U2 onder een bloedrode hemel

Ach, dat geliefde U2… op mijn kantoor luistert geen dertiger, laat staan twintiger meer naar de band, ondanks felle pleidooien van ondergetekende.


It’s no secret ambition bites the nails of success
Every artist is a cannibal, every poet is a thief

‘Ik weet zeker dat ik nooit dichter bij de essentie van U2 ben geweest dan daar op die koude avond in Bugojno,’ schrijft Marco Roelofs over de jamsessie met Bosnische leeftijdgenoten. Samen spelen ze ‘Sunday Bloody Sunday’. Vier, vijf, misschien wel zes keer. De Bosniërs net uit de oorlog, de Heideroosjes vrolijk toerend door Europa met hun groene hanenkammen.

U2 legt de gekste verbindingen. Zo belandde Jaap Visser ooit met Bo Diddley samen op een podium in New York, echt waar, dankzij Bono. The Joshua Tree werd de soundtrack van de grote liefde van Lilian Ploumen en haar echtgenoot. De U2-gebedsdiensten van Jan Andries de Boer verbonden honderden U2-fans misschien wel weer opnieuw aan het geloof. Maar het geloof verbond ook veel mensen aan U2, zoals Martin Visser en Gert-Jan Segers.

U2 was erbij toen mijn generatie opgroeide. Soms bijna dagelijks, richtinggevend. Door wijze lessen te trekken uit het oeuvre en de handelswijze van U2 veranderen devote christenen in kritische gelovigen en worden radicale activisten gematigde idealisten. En soms komt ‘Sunday, Bloody Sunday’ wel erg dichtbij, zoals Manoushka Zegelaar Breeveld beschrijft over het Suriname van de jaren tachtig.

U2 verbindt, maar U2 verdeelt ook. Zelfs in dit boek. Liefhebbers, zelfs devote fans zoals ik, kunnen het niet nalaten ook bijna altijd een kritische noot te plaatsen bij de band waar ze van houden. De controverses rond Bono’s Jezusachtige rol (O, Ingmar Heytze, wat een geestig gedicht), Bono’s continue bemoeienis met de wereld, de omstreden brievenbusfirma’s in Amsterdam, de krankzinnige Apple-deal. Geen fan ontkomt aan morele oordelen, aan een mea culpa voordat de enthousiaste verhalen over de band en haar muziek verteld mogen worden.

In dit boek dus niet alleen maar odes aan een van de grootste en meest invloedrijke bands ooit, maar ook ruimte voor kritiek. Met als klap op de vuurpijl een episch stuk van Eddy Determeyer, de recensent die U2’s eerste optreden (ik zou het per definitie legendarisch noemen) in Vera (Groningen, 1980) beschrijft als ‘teleurstellend’ en die noordelijke bands als de New Adventures en Jan Rots Ratata veel veelbelovender acht dan U2. Vijfendertig jaar later blijkt er niet veel veranderd. Luisterend naar U2 in het kolkende Bercy in Parijs doet het Determeyer nog steeds niets. Anderen, zoals Thomas Heerma van Voss, laten zich stiekem wel een beetje bekeren. U2 was voor hem die vreselijke band die alles vertolkte wat niet goed was in de huidige popmuziek. Tot het besef doordrong dat zijn favoriete nummer, ‘One’ van Johnny Cash, een cover van U2 blijkt te zijn. Dat verandert alles.

Ach, dat geliefde U2… op mijn kantoor luistert geen dertiger, laat staan twintiger meer naar de band, ondanks felle pleidooien van ondergetekende. En ook op kantoor is er altijd weer die discussie over de hypocrisie van de band: grote woorden over een betere wereld, maar wel eigen zakken vullen door middel van belastingontduiking en Apple-deals.

Het zit mij ook dwars, telkens weer. Maar toch. In ‘Acrobat’, een wat obscure fan favorite (nou ja, obscuur, obscuur), zingt Bono: ‘I must be an acrobat, to talk like this, and act like that.’ Het nummer gaat volgens Bono over ‘being a hypocrite and I think we all can be and certainly have been. And you know, you expect very high standards on people in the world but then you don’t live them personally.’

En verdorie, wat raakt hij hier een punt. Wie ben ik, wie zijn wij om U2 langs onredelijk hoge standaarden te leggen? Het doet denken aan de vaak onredelijke verwachtingen die mensen van politici en andere leiders hebben. Waarom zijn we zoveel kritischer op mensen die toch echt in eerste instantie goed willen doen? En waarom vallen we niet de grijze massa aan van zwijgende, zelfverrijkende cynische zakenmensen die niets doen voor de wereld of die zelfs naar de afgrond helpen. Désanne van Brederode beschrijft het mooi in haar prachtige verhaal: ‘Wij zijn veroordeeld tot hoop. Jezelf laten mee-veroordelen: dat is wat ik van U2 heb geleerd en blijf leren.’

Die haat-liefdeverhouding met de band, de lyrische teksten, extatische optredens, die verslavende muziek vol boodschappen, verwijzingen, levenslessen. De splijtzwam die Bono kan zijn, maar ook de verbinder-in-chief. Het is te fascinerend om er niet over te blijven nadenken. Dat deden ook de vijfendertig totaal verschillende mensen die jullie in dit boek tegenkomen. Van dominees tot politici, muzikanten, journalisten, liefebbers, critici. Het resultaat is even divers als dat prachtige oeuvre van U2. Dream Out Loud!

Dit is een voorpublicatie uit het nieuwe boek van BKB-directeur Erik van Bruggen, ‘U2 onder een bloedrode hemel’. Het boek wordt vanavond gepresenteerd in Paradiso Amsterdam. Bestel ‘U2 onder een bloedrode hemel’ nu via Bol.com. We verloten twee exemplaren van het boek. Het enige dat je hoeft te doen, is ons een mailtje te sturen via het contactformulier. We nemen begin volgende week contact op met de winnaars.