Democratie in Indonesië: ga er maar aan staan

Na de deceptie van de Arabische lente kun je je afvragen of sommige landen überhaupt geschikt zijn om een democratie te worden. Sommige samenlevingen zijn immers zo complex, dat het misschien beter is om er een dictator op te zetten, die het deksel op de pot houdt. Dat geldt ook voor Indonesië. 240 miljoen mensen, 300 volken, 750 talen. Grote groepen moslims, christenen en hindoes; afscheidingsbewegingen in het noorden (Molukken), oosten (West-Papoea) en westen (Atjeh). Als politiek zoals het bedrijfsleven zou werken, zou je geen CEO vinden die deze klus wil klaren. Geen eer aan te behalen, veel te groot afbreukrisico.

Lange tijd was het deksel op de pot houden dan ook het devies in de Indonesische politiek. In de eerste 53 jaar van onafhankelijkheid versleet het land slechts twee presidenten. Pas toen Soeharto in 1998 aftrad nadat hij vakkundig de Indonesische economie om zeep had geholpen, werd er eindelijk gehoor gegeven aan de roep om een democratische politiek.

En die democratie is er nu. Of beter: die is er aan het komen. Geen enkel ander systeem vergt zoveel onderhoud als een democratie, het is een traag en voortdurend proces. Wij deden er bijna zeventig jaar over om iedereen stemrecht te geven en daarbij vergeleken maakt Indonesië grote sprongen. Het feit dat een burgeroorlog al die tijd is uitgebleven en dat democratisch verkozen presidenten het accepteerden als ze even later democratisch te verstaan werd gegeven hun biezen te pakken, geeft aan dat er veel respect is voor de democratische regels onder zowel de bevolking als de politiek.

Indonesië kent een combinatie van een presidentieel systeem met een evenredig vertegenwoordigd parlement. Deze mengvorm komt ook in andere landen voor, zoals in Latijns-Amerika. De president wordt apart verkozen (in juli) en heeft daarmee een eigen mandaat, waardoor hij niet hoeft op te stappen als hij steun in het parlement verliest, zoals in Nederland wel het geval is met de premier.

140204_CW2
Het voordeel hiervan is dat kabinetten stabieler zijn dan bij ons, maar er ontstaan grote problemen als het volk een parlement kiest dat niet past bij de president, of andersom. De huidige president, Susilo Bambang Yudhoyono (beter bekend als SBY), moest in zijn eerste kabinet dan ook ambtspersonen uit acht(!) partijen verzamelen om van genoeg steun in het parlement verzekerd te zijn. Hij heeft er inmiddels twee termijnen opzitten en kan niet herkozen worden. Hij laat een land achter dat de laatste jaren aardige economische groei doormaakt, maar waar armoede, werkloosheid, corruptie en mensenrechtenschendingen nog altijd grote problemen zijn. De Indonesiërs doen er goed aan hun parlement en president van dezelfde politieke kleur te kiezen, anders ligt stilstand op de loer.

Kees Blom houdt ons de komende tijd op de hoogte van de parlements- en presidentsverkiezingen in Indonesië, die in april en juli dit jaar zijn.