Wielrennen: tijd voor trots in plaats van schuldgevoel

Afgelopen zaterdag was ik wel bij de Tourstart in Düsseldorf en Jan Ullrich niet. ’s Werelds grootste wielerwedstrijd keerde na 30 jaar terug op Duitse bodem en de enige Duitse Tourwinnaar ooit was niet welkom.*

tour-start

Der Jan bekende weliswaar zijn dopinggebruik, maar betuigde nooit spijt. De Duitse media zwelgen sindsdien in zelfmedelijden over dit ‘verrat’ en de ASO, organisator van de Tour de France, had er kennelijk veel voor over om de Duitse markt te heroveren. Vanuit commercieel oogpunt een begrijpelijke keuze. Maar anno 2017 wordt het tijd dat de wielerwereld haar eeuwige schuldgevoel over doping laat varen en zich er trots op laat voorstaan dat ze probeert de schoonste sport op aarde te zijn.

Ja, u leest het goed, de schoonste sport. Ik kan u niet beloven dat de wielersport dat nu al is. Maar wel dat ze er meer aan doen dan de meeste andere sporten. Daags voor de Tour werd Trek Segafredo-renner Cardoso betrapt op EPO. Ook al heeft hij nog kans dat een B-staal hem vrijpleit, hij werd direct al uitgesloten van deelname aan de wedstrijd waar hij al het hele jaar voor traint. Zero tolerance-beleid van zijn ploeg. Als ook uit de tweede test schuld blijkt, kan hij zich opmaken voor tienduizenden eenzame trainingskilometers (letterlijk) voor hij weer eens aan de start van een wedstrijd mag verschijnen.

De pavlovreactie van veel media en volgers is dan dat wielrennen nog steeds een sport van valsspelers is en dat er een luchtje zit aan zijn ploeggenoten Contador en Mollema. Wielrenners zijn schuldig tot het tegendeel is bewezen. In mijn ogen laat het juist zien dat er veel wordt gecontroleerd en hard wordt opgetreden als iemand over de schreef gaat.

De grens tussen doperen en prepareren is dun in de topsport. Zeker in de zwaarste sport die er is. Ik stond zaterdag naast het startpodium van de tijdrit. De renners starten dan een voor een en zodoende heb je steeds een minuutje om ze eens goed te bekijken. Ze komen in alle soorten en maten en van over de hele wereld, maar er was er niet een bij, van wie we niet de ribben konden tellen.

Anorexia staat nu eenmaal niet op de dopinglijst. Allerlei middelen die het lichaam sneller doen herstellen na een zware inspanning wel. Kennelijk vinden we discipline aan de eettafel beter dan toewijding op medisch vlak. Over dit soort keuzes valt te twisten. Maar buiten kijf staat dat de naleving van deze keuze hard wordt gecontroleerd binnen de wielersport.

Het heeft er dan ook alle schijn van dat de gemiddelde hedendaagse renner drugs en bloedzakken laat staan – er is geen sport waarin zoveel wordt gecontroleerd en Cardoso is intussen echt de uitzondering, niet de regel. Maar door Jan Ullrich te weigeren bij de Grand Départ wordt onbedoeld juist gesuggereerd dat er nog altijd reden is tot argwaan, tot angst. Het geeft de indruk dat er nog spoken te verjagen zijn, een vloek te bezweren.

Alsof zijn aanwezigheid het bewijs zou zijn dat er niets is veranderd. Alsof dat groen licht zou geven aan de huidige generatie renners om weer massaal met injectienaalden in de weer te gaan. Hoog tijd dat het wielrennen in haar positionering van dopingsport gaat naar kampioen strijd tegen doping. Er is ondertussen wel weer ruimte voor een ander verhaal. Zelfs in het door Ullrich zo gekrenkte Duitsland stonden de fans dit weekend immers weer vijf rijen dik langs het parcours.

* Jan zelf ontkende later tegenover de NOS dat hij niet uitgenodigd was. Hij zou de verjaardag van zijn dochter hebben laten voorgaan. Maar het feit dat hij een dag later wel in een garage langs het parcours stond en zijn opmerkingen over de Duitse media in dit artikel laten mijns inziens duidelijk zien welk verschil er zit tussen uitgenodigd worden en echt welkom zijn.

Reacties

blog comments powered by Disqus