Waar is de boodschap vanuit Gezipark gebleven?

Met de roltrap vanuit het metrostation rollen we langzaam omhoog tot we midden in het Gezipark in Istanbul staan. Het park dat zes maanden geleden nog het strijdtoneel was tussen demonstranten en de Turkse politie. In de weken die volgden vulden het plein en omringende straten zich met traangas, terwijl de demonstranten zich terug trokken in de steegjes. Zodra de lucht wat was geklaard, bewogen ze weer richting plein. Een paar weken lang was dit de manier waarop de stad ademde. Nu is het rustig. De strijd is immers gestreden, het park maakt geen plaats voor een winkelcentrum. Of niet? Om het park liggen nu grote betonnen platen waardoor het Taksimplein nu wordt overheerst door voetgangers en niet door auto’s. Het is er niet gezelliger op geworden met al dat beton.

De demonstraties in Gezipark begonnen als roep om behoud van het park, maar al gauw vulde het plein zich met strijders van allerlei soorten en maten. Studenten, communisten, nationalisten, Koerden, feministen, homo’s en voetbal hooligans zagen in het plein ook een plek om hun boodschap te etaleren. En zo werd het veel meer dan een strijd om behoud van het park, dat overigens esthetisch niet veel indruk maakt. Het werd een protest tegen het bewind van premier Erdogan, elke groep met zijn eigen verhaal. En dat blijkt meteen het probleem in de nasleep van de demonstraties. De verschillende bewegingen weten zich eigenlijk niet te verenigen, hun kleur en ideologie verschillen te veel van elkaar. En zo lijkt de strijdbaarheid van toen op het plein plaats te hebben gemaakt voor een afwachtende houding in aanloop naar de verkiezingen in 2014. Turkije kiest dan een nieuwe president, maar ook zijn er lokale verkiezingen.

Voor zowel de demonstranten uit het park als de oppositiepartijen in het Parlement is het lastig de grote massa in de rest van Turkije te bereiken met hun verhaal. Erdogan heeft de touwtjes strak in handen; de staatstelevisie praat uit zijn mond en geluiden van tegenstanders worden meteen in een grootse complottheorie tegen Turkije betrokken. De meer onafhankelijke Turkse televisiezenders zijn misschien toch minder objectief dan ze lijken. Op de avond dat de rellen op het Taksimplein het hoogtepunt bereikten zond CNN Turk de natuurdocumentaire ‘The march of the penguins’ uit. Bizar, ironisch, maar waar.

Turkije heeft een relatief grote middenklasse die gematigd moslim is en geen grote bezwaren heeft tegen het beleid van Erdogan. Dat maakt het bijna onmogelijk een goed alternatief verhaal te hebben voor seculiere oppositiepartijen. Dit werd mooi verwoord door Şafak Pavey, parlementariër voor de grootste oppositiepartij, de CHP, tijdens de BKB Lezing van dit jaar:

‘The period in front of us will show whether Turkey will be part of the Middle East or realign and complete its transformation into a modern society. The heaviest burden falls on us, the main opposition, but we lack the power of the divine. Therefore we need to convince Turkish citizens that the quality of life matters as much in this world as it does in the world beyond. And we must do this while burdened by accusations of turning the public away from religion.’

Geluiden van jongeren die een half jaar geleden in het park stonden, klinken wat hopeloos. Toen nog strijdbaar, nu rijst de vraag wat ze werkelijk kunnen bereiken. Even ging het idee voor een politieke Gezi-partij rond, maar de verschillende groepen hebben geen gemeenschappelijk doel. Er lijkt helaas geen blijvende dialoog op gang gebracht te zijn. De vraag is ook wat ze in hun ‘normale’ leven te verliezen hebben. Hoe urgent zijn hun wensen en dromen? Hoe anders is dat in landen als Egypte en Tunesië? Wat is het grote alternatief? Die zoektocht staat centraal de komende maanden. Ik hou de komende tijd in ieder geval het beton rondom Gezipark in de gaten!