Schaatsen op een sintelbaan

Zojuist is bekend gemaakt dat het Olympisch Stadion in Amsterdam daags na de Olympische Winterspelen in Sochi wordt omgetoverd tot een schaatsbaan. ‘De coolste baan van Nederlandop de plek waar op een zonnige dag in 1928 de Olympische vlag werd gehesen. Een prachtig initiatief, dat mede dankzij schaatsicoon Rintje Ritsma nu werkelijkheid wordt. Wat mij betreft kunnen er niet genoeg van dit soort plannen komen. Hoe onlogischer de plek, hoe groter de aantrekkingskracht om een kijkje te nemen. En – niet onbelangrijk – hoe groter de kans dat zoiets breed wordt uitgemeten in de media.

Oud-schaatser Rintje Ritsma zegt het ‘Bislett-gevoel’ van vroeger te willen laten herleven, maar dan op een plek van nu. Een mooi streven. Bislett is een openluchtstadion in Oslo waar het altijd uitzinnige publiek zo’n beetje óp de baan mocht staan om de schaatsers naar de meet te schreeuwen. Dichterbij een sportheld kon je als supporter bijna niet komen. Nou ja, op Selhurst Park in Engeland na dan misschien.

Schaatsen op een sintelbaan past in een mooi rijtje van bijzondere acties op bijzondere plekken. Vorig jaar nog werd het Westerpark in Amsterdam tijdelijk omgebouwd tot tennisclub. Uit het niets verrezen tribunes, werd er een prachtige gravelbaan neergelegd en konden 6000 mensen de spelers van het Nederlandse Davis Cupteam hartstochtelijk toejuichen. Een prachtig, kortstondig tennisspektakel in de eigen achtertuin. Op een plek waar men het niet verwachtte verrees een bijzonder evenement dat net zo snel weer verdwenen was. Op de tribunes regende het complimenten: “Nooit gedacht dat dit kon!”

Ook buiten de sport zijn er sprekende voorbeelden te vinden van organisaties die nieuwe en onverwachte locaties durven te ontdekken – en daarmee een nieuw publiek aanspreken. Denk aan het Rijksmuseum en luchthaven Schiphol. Lange tijd sloten musea zich op in hun eigen gebouw. ‘Goede klimaatbeheersing en lekker veilig voor de collectie’ was de gedachte. Jammer genoeg was de consequentie dat steeds minder mensen diezelfde prachtige collectie kwamen bewonderen. In 2002 nam het Rijksmuseum een gewaagde stap door ‘s werelds eerste kunstmuseum op een vliegveld te openen. Precies op een plek waarvan werd gedacht dat bezoekers helemaal geen oog voor kunst hadden. Onderweg naar iets en ergens anders, geen interesse in zoiets moeilijks als schilderijen. Het resultaat? Per jaar bezoeken zo’n 200.000 mensen het kunstmuseum aan de E/F-pier.

Kijk je goed om je heen dan zie je tegenwoordig op de meest onmogelijke plekken verschillende initiatieven, al dan niet tijdelijk, opduiken. Of het nu om een drijvende bioscoop gaat, een tijdelijk militair commandocentrum bij EYE of om een campingsite op het dak, het kán. En gelukkig maar. Er zijn namelijk nog genoeg plekken te bedenken die er om vragen om (her)ontdekt te worden. Hoe mooi zou dat zijn? Een voetbalstadion op de pier van Scheveningen en een groots operaspektakel in de NDSM-haven in Amsterdam-Noord.