VVD en CDA: kiesdrempel als noodgreep om onze eigen partijen relevant te houden

De Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 heeft nu al een record te pakken: nog nooit deden er zoveel partijen (81) mee aan de verkiezingen.

De kans dat er straks 13 partijen in het parlement verkozen worden, is eveneens niet gering. De gevestigde politiek ziet de bui al hangen: volgens de VVD en het CDA zou het land met zo veel kleine partijen onbestuurbaar worden. De oplossing? Een kiesdrempel. Maar als de VVD en het CDA zo krampachtig willen proberen om hun eigen partijen relevant te houden, mogen ze daar best eerlijk over zijn.

Voor de duidelijkheid: Nederland kent op dit moment geen verhoogde kiesdrempel, maar kent wel degelijk een kiesdrempel. Om een van de 150 zetels te behalen moet je immers 1/150ste van de stemmen krijgen. De kiesdrempel is dus 0.67%. Dit is een van de laagste kiesdrempels ter wereld, waardoor Nederland één van de meest representatieve en inclusieve parlementaire stelsels ter wereld kent. Ieder politiek standpunt maakt in Nederland een gerede kans op een zetel. Niet alleen is er een Partij voor de Dieren, er is zelfs een partij voor vijftigplussers! Een inclusief politiek systeem: het zou zomaar eens de bedoeling kunnen zijn…

Is het een unieke situatie als 13 partijen tot het parlement worden verkozen? Uit figuur 1 hieronder blijkt dat dit niet zo is. Sinds 1963 zijn er altijd negen of meer partijen verkozen. De verkiezingsjaren 1971 en 1972 zijn het toppunt: in beide jaren werden er 14 partijen verkozen. Het kabinet-Den Uyl (1973-1977) bestond zelfs uit vijf partijen (PvdA, KVP, ARP, PPR en D’66) en heeft het bijna vier jaar uitgehouden. Het argument van CDA en VVD dat veel kleine partijen het land onbestuurbaar zouden maken, kunnen we dus in ieder geval van tafel vegen. We hebben meer dan genoeg ervaring met meer dan tien partijen in de Kamer en vele verschillende partijen in het kabinet.

Figuur 1 (klik voor groot):
figuur-1

Wat is dan de reden voor de VVD en het CDA om een verhoogde kiesdrempel voor te stellen? Het antwoord is simpel: meer macht voor gevestigde partijen zoals de VVD en het CDA zelf. Het effect van een verhoogde kiesdrempel is namelijk niet alleen dat het voor kleine partijen moeilijker wordt om toegang te krijgen tot het parlement, maar ook dat de gevestigde partijen met minder stemmen meer zetels kunnen halen. Meer macht zonder meer inspanning; dát is de echte reden voor het voorstel van VVD en CDA.

Figuur 2 (klik voor groot):
figuur-2

Bovenstaand figuur laat zien welk effect de invoering van een verhoogde kiesdrempel zou hebben gehad op de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 (1). Het CDA stelt een verhoogde kiesdrempel van minimaal drie of vier zetels voor, oftewel 2% of 2.67%. In de laatste situatie verdwijnen in ieder geval 50Plus, Partij voor de Dieren en SGP van het toneel. Met het voorstel van VVD, een kiesdrempel van 5%, zouden ook ChristenUnie en GroenLinks geen zetels behalen.

Bij een kiesdrempel van 5% zou de VVD 45 in plaats van 41 zetels behaald hebben. CDA zou er twee extra zetels bij hebben gekregen. En het fijne is: daar hoeven ze dus géén extra stemmen voor te halen. Nul. Zero. He-le-maal gratis. Dat dat ten koste gaat van de stem van ruim een miljoen Nederlanders die op 50Plus, Partij voor de Dieren, SGP, GroenLinks of ChristenUnie, is om het even. Het land is tenminste weer bestuurbaar, en dat is een argument dat wél zwaarwegend en niet te weerleggen is. Of wacht…

(1) Omdat het hier een illustratief voorbeeld betreft, is geen rekening gehouden met de verdeling van eventuele restzetels.

Foto: RVD / Wikimedia Commons.