Endorsement

 “Dus ze bezuinigden op onderwijs, zodat ze de belasting op sigaretten konden verlagen?” spreekt de man met gespeeld ongeloof. Hij laat een korte stilte vallen. “Nou, dat is dan een geweldig plan voor de economische toekomst van New Hampshire! Smoke more, learn less.”

Hij kan het nog, William Jefferson Clinton. De oud-president krijgt de lachers op zijn hand, in Nashua, in de balzaal van het Radisson Hotel. Er wordt gejoeld. Mission accomplished.

Clinton, 65 jaar inmiddels, heeft even tijd gevonden om, tussen twee fundraisers voor zijn Clinton Foundation in, langs te wippen bij Maggie Hassan, de Democratische kandidaat voor het gouverneurschap van New Hampshire. Hassan kan de steun van Clinton goed gebruiken. Het endorsement van de 42e president is in de Granite State (Live free or die) nog altijd goud waard.

Clinton kiest zijn woorden niet toevallig. Kort voor zijn gastoptreden heeft Hassan zelf de zaal al warm gemaakt door het contrast en met haar Republikeinse tegenstander, Ovide Lamontagne, extra scherp aan te zetten. Hassan: “Lamontagne wil ons onderwijs ontmantelen. Gaan we terug in de tijd? Laten we hem Kindergarten opheffen? Nee!”

Het is een mooie traditie, het endorsen. Niet alleen Clinton heeft een gaatje gevonden in zijn agenda, ook tal van andere lokale Democratische kopstukken zijn aanwezig, inclusief de gerespecteerde oud-gouverneur Jeanne Shaheen – tegenwoordig senator in Washington, D.C.

Clinton weet als geen ander hoe hij een publiek van Democratische gelovigen niet alleen kan inspireren, maar ook op het juiste pad kan zetten naar een verkiezingsoverwinning. Hij doet dat door de beleidsvraagstukken van vandaag op bijkans achteloze wijze om te turnen naar een discussie over de richting van het land. Ik heb het hem nu vele malen zien doen en het blijft iedere keer fascinerend.

“Overal in het land gaat het in de verkiezingen steeds om twee vragen. Eén: ‘Wie is het best in staat om de economie te verbeteren?’ En twee: ‘Wat voor soort mensen willen we eigenlijk zijn?’” Weer de stilte. Hij slikt. Zijn hoofd draait een kleine acht. Het rechteroog knijpt zich samen, de lippen drukken stijf op elkaar. De stem daalt een halve octaaf. “Gaan we terug naar ons Amerikaanse motto, ‘Uit velen één’ – E Pluribus unum? Of willen we echt deze winner-take-all, you’re-on-your-own, the-government-is-the-devil-incarnate direction that the Tea Party Republican Party has taken?

De menigte van 300 man gaat nu helemaal los. Hassan kijkt alsof  ze net voor het eerst haar eigen campagneboodschap heeft gehoord. Je ziet haar  denken: “Ah, zo vertel je het dus!”

Gratis bijles van de oude meester.

In Nederland kennen we het nauwelijks, voormalige regeringsleiders die hun politieke nazaten publiekelijk ondersteunen en ondertussen nog wat bijscholen. Doodzonde. Drieëndertig jaar regeringservaring door de gootsteen. Dries van Agt (1977-1982) is, vooral door de Palestijnse kwestie, ver afgedreven van zijn partij. Ruud Lubbers (1982- 1994) geeft nog wel geld aan zijn CDA, maar werd genadeloos geschoffeerd toen hij zijn politieke kleinkinderen voor hun heilloze PVV-avontuur trachtte te behoeden. Wim Kok (1994-2002) wordt al jaren door PvdA-partijvoorzitters en partijleiders belaagd over zijn commissariaten. Jan-Peter Balkenende (2002-2010), ten slotte, koos zelf voor de politieke anonimiteit.

De enige die zich wel heeft laten lenen voor een endorsement was de hoogbejaarde Piet de Jong, premier van 1967 tot en met 1971. Duikboot-Piet speelde op het gedenkwaar­dige CDA-congres van 2010 een belangrijke rol, mede door zijn misplaatste poging tot karaktermoord op Wouter Bos. We weten hoe het met De Jong is afgelopen. Minder dan twee jaar later dreigt hij, samen met een groep andere prominenten, met het opzeggen van zijn CDA-lidmaatschap. De steun van zijn partij voor de door de PVV geïnstigeerde bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking is voor de oud-premier onverteerbaar. De oud-kapitein zal uiteindelijk worden gered door de val van het kabinet-Rutte.

Misschien zit het er gewoon niet in en hebben we er eenvoudigweg de cultuur niet naar naar. Zijn we ongeschikt voor endorsements. Zit het niet in de genen. Zijn we er te bot voor. Of weten de nieuwe leiders het gewoon echt veel beter. Of vrezen ze dat de schijnwerper straks niet op hen, maar op een ander – een has been nota bene – wordt gericht. Of is het gewoon te lastig en moet je hier, meer dan in de Verenigde Staten, de ruimte houden om straks B te doen, terwijl je A hebt gezegd.

Misschien is het van alles een beetje.

Toch denk ik dat iets meer respect en iets meer eerbetoon aan eerdere leiders Nederland tot een aardiger land zou maken. Probeer het eens, zou ik zeggen. Wie weet, bevalt het.

Hans Anker
Hans heeft onderzoek- én advieservaring in meer dan vijftig landen. Hij adviseerde toppolitici (waaronder president Clinton en minister-president Kok), CEO’s en NGO’s. Na een vierjarig verblijf in Washington DC en een negenjarig verblijf in New York, vestigde Hans zich in Nederland. Op dit moment adviseert hij onder meer de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep (NPO), de leiding van het NOC*NSF en voorzitter Alexander Rinnooy Kan van het Goede Doelen Platform over de toekomst van de kansspelen. Recentelijk was hij actief in campagnes in Zweden en de Filippijnen. Hans studeerde politicologie aan de universiteiten van Amsterdam en Michigan, en promoveerde in 1992 op het proefschrift ‘Normal Vote Analysis’.