‘The question is what Americans can learn from the Dutch!’

Vorige week woonde ik een rally bij van de democratische senator Kay Hagen in Raleigh North Carolina. Bill Clinton was hoofdspreker op dit hoogtepunt van haar herverkiezingscampagne. In de zaal stonden 2.000 man, die allen hun hand opstaken bij de vraag of ze al vervroegd hadden gestemd. De bijeenkomst was dus vooral bedoeld om de eigen vrijwilligers en achterban nog één keer op te poken voor de laatste vier dagen.

Hagen

De Amerikaanse politiek is zo gepolariseerd geraakt dat overtuiging het aflegt tegen mobilisatie. Campagnes worden gewonnen door de partij die er het beste in slaagt de opkomst onder de eigen achterban te bevorderen. De BKB Academici met wie ik de ‘midterm’ verkiezingen volgde, werden voor hun ‘doorknocks’ en ‘phonecalls’ dan ook geïnstrueerd om uitsluitend om hun stem te vragen en geen gesprekken over politiek te beginnen. Hun contactlijsten waren dankzij de losse Amerikaanse privacywetgeving toch al voorgeselecteerd op politieke voorkeur.

In het verlengde hiervan ligt de rol van het grote geld in Amerikaanse verkiezingen. Als er geen inhoudelijk debat is, valt er voor de kandidaten ook weinig aandacht in de vrije media te organiseren. Die aandacht grijpen ze vooral in duurbetaalde reclameblokken. Enkel voor die ene senaatsrace in North Carolina konden Hagen en haar tegenstrever Thom Tillis beschikken over ongeveer $ 100 miljoen. En dat gebruikten ze vooral om elkaar te besmeuren.

Clinton zette de zaal in vuur en vlam met zijn retorische vraag of ze vinden dat ‘Washington te koop’ mag zijn. Maar alle aanwezigen, inclusief Bill zelf, gingen vervolgens lustig door met het bashen van Tillis. Aan het einde van de middag zou je bijna geloven dat de republikein de duivel in eigen persoon is. De campagnegoeroes die we spreken in de dagen die volgen zijn unaniem in hun oordeel hierover. Niemand houdt van negatieve campagnes, maar ze werken altijd.

Als we een paar dagen later in een links café in Washington de uitslagenavond bijwonen gaat er gejuich op bij het nieuws dat hun stadgenoten voor legalisatie van wietgebruik hebben gestemd. Verder hebben ze weinig te vieren. De Republikeinen waren deze ronde in het voordeel qua staten en zetels ‘in play’. Maar het komt hard aan dat de overwinning zo overweldigend is. Ook Hagen heeft haar zetel niet behouden.

Van CNN’s electorale kaarten slaat de schrik je om het hart. Het platteland kleurt republikeins consequent rood en de steden democratisch blauw. Zouden de beide kiezersgroepen elkaar nog wel eens fysiek ontmoeten?

Maar er tekent zich ook een andere ontwikkeling af die zowel bizar als hoopgevend is. Er worden tijdens deze ronde niet alleen poppetjes gekozen, er zijn ook referenda over diverse beleidsterreinen. En wat blijkt: in dieprode staten is er ruime steun voor een aantal progressieve maatregelen zoals het verhogen van het minimumloon. Wellicht toch een teken dat partij affiliatie (steeds meer?) een kwestie is van identiteit in plaats van beleid. En dat er in de ‘bevroren’ Amerikaanse politiek nog wel degelijk beweging zit.

Zijn eigen felle retoriek ten spijt, moet dat de oude meester toch deugd doen. In het gedrang na zijn speech, slaagde BKB Academicus Tijs Heunks erin Clinton aan te schieten over ‘what the Dutch can learn from American politics’. De oud-president antwoordde dat de vraag andersom gesteld moet worden. Hij blijkt een groot bewonderaar van ons vermogen om compromissen te sluiten en samen te werken aan vooruitgang waar iedereen van profiteert.

Deze verkiezingen zijn waarschijnlijk de laatste halte voordat zijn vrouw haar kandidatuur voor het presidentschap bekend maakt. Aan haar de uitdaging om Washington in Hollandser sferen te brengen.