Waarom buitenlands beleid in verkiezingen geen rol speelt, maar het wel zou moeten

Het ontbreken van een prominente rol van buitenlands beleid in verkiezingen is niet uitzonderlijk. Hoewel het laatste kabinet Balkenende viel over een kwestie van buitenlands beleid speelde dit onderwerp ook in de verkiezingen in 2010 geen rol. Ook in de recente verkiezingen in Frankrijk had buitenlands beleid geen prioriteit. Als het al ter sprake kwam was het in de context van de economische crisis. Een paradox voor een land dat een leiderschapsrol opeist in Europa en de wereld. Aanvankelijk deed kandidaat Sarkozy nog wel zijn best, maar al snel bleek het niet te werken en ging hij op de nationalistische toer met onderwerpen als halal vlees en immigratie.

Het is ten minste opvallend. De Nederlandse economie is enorm afhankelijk van wat in de directe en minder directe omgeving gebeurt. Nederland is een van de meeste geglobaliseerde economieën ter wereld. Ons land staat al jaren in de top 5 van de globaliseringsindex van het Zwitsers Economisch Instituut KOF. Het probleem van Nederland tijdens deze economische crisis, is dat Nederland vooral exporteert naar Europese economieën die het momenteel moeilijk hebben. We richten ons niet op de snelgroeiende opkomende economieën. Dat doet Nederland met haar buitenlands beleid evenmin. Ook deze landen hebben een verantwoordelijkheid als het gaat om internationale crises in de Arabische regio en Afrika.

Veel buitenlands beleid vindt plaats in EU-verband. De eurocrisis heeft ervoor gezorgd dat de aandacht van de EU aanvankelijk was afgeleid, maar nu nauwelijks van betekenis meer is in een snel veranderende wereld. De scorekaart van de Europese denktank ECFR laat zien dat op alle fronten, of het nu gaat om de relaties met China, Rusland en de VS, de Arabische regio of de nabije buren op de Balkan, de EU onvoldoende heeft gepresteerd. In het jaar daarvoor was al merkbaar dat de EU steeds meer aan invloed verliest, vooral binnen de VN. Kon de EU eind jaren negentig binnen de VN nog rekenen op 70% steun voor stemmingen over mensenrechtenresoluties, nu stemmen doorgaans meer dan honderd landen tegen Europese voorstellen.

Door de eurocrisis is ‘soft power’ (de inzet van diplomatieke en economische middelen waarmee veiligheid, mensenrechten, vrije handel en duurzame ontwikkeling op krachtdadige wijze kan worden gepromoot) verloren, is verdeeldheid verdiept en stappen nieuwe leiders als Zweden en Polen naar voren. Tegelijkertijd wordt Nederland samen met Italië op een zestal onderwerpen een ‘slacker’ genoemd. Dat is een niveau lager dan Griekenland en Cyprus. Onder andere op het gebied van de relaties met de Balkan, het Midden-Oosten en Rusland.

Of de verkiezingen hier op 12 september 2012 nu gaan over de economische crisis of over Europa zoals sommige partijen dat wensen, in beide gevallen ontkom je niet aan buitenlands beleid. Voor een open economie als de onze, is een actief buitenlands beleid noodzakelijk. Het is evident dat de problemen van deze tijd, klimaatverandering, economische crisis en polarisatie, alleen kunnen worden opgelost door internationaal samen te werken. In onze geglobaliseerde wereld stopt de politiek niet bij de grens. Een regering die in een globaliserende samenleving de belangen van eigen burgers dient, moet mondiale vooruitgang centraal stellen. Klimaatverandering, internationale veiligheid, de financiële crisis en culturele polarisatie zijn grote problemen die invloed hebben op Nederland.

Er valt dus wel degelijk wat te kiezen. Van de blik naar buiten en de luiken open tot een terugkeer achter de dijken, van meer tot minder Europees en van blijvende steun voor ontwikkelingssamenwerking tot het afbreken daarvan. Dit alleen al laat zien dat van een jarenlange -in meer of mindere mate- consensus over het buitenlands beleid geen sprake meer is.

In elk geval heeft het ‘slacker’ kabinet Rutte-Verhagen met gedoger Wilders ervoor gezorgd dat voordat Nederland een andere rol kan spelen, de nodige relaties hersteld moeten worden.