Superseksisme

Afgelopen week werd de campagne Stem op een Vrouw gelanceerd. Naast positieve reacties kwamen er uiteraard ook negatieve reacties. En juist deze negatieve reacties maken duidelijk waarom het nodig is om deze campagne te voeren.

stemopeenvrouw

Het doel van de initiatiefnemers is simpel: meer vrouwen in de Tweede Kamer. Op dit moment is 38 procent van de politici in de Tweede Kamer vrouw. Als we naar de huidige kandidatenlijsten en peilingen kijken, wordt dat straks nóg lager. Stem op een Vrouw wil dit voorkomen door mensen uit te leggen hoe zij tactisch op een vrouw kunnen stemmen. Ook ik stem vaak op de eerste vrouw op de lijst. Dat klinkt goed, maar effect heeft het echter niet. De eerste vrouw op de lijst komt vaak toch wel in de Tweede Kamer.

Daarom kan je beter op een vrouw stemmen die volgens de peilingen net niet in de Kamer zou komen. Met genoeg voorkeurstemmen komt deze vrouw dan wel in de Tweede Kamer, wat uiteindelijk resulteert in meer vrouwen in de politiek. Dit vertaalt zich uiteindelijk in een positiever effect op bepaalde beleidsterreinen en zorgt dat jonge vrouwen ambitieuzer worden in het nastreven van hun carrière. Daarnaast is het een eeuw nadat vrouwen zich verkiesbaar konden stellen tijd voor een meer evenredige verdeling in de Tweede Kamer.

Naast vele positieve reacties, zoals van Eva Jinek, waren er ook negatieve geluiden te horen. Deze reacties kwamen, hoe verrassend, voornamelijk uit de testosteronhoek. Ik wil deze criticasters bedanken, want dit geeft mij de gelegenheid om nog iets dieper in te gaan op de drie meest gehoorde punten van kritiek.

“Mannen ontwikkelen zich politiek meer dan vrouwen in hun leven en daarom is het logischer dat zij doorstoten naar de Tweede Kamer.”

Dit argument werd als kritiek gegeven, maar geeft juist aan waarom het nodig is om deze campagne te voeren. Het laat namelijk de mannencultuur binnen de politiek zien. Op basis van de ervaringen die mannen opdoen, zouden zij geschikter zijn om in de Tweede Kamer plaats te nemen. Als mannen zich daadwerkelijk meer politiek ontwikkelen dan vrouwen, wat overigens te betwijfelen valt (1), komt dit doordat vrouwen in de 100 jaar dat ze verkiesbaar zijn nog altijd harder moeten vechten om een plek in de politiek te bemachtigen. Dat ze harder moeten vechten kan weer worden teruggeleid naar de mannencultuur. Een vicieuze cirkel die doorbroken moet worden.

“Als vrouwen daadwerkelijk een positiever effect hebben op de nationale industrie, betrekkingen met buurlanden, klimaatproblematiek, wetenschap, onderwijs en landbouw, zou dat zich automatisch vertalen in een groter aantal vrouwen in de Kamer.”

Blijkbaar niet dus. Het feit dat vrouwen een positiever effect hebben op deze beleidsterreinen is wetenschappelijk aangetoond en heeft ondanks deze gegevens nog niet geleid tot meer vrouwen in de politiek. Overigens stellen de initiatiefnemers nergens dat vrouwen – ondanks dat ze op deze beleidsterreinen een positiever effect hebben – automatisch betere politici zijn dan mannen. Mannen profileren zich weer op andere beleidsterreinen. En inderdaad, als je de beleidsterreinen waarop vrouwen zich profileren minder belangrijk vindt én dit zou de enige reden zijn om op een vrouw te stemmen, dan zou ik begrijpen dat je niet op een vrouw stemt. Dit is echter een van de redenen die wordt gegeven.

“Er zijn toch al vrouwelijke politieke leiders die als voorbeeld kunnen fungeren?”

Als ondersteuning van dit argument worden vervolgens vijf namen van vrouwelijke politieke leiders genoemd. Gefeliciteerd. U heeft zojuist vijf voorbeelden van vrouwelijke politieke leiders weten te noemen. Zet dit af tegen de mannelijke politieke leiders en deze opsomming is niet veel meer waard. Dat er vijf voorbeelden zijn, is absoluut geen reden om niet nog meer vrouwelijke politieke leiders te willen. “Er staan al vijf windmolens in Nederland, dus waarom zou je er meer willen?” Die vijf windmolens zijn een mooi begin, maar dat betekent nog niet dat Nederland opeens een duurzaam land is, waar alles draait op groene energie. Hetzelfde geldt voor het aantal vrouwen in de Tweede Kamer. Een aantal vrouwen in de politiek is een goed begin, maar dat is geen reden om te zeggen: “38 procent is wel genoeg, meer hoeven we er niet.”

Is het seksisme? Ja, in de meest pure vorm. Is het nodig? Ja. Een eeuw nadat vrouwen zich verkiesbaar mochten stellen kunnen we spreken van een structurele disbalans in de Tweede Kamer. Nu kunnen we wel weer specifiek gaan inzoomen op deze verkiezingen en het argument van competentie de boventoon laten voeren, maar na een eeuw lijkt seksisme helaas toch nodig om deze structurele disbalans de Kamer uit te helpen. Ik had het liever ook anders gezien.

(1) In de column van Ilja Boelaars wordt verwezen naar een onderzoek en daarin pagina 61. Er bestaat in dat onderzoek geen pagina 61 en de ‘conclusies’ die Boelaars trekt op basis van dit onderzoek, worden helemaal niet getrokken.

Foto: Stem op een Vrouw.