het NOC*NSF en voorzitter Alexander Rinnooy Kan van het Goede Doelen Platform over de toekomst van de kansspelen. Recentelijk was hij actief in campagnes in Zweden en de Filippijnen. Hans studeerde politicologie aan de universiteiten van Amsterdam en Michigan, en promoveerde in 1992 op het proefschrift ‘Normal Vote Analysis’.