Verkiezingen winnen? Maak ruimte voor bevlogen jongeren!

Ik heb twee landelijke campagnes van binnenuit mogen meemaken. Sinds de eerste hunker ik vrijwel elke dag nog naar hetzelfde gevoel. Een stap naar een betere wereld. Hoop. Een rol spelen in iets groters. Overwinning. Dat gevoel. Na de tweede campagne kwam ik in aanraking met de depressie van de verliezer. De stroeve strijd en nooit een stap die je verwachtingen overtreft. Slechte beslissingen en de onvermijdelijke teleurstelling die daarvan het gevolg is.

Groen Links

Dat ultieme, verslavende gevoel van overwinning ervaarde ik een aantal jaar geleden. In de zomer van 2008 werkte ik aan change you can believe in. Ik werkte voor Obama. And boy did I believe. Elke dag van tien tot tien stond ik buiten vrijwilligers te ronselen, of binnen de data bij te houden en de activiteiten van de volgende dag uit te denken. Het was op en top Amerikaans. Koffie van de Starbucks, lunch bij Subway, eten in een Diner en tussendoor in of op (strip)malls mijn verhaal luidkeels te verkondigen: “jongens, ik kom helemaal uit Nederland om dit te doen, doe ook iets!”

Creativiteit
Oké, ik geef toe, dit was natuurlijk de ultieme persoon, de ultieme campagne, de perfecte slogan et cetera et cetera. Althans op dat moment. Natuurlijk was het een succes en natuurlijk liep die campagne goed. Maar desalniettemin de les: wat voor godsonmogelijke dingen je wel niet voor elkaar kan krijgen met (vele) goede mensen – met name jonge vrijwilligers – die met creativiteit, inzet en een positief verhaal mensen zo ver krijgen om op Obama te stemmen.

In Virginia, een staat met zo’n 5 miljoen stemmers en één van de belangrijkste staten tijdens de verkiezingen, kregen we het voor elkaar honderdduizenden nieuwe mensen te registreren voor de verkiezingen. Mensen kregen een belletje in de week voor de verkiezingen (“niet vergeten hè, en heeft u hulp nodig?”), stemmers kregen hulp om het stemhokje te vinden en bereiken, en met particuliere donaties zijn een heleboel knaken binnengekomen. Truckloads.

Obama’s shine

Eenmaal terug in Nederland werd ik na een interview in de Volkskrant door onder andere GroenLinks gelederen uitgenodigd om een praatje te houden. Aan mij om te vertellen hoe dat “grassroots” Amerikaanse campagnevoeren werkt. Hoe GroenLinks een beetje van Obama’s shine kan kopiëren.

Wat ik ze vertelde is het volgende: Kom met een krachtig en positief verhaal dat je achterban warm maakt. Val ze lastig. Laat je leden voor je werken – maak die jonge garde enthousiast! –   en vraag om donaties – trek die oudjes leeg! Wees zichtbaar, organiseer evenementen, spreek iedereen aan en vraag om hulp. Sans scrupules. Tot slot: Strak organiseren van boven maar beneden alle ruimte laten voor creativiteit.

De handen op elkaar. “Leuk, leuk” zeiden ze in koor. En vervolgens: “hoe was dat, Obama’s hand schudden. Enuhm, over die vrijwilligers. Dat is wel heel Amerikaans.”

Microtargeting
Vier jaar later werkte ik zelf voor GroenLinks. Op het landelijk campagnebureau zette ik me als vrijwilliger in met het doel op het gebied van kiezersonderzoek en microtargeting GroenLinks vooruit te helpen. Ik merkte dat ik me had overschat: @simonOtjes deed al geweldig kiezersonderzoek. @huubbellemakers was al bezig met ideeën om via social media te communiceren en de terugkoppeling te gebruiken om altijd de betere pitch te testen.

Ik begon aan een poging om de kiezers van Nederland (letterlijk) in kaart te brengen: per gemeente de belangrijkste issues, per postcode het kiezerspotentieel (het aantal GroenLinks leden of historisch aantal GroenLinks stemmers in de wijk, dat soort cijfers), per postcode een inschatting van het type kiezer (rijk of arm, zelfstandige of werknemer, jong of oud. Et cetera). Ik was er amper aan begonnen of ik stond alweer op straat. Als ontslagen vrijwilliger. Nadat ik een baan kreeg bijde Volkskrant was ik niet meer welkom (“een journalist, ook een toekomstig journalist, moet geen toegang hebben tot alles wat hier besproken wordt”). Ik zou pas een half jaar later beginnen bij de Volkskrant. Ja, je proeft enig venijn.

In de maanden hierna verloor GroenLinks zetel na zetel. Uiteindelijk bleven er van de tien zetels vier over. Dat had in mijn ogen – en in de ogen van de GroenLinks commissie die hier onderzoek naar deed – vooral te maken met de publiekelijk uitgevochten interne conflicten (Dibi, anyone?), een onduidelijk verhaal en een onderpresterende lijsttrekker.

Een goed verhaal
Maar toch: ik geloof dat indien dat duidelijke verhaal (een GROEN verhaal, een verhaal over de TOEKOMST, over ECONOMISCHE VERANDERING) er wél was geweest, de partij een hoop jonge mensen had kunnen enthousiasmeren. Een goed verhaal, een flinke oorlogskas voor grassroots campaigning, goedkoop geregelde campagnebureaus in binnensteden en op campussen, overal hippe groene jasjes en een fijne tune (iets met groen, iets hips, iets ruigs, of Bowie of the Stones – die kunnen altijd). Had dat GroenLinks toch nog wat zetels op geleverd?

Na de dramatische verkiezingsuitslag moesten er nog meer vertrekken op het GroenLinks campagnekantoor. De groep die zich met de campagne bezig hield werd gedecimeerd. Het dure grachtenpand en vele, in mijn ogen niet altijd even nuttige, banen bleven behouden. Hoe kan het dat GroenLinks zo’n pand aankocht? Hoe kan het dat de partij de belangrijkste mensen laat gaan?

Lef
Mijn hypothese: slecht bestuur en een onvermogen om sommige krachten (met vaste contracten) te laten gaan. Op die manier maakt een partij zich vanwege het pluche kapot: minder noodzakelijke mensen hebben het prima, willen niet weg en zijn te duur om de deur te wijzen en ruimte te maken voor een nieuwe (jonge) creatieve en bewogen generatie. Juist die generatie die bij Obama het verschil maakte.

Bij dezen een pleidooi voor GroenLinks om toch vooral met een positief verhaal, lef en creativiteit de eerste maanden van de campagne in te zetten om mensen zo gek te krijgen hun vrije tijd in te zetten voor de partij. Maak de bevlogen jongeren onderdeel van de campagne. En een pleidooi voor de versoepeling van het ontslagrecht. Maak ruimte voor die bevlogen jongeren.

Dit verhaal verscheen eerder op de website van de BKB Academie.