Zeven lessen van onze campagnetraining in Georgië

Met collega’s Bianca en Eva en Sybren van GroenLinks was ik in Georgië om oppositiepartijen te trainen in campagnes en online campagnestrategieën. In een tweedaagse campagnetraining ontmoetten we campaigners uit zeven verschillende oppositiepartijen, leerden we over hun ervaringen met politiek in Georgië, aten we chinkali, dronken we wijn gerijpt in aardewerken potten en stonden we versteld van de schoonheid van Tbilisi. Hier zeven dingen die mij opvielen.

Voor vertrek lees ik dat Georgië tijdens de Sovjet-overheersing het California van de USSR werd genoemd. Het land heeft glooiende heuvels, vruchtbare grond, is ’s zomers warm en is een vast vakantieoord voor menig Armeniër, Azerbeidzjaan, Rus, Turk en Israëliër. In Tbilisi zien we in architectuur, cultuur en eten invloeden van de Perzische, Byzantijnse, Ottomaanse, Russische en Sovjet-overheersers terug. Georgië ligt precies tussen Europa en Azië in.

Je kent Georgië misschien van de Rozenrevolutie in 2003, toen duizenden Georgiërs onder aanvoering van Mikheil Saakasjvili door de straten van Tbilisi naar het regeringsgebouw marcheerden om daar de eerste democratisch gekozen president van na de onafhankelijkheid vreedzaam af te zetten. Of van Sandra Roelofs, de Nederlandse vrouw van Saakasjvili die 10 jaar First Lady of Georgia was. Of van Nino, de prinses uit Kurban Saids wereldberoemde boek Ali en Nino. Of van de mannenkoren (zoals deze). Of als het land van multimiljardair Bidzina Ivanishvili die weliswaar geen premier meer is, maar nog steeds alle touwtjes in handen heeft achter de schermen (en die naar verluidt eeuwenoude bomen uit heel Georgië laat ontwortelen en via de rivieren naar zijn eigen tuin laat vervoeren. Echt waar).

1. De democratie in Georgië ziet er onder het oppervlak heel anders uit dan boven het oppervlak
Georgië heeft sinds haar onafhankelijkheid in 1991 een meerpartijendemocratie. Sinds de Rozenrevolutie in 2003 is corruptie afgenomen en zijn de straten van Tbilisi veiliger dan ooit. Onze partners in Georgië, directeur Levan en programmamaker Salome van het Netherlands Multi Party Institute for Democracy (NIMD), liepen allebei mee in de Rozenrevolutie en kennen de Georgische politiek van binnen en van buiten. De verkiezingen van afgelopen jaar verliepen zonder geweld, de media zijn in principe vrij te zeggen wat ze willen. Er is wel nepotisme en corruptie, maar in grote lijnen gaat het beter met Georgië dan vroeger, en functioneert de democratie. Dat is uitzonderlijk voor de regio.

“En toch zijn er veel redenen tot zorg,” vertelt Levan ons na de eerste van onze trainingsdagen in Tbilisi. In oktober 2016 versloeg Georgian Dream, een socialistische populistische partij van eerder genoemde miljardair Ivanishvili, de heersende United National Movement (opgezet door Mikheil Saakasjvili), met een grote meerderheid. “De banden tussen de zittende regering en de kerken, alle publieke scholen en de grote bedrijven zijn sterk. De media zijn ook zeer gepolariseerd.” Naast de staatstelevisie heeft de zittende regering nauwe banden met de andere tv-zenders, en nepotisme speelt ook hier een rol: zo is de zoon van multimiljardair Ivanisjvili (een van de kopstukken van Georgian Dream) eigenaar van een van de netwerken. “In theorie is de pers vrij en mogen we zeggen wat we willen, maar de grote kanalen zenden met name twee boodschappen uit: die van de regering (en dus zittende partij Georgian Dream), en die van de oppositie.”

2. In de trainingszaal zit vooral oppositie, en die heeft het moeilijk
Op dag twee schuift een stil meisje aan die bij Georgian Dream blijkt te horen. Maar eigenlijk praten we vooral over oppositie voeren met de overige partijen. We trainen de zeven aanwezige partijen in een prachtig zaaltje in het hippe deel van Tbilisi (je waant je er in Brooklyn). Er zitten zo’n 15 man in een U-vorm bij elkaar, tussen de 25 en 35 jaar, en allemaal blijken ze maximaal twee jaar in de politiek te werken. De huidige regering bestaat uit één partij: Georgian Dream. Die heeft nu 115 van de 150 zetels in het parlement. Die grote winst zit hem in het feit dat het tweedelige verkiezingssysteem een soort winner takes all tot gevolg heeft, waardoor de oppositie nauwelijks slagkracht heeft.

Zo ongeveer al het zetelgeld zit dus ook bij de winnaar. “Dan is de oppositie ook nog behoorlijk gefragmenteerd,” vertelt Levan ons. Dat zien wij ook terug in onze trainingsruimte: van de zeven oppositiepartijen zijn er drie nieuw afgesplitst sinds de vorige verkiezingen. Er zijn zelfs politici overgestapt naar een andere partij, terwijl ze juist op die partij zoveel kritiek hadden voor de verkiezingen. “Tel daarbij op dat er ieder jaar wel verkiezingen zijn: parlementsverkiezingen, presidentsverkiezingen, lokale verkiezingen. Dat is een gevaar omdat de partijen zich niet weten te verduurzamen, geen vaste aanhang lijken op te bouwen, steeds door hollen en weinig aandacht aan een permanente visie en structuur geven.”

georgie%cc%88-2

3. De machteloosheid doorbreken is een rode draad door de training
Bianca en ik vertellen op de eerste ochtend over het belang van goed onderzoek voor je campagne: over focusgroepen, interviews en surveys, en online onderzoek. Er gaat een hand omhoog. “Wij doen geen onderzoek omdat het te veel geld kost om bureaus in te huren die dat professioneel doen en als het niet professioneel kan, dan doen we het niet.” Het is de eerste van vele keren dat het borrelend cynisme van de aanwezigen boven het oppervlak verschijnt. Omdat er geen geld is, kunnen we helaas geen vrijwilligers bij elkaar krijgen. Je gaat vrijwilligers toch niet vragen op pleinen te staan om mensen te overtuigen? Mensen zijn alleen geïnteresseerd in de leider van de partij. En e-mails versturen we niet, want mensen openen die toch niet. De machteloosheid is van hun gezichten af te lezen, men voelt zich uit het veld geslagen door de enorme winsten van Georgian Dream. “Campagnes hebben bijna altijd een tekort aan geld en tijd,” zeggen wij. Don’t let perfect be the enemy of good: ook zonder geld kun je heel ver komen.

4. Online campagnes: focus op Facebook, veel te veel content
Georgiërs zijn superactief online en zitten voornamelijk op Facebook (zo’n 2 tot 2,5 miljoen van de 4 miljoen inwoners zijn maandelijks actief). En daar zijn alle partijen flink aanwezig: het is de focus van iedere campagne, ze hebben grote communities en maken veel content. Héél veel content. Sommige partijen plaatsen meer dan 60 berichten per week. De algemene campagnestrategie lijkt te zijn: zoveel mogelijk volgers (ook nepvolgers en trollen) en zoveel mogelijk posten op Facebook en dan afwachten. Het is natuurlijk gezien de beperkte budgetten slim om te focussen op een kanaal. Dus beginnen we met uitleggen dat veel posten niet veel bereik en effect sorteert, het ruïneert zelfs je organische bereik, vertellen we.

De les komt aan. We praten door over de content: wat werkt volgens de deelnemers goed op Facebook? Jongerenpartij Girchi vertelt over de techno die ze onder video’s zetten om jongeren te bereiken, en over de Facebook Live-video waarin zij wiet plantten die viral ging. De Republican Party of Georgia maakte een video waarin zij de opkomende homofobie aanvielen. “Let op: ondertitel je Facebook-video’s altijd! Zo’n 85 procent van alle Facebook-gebruikers heeft geen geluid aan als ze een video kijken,” vertelt collega Eva. “Die horen dus ook geen techno,” voegt Sybren met een schuine blik naar de jongerenpartij toe.

5. Hoe belangrijk je grassroots strategie is, helemaal als je geen geld hebt
De lokale verkiezingen komen eraan in Georgië. Sybren praat een ochtend lang met de groep over de grassrootscampagne die hij hielp opzetten bij GroenLinks. We werken alle vier hard de machteloosheid te doorbreken, misschien juist wel op dit onderwerp: zonder geld is het des te belangrijker goed te weten hoe je mensen mobiliseert en inzet voor je campagne. En daarvoor is een ijzersterke boodschap nodig, urgentie, humor, aandacht, en discipline. Op dag twee lijkt het te lukken: de deelnemers bedenken crowdsourcingacties, petities om e-mailadressen te verzamelen, en andere manieren om meer van mensen te vragen dan alleen hun stem. Later vertelt een deelnemer me dat het voorbeeld van GroenLinks veel hoop geeft. Dat is ook een kleine partij die tegen de stroom in grote dromen heeft waargemaakt.

georgie%cc%88-3

6. De anti-corruptiepartij wint
We delen de groep op in drie fictieve partijen waar zij een campagnestrategie voor moeten maken: een ouderenpartij, een groene partij en een anti-corruptiepartij. Het is opvallend hoezeer alle deelnemers, ondanks hun onderlinge ideologische verschillen, het eens zijn over de relevantie van de fictieve anti-corruptiepartij. Zo gelaten als ze zijn over de corruptie en het nepotisme in eigen land, zo gepassioneerd zijn ze over de fictieve partij: de actuele voorbeelden, verhalen, acties en hoeveelheid potentiële kiezers vliegen ons om te horen.

7. Georgiërs zijn net Nederlanders
Voor, tijdens en na de training verbaas ik me over hoe zeer ik me gelijk thuis voel in Tbilisi. Het kost me even om te realiseren hoe dat komt. Ik mag graag geloven dat Nederlanders bovengemiddeld direct zijn (toen ik een jaar in Amerika woonde, leidde dat best vaak tot ongemakkelijke situaties). In Georgië voel ik direct die klik met iedereen die we ontmoeten: ze zeggen gewoon waar het op staat, zijn eerlijk en open. De deelnemers discussiëren elkaar regelmatig de tent uit en zijn niet bang kritisch te zijn over onze theorie (“Leuk en aardig, die focus op hoop en transparantie bij de campagneboodschap, maar ik weet in mijn werk dat leugentjes vaak goed werken. En in Georgie is het nou eenmaal zo dat negative campaigning het best werkt.”) En bot. (“SIT DOWN AT YOUR TABLE HERE’S THE MENU DO YOU WANT TEA? NO TAKE THE COFFEE THAT’S MUCH BETTER.”) En daar houd ik wel van. Minder Nederlands is, ondanks de directheid, de enorme gastvrijheid. Er wordt geweldig voor ons gezorgd.

Hoop
Het verkiezingssysteem aanpassen of als oppositie de handen ineenslaan en anti-corruptie tot centraal onderwerp van de verkiezingen maken, dat is wat nu hard nodig is om Georgië een volgende stap vooruit te laten zetten. Dat was in 2004 de hoofdboodschap van de United National Movement, de partij van voormalig premier Saakasjvili (je weet wel, met die Nederlandse vrouw). De huidige UNM bekommert zich als klein geworden oppositiepartij echter vooral om onware roddels die rondgaan over de partijtop (“Ze maken de mensen wijs dat onze leider een hond in de tuin heeft die kinderen op eet!”), zo lijkt het.

Met lokale verkiezingen in het vooruitzicht staat de oppositie voor grote uitdagingen. Maar in 2003 lukte het een kleine partij ook een revolutie te starten. En de eensgezindheid die op dag 2 ontstaat tussen de deelnemers, hun creativiteit en de plannen die ze maken om de vele obstakels in Georgische context in hun fictieve partijen te overkomen, biedt hoop.

georgie%cc%88-4

Met dank aan Eva van Rijnberk, Bianca Pander en Sybren Kooistra.

Foto’s: Loeki Westerveld.