Zorgbestuurders slaan zichzelf knock-out

Ze hingen als beroepsgroep al een tijdje in de touwen. Een jarenlang bal van medische missers, schendingen van het beroepsgeheim en faillissementen heeft het imago van de gemiddelde ziekenhuisbestuurder weinig goed gedaan. De Nederlandse Vereniging van Zorg Directeuren (NVZD) spant nu een kort geding aan tegen de staat om te voorkomen dat ze hetzelfde of zelfs nog minder dan een minister gaan verdienen. Een schoolvoorbeeld van een haatcampagne. Maar dan tegen jezelf.

Op 13 november heeft de Eerste Kamer de nieuwe Wet Normering Topinkomens goedgekeurd, waarin is vastgelegd dat bestuurders van semipublieke instellingen vanaf 1 januari maximaal nog 130 procent van een ministersalaris mogen verdienen. Dat is zo’n € 190.000,-. De NVZD vindt dat bij monde van woordvoerder Ewoud Nysingh principieel onjuist: “Zorginstellingen zijn private rechtspersonen, geen publieke instellingen. Daarom is het niet aan de overheid om normerend op te treden.”

Dat is een interessante stellingname in een ‘markt’ waarin (1) het leeuwendeel van de inkomsten wordt opgebracht in de vorm van wettelijk bepaalde premies via de salarisstrook en een verplichte basisverzekering, waarin (2) de omzet jaar na jaar stevig groeit en waarin (3) er maar zeer beperkt risico op vraaguitval geldt omdat de meeste zorgconsumptie geen vrije keuze is. De veelbesproken marktwerking in de zorg is dan ook niet in de eerste plaats gericht op winst maken over de rug van patiënten, maar op het verbeteren van de efficiëntie en de kwaliteit van de zorg.

Dan kun je als NVZD voor de rechter een heel nummer maken van je juridische status als private rechtspersoon, maar de man in de straat (die al die salarissen moet opbrengen) heeft daar geen boodschap aan. Die ziet hier een klassiek loonconflict tussen werkgever (de minister die 75% van de Balkenendenorm verdient) en werknemers (die tot wel 125% van diezelfde norm verdienen). En in dit geval zijn het eens niet de werknemers die op sympathie of steun hoeven te rekenen. De vakbonden zijn namelijk al een tijdje druk met de lonen en arbeidsvoorwaarden van de zogenaamde ‘handen aan het bed’.

Ik ben al jaren regelmatig aanwezig bij focusgroepen over tal van maatschappelijke vraagstukken. Eén van de hardnekkige trends – welk onderwerp er ook voor ligt – is een toenemend wantrouwen ten opzichte van bestuurders. De kloof tussen politiek en maatschappij is slechts een klein scheurtje in de polder vergeleken met de Grand Canyon die mensen tussen zichzelf en bestuurders van onderwijs-, zorg- en andere als ‘publiek’ gepercipieerde instellingen voelen. Alleen directeuren van goede doelen scoren nog lager.

Het gaat dan niet alleen om het (al dan niet vermeend) falen van ‘die hoge omes’. Mensen begrijpen ook gewoon niet wat je met al dat geld moet. Als we even teruggaan naar onze zorgbestuurders; krijg je nou echt je eigen huishoudboekje niet op orde als je terug moet naar € 190.000,- per jaar? Dat geeft dan weinig vertrouwen in je vermogen om de financiën van een ziekenhuis of een verpleeghuis te runnen.

Zelfs al ziet de juridische weg er nog zo rooskleurig uit voor de NVZD, ik zou haar toch adviseren om zich de publieke afgang te besparen. Ga gewoon akkoord met dat nog altijd vorstelijke nieuwe salaris en stort alle gedorven inkomsten in een gezamenlijk fonds gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de zorg, het voorkomen van medische missers, en het uitkeren van schadevergoeding bij calamiteiten. Ik zie de krantenkoppen al voor me: ‘Zorgbestuurders investeren eigen salaris in betere zorg’.  Geloof me, dan kunnen jullie veel ongestoorder genieten van de € 15.833,- per maand die overblijft.

 

Maarten van Heems
Maarten van Heems is partner bij BKB en fervent wielrenner. Hij werkte aan campagnes voor onder meer KNVB, Alliander, ministerie van SZW, Movember en Tibet. Maarten doet de Europese PR voor Junkie XL en geeft campagne- en communicatietrainingen in Oost-Europa, het Midden-Oosten en Zuid-Afrika. Hij studeerde eerder Geschiedenis in Amsterdam en Russisch in Odessa.