Spreekverbod voor uitbaters borstkankermegastallen

“We moeten uitkijken dat we geen megastallen creëren”, citeerde NRC gisteren de Rotterdamse hoogleraar Kankerzorg Surveillance Jan Willem Coebergh. Een Wilderiaanse vergelijking in de campagne tegen verdere specialisatie van complexe medische behandelingen. Daarin zijn de handschoenen echt uit nu. Na een Nieuwsuuritem op 26 november jl. over volumenormen en de kwaliteit van de borstkankerzorg in Nederland probeerde Rob Tollenaar, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Heelkunde (NVvH), per brief zijn leden al het zwijgen op te leggen. Koste wat kost moest voorkomen worden dat opnieuw een chirurg uit de school zou klappen over de grote kwaliteitsverschillen in onze zorg! Hoogleraar borstkankerchirurgie van het NKI-AVL Emiel Rutgers liet zich gisteravond in Nieuwsuur gelukkig niet tegenhouden.

Dit verhaal gaat al wat langer terug dan twee weken. Een paar jaar geleden gooide zorgverzekeraar CZ de eerste steen in de vijver. In een klein aantal ziekenhuizen zouden zij geen borstkankerzorg meer inkopen, omdat de kwaliteit ondermaats werd geacht. Door onhandige communicatie konden de betrokken zwakke ziekenhuizen CZ afschilderen als grote boze wolf die mensen geen zorg om de hoek gunt. Een emotie waar verzekeraar Ditzo tot op de dag van vandaag misbruik van maakt in de simplistische ‘altijd vrije keuze in de zorg’-campagne met John de Wolf.

Toch kwam er onmiskenbaar een beweging naar meer specialisatie en concentratie van borstkankerzorg (en andere complexe behandelingen) op gang. En dat is goed. Studies wijzen uit dat er een positief verband is tussen volume en kwaliteit. Hoe vaker een specialist of een team een behandeling doet, hoe beter het resultaat (kwaliteit) en hoe minder complicaties (kosten). Dat positieve verband is gemeten tot 300 behandelingen per jaar. Wellicht loopt het daarna nog verder door. Dat betekent dat borstkankerzorg in Nederland geconcentreerd zou moeten worden in maximaal 44 ziekenhuizen. Bij dat aantal woont nog steeds zo’n 95% van de Nederlanders op minder dan 30 minuten reizen. Deze vorm van specialisatie en concentratie is dubbele winst voor de samenleving, immers patiënt en premiebetaler zijn één en dezelfde persoon.

NVvH-voorzitter Tollenaar, voorman van 1200 chirurgen, gelooft daar allemaal niets van. In de NRC liet hij gisteren optekenen: “Nergens is aangetoond dat je met 150 operaties per jaar beter presteert dan met zeventig. Ik zou het bewijs graag zien.” Hij kondigt aan dat zijn club nu zelf in kaart brengt welke ziekenhuizen de beste resultaten halen. Opvallend dat zijn onderzoek nog gaande is, maar dat Tollenaar toch al weet dat de rest van de wereld (waaronder de Europese Vereniging van Borstkanker Specialisten die een norm van 150 per jaar aanhouden) ernaast zit.

Ik ben benieuwd naar dit onderzoek van de slager naar zijn eigen vlees. Niet naar de uitkomsten, maar naar de uitvluchten. De uitvluchten waarmee de NVvH straks gaat proberen om zo lang mogelijk de belangen van zijn achterban in de streekziekenhuizen te dienen.

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, dus misschien is dit het juiste moment om de Eed van Hippocrates nog eens in herinnering te brengen. De zorg is namelijk niet in de eerste plaats bedoeld om de chirurg een afwisselende dag te bieden of een gegarandeerde omzet. Het belang van de patiënt moet altijd centraal staan.

De reactie van de NVvH op het Nieuwsuuritem van gisteren doet het ergste vrezen. “Gelukkig krijgen verreweg de meeste patiënten goede borstkankerzorg.” Dat woordje ‘verreweg’ toont pijnlijk duidelijk wat er mis is. Gemiddeld doen we het qua overleving wel lekker in vergelijking met onze buurlanden, dus waar maken we ons eigenlijk zorgen over? Toch?

Dat is nu precies het verschil tussen afdoende zorg (kanker verwijderen met de botte bijl) en echt goede zorg (kanker verwijderen met aandacht en borstbesparende methodes). Tussen het minimale bewaken of het maximaal haalbare na te streven. Het wordt tijd dat de Nederlandse vrouw gaat eisen waar ze recht op heeft.

Maarten van Heems
Maarten van Heems is partner bij BKB en fervent wielrenner. Hij werkte aan campagnes voor onder meer KNVB, Alliander, ministerie van SZW, Movember en Tibet. Maarten doet de Europese PR voor Junkie XL en geeft campagne- en communicatietrainingen in Oost-Europa, het Midden-Oosten en Zuid-Afrika. Hij studeerde eerder Geschiedenis in Amsterdam en Russisch in Odessa.