De Eerste Kamer is in meer dan 100 jaar tijd te weinig veranderd

De Eerste Kamer wil een onderzoek naar hun bestaansrecht. Daarom wordt er een staatscommissie in het leven geroepen. Het idee, frappant genoeg van voormalig VVD-senator Loek Hermans, kreeg steun van een meerderheid van de Eerste Kamer. Echter, dit onderzoek komt veel te laat. De Eerste Kamer had al veel eerder mee moeten groeien met haar tijd.

Het eerste bommetje onder de Eerste Kamer werd gelegd door VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer Halbe Zijlstra, die zich hardop afvroeg waarom ze in de Oude Zaal op het Binnenhof toch steeds kabinetsplannen afkeuren. Zijlstra leek daarmee te zeggen dat de overkant geen politiek mag bedrijven. Dat lijkt me een onzinnig argument. De Eerste Kamer heeft juist een controlerende taak, zo is ons altijd geleerd. Dat is het bestaansrecht van de Eerste Kamer. Waarom mogen senatoren geen wetten afkeuren?

Het werkelijke probleem van de Eerste Kamer wordt nooit aangekaart. In het debat over het bestaansrecht van de Senaat wordt nauwelijks gesproken over de ontstaansgeschiedenis ervan. En dat is zonde, want dat zou voor een hoop verheldering zorgen.

De Eerste Kamer is min of meer de Nederlandse variant van de Britse House of Lords; alleen de allerrijksten konden er in plaats nemen. De liberale staatsman Thorbecke laakte het instituut al in 1840, nog voor de stille revolutie van 1848. Hij noemde de Kamer ‘zonder grond en doel’. Thorbecke gebruikte in 1848 echter bestaande instituties om de parlementaire democratie te introduceren in Nederland. De Eerste Kamer werd bijvoorbeeld getrapt gekozen door de provincies in plaats van door de koning.

Gek genoeg is er sinds die tijd nauwelijks iets veranderd in Nederland. Waarom is het zo moeilijk geweest om van het gebaande pad af te wijken? Zijn we in Nederland meer gehecht geraakt aan parlementaire traditie dan aan democratische ontwikkeling?

De Eerste Kamer had al veel eerder moeten evolueren. Nu is iedere verandering zo ingrijpend dat het de democratische waarden kan aantasten. We zijn te veel gehecht geraakt aan de controlerende taak van de Senaat. Democratische vernieuwing hoort in geleidelijke stappen te gaan. De grondwetswijziging van 1848 was een aanzet en geen definitieve invulling van de Nederlandse democratie.

Foto: Rijksvastgoedbedrijf / Corne Bastiaansen.