Vrouw in politiek: Mali geeft het goede voorbeeld

‘Wat? Je kan een vrouw niet als dorpshoofd aanwijzen!’ Een boze man steekt zijn hand op tijdens onze training in Mali over het voeren van politieke campagnes.

Zojuist stelde een vrouw zich kandidaat om de groepsbelangen te vertegenwoordigen als fictieve dorpschef. Richting ons: ‘Jullie buitenlanders snappen blijkbaar niet dat in Mali deze rol altijd door een man wordt vervuld!’ Verschillende vrouwelijke deelnemers antwoorden in onze plaats: ‘U begrijpt blijkbaar niet dat het vanaf nu afgelopen is met deze traditionele rolverdeling.’ De strijd van Malinese vrouwelijke politici in een notendop. Een nieuw quotum steunt deze vrouwen in hun strijd voor politieke representatie. Een strijd die wij, Amsterdamse campagnestrategen, in Mali mochten aanwakkeren.

In de berichtgeving over Mali domineert nieuws over het gewelddadige conflict in het noorden van het land en de VN-vredesmissie Minusma. Afgaande op dit nieuws is Mali een land aan de rand van de afgrond, dat amper zonder buitenlandse inmenging kan. Maar Mali is groter dan het onrustige noorden. In de hoofdstad Bamako heeft het parlement onlangs een vooruitstrevende wet aangenomen. Een quotum dat voorschrijft dat kieslijsten voor lokale verkiezingen minimaal voor 30% uit vrouwen moeten bestaan. Het resultaat van een lang lobbytraject door Malinese organisaties en een stap voorwaarts als je bedenkt dat vrouwen er nu minder dan 10% van de lokale politiek uitmaken.

De representatie van vrouwen in de politiek is niet alleen rechtvaardig, het is ook zeer verstandig. Talloze onderzoeken, van onder andere UN Women, tonen aan dat vrouwelijke politici andere keuzes maken dan hun mannelijke collega’s. Ze kijken verder vooruit en investeren in langetermijnprojecten die duurzame verbeteringen opleveren in onderwijs, infrastructuur en gezondheidszorg. Daarnaast streven vrouwen naar beleid dat nadrukkelijk opkomt voor andere vrouwen, kinderen en gehandicapten.

Op het eerste gezicht lijkt Mali wellicht niet het meest aangewezen land om met zo’n quotum te experimenteren. Zoals in veel landen uit de regio hebben vrouwen formeel gezien zeer weinig rechten. Huwelijken worden vaak gearrangeerd. Besnijdenis en geweld tegen vrouwen zijn wijdverbreid. Maar Malinese vrouwen genieten wel degelijk veel respect. Als bindmiddel van de samenleving, als de hoeder van Mali’s jongste generatie en als de meest betrouwbare raadgever van hun man.

Er is geen standaardroute naar vooruitgang en emancipatie. Het gaat met horten en stoten en ieder land creëert zijn eigen weg. En terwijl wij ons in het Westen doodstaren op de oorlog en op de onderdrukte positie van de vrouw, staan de Malinese vrouwelijke politici te springen om gebruik te maken van de nieuwe wet waardoor zij toegang krijgen tot het politieke domein. Ze trainen in debatteren, ze leren hoe ze een campagne opzetten en ze bouwen aan onderlinge solidariteit. Want zij realiseren zich maar al te goed dat ze ondanks hun verschillende politieke overtuigingen, gezamenlijk werk zullen moeten maken van emancipatie en vrouwelijke deelname aan de politiek.

Er is nog een hoop te doen voor de deelnemers aan onze trainingen. Het quotum geeft deze vrouwen een steun in de rug. Wanneer ze erin slagen de wet in de praktijk te brengen, zijn ze niet langer afhankelijk van mannen om hun positie verbeteren en kunnen ze zelf strijden voor de kwesties die zij belangrijk vinden. Zo kan Mali als voorbeeld voor de regio fungeren. De overtuiging en leiderschapskwaliteiten die ‘onze vrouwen’ aan de dag legden tijdens de training beloven veel goeds. Een kant van Mali die, naast al het noordelijke geweld, zeker de aandacht van westerse politici en media verdient.

Tessa Hagen en Noortje Jacobs zijn campagnestrategen bij campagnebureau BKB. Ze reisden in opdracht van het CMDID (Centre Malien pour le Dialogue Interpartis et la Démocratie) naar Mali om 80 vrouwelijke politici te trainen in campagne voeren. Dit artikel verscheen eerder in Het Parool (Blendle-link).