Rock the Vote

‘I used to rule the world’. Het was niet het meest gelukkige nummer dat de VVD had gekozen ter introductie van de speech van Mark Rutte afgelopen zaterdag. ‘Never an honest word, that was when I ruled the world’. ‘Eigenlijk wel een treffend gekozen muziekje’ twitterde SP campagneman Peter Kwint onmiddellijk. En zo werd het ongetwijfeld gedachteloos gekozen (want lekker klinkend) melodietje (Viva la Vida van Coldplay) een mini Twitter hypje. Het zal electoraal niet veel uitmaken, maar handig was ’t niet van de VVD.

Muziek en politiek. Vooral in de USA zijn beiden onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Al vanaf de tweede presidentiële campagne in de USA (in 1800) kozen presidentskandidaten een herkenbaar campagnenummer. Zo nam John Adams het nummer ‘Adams & Liberty’ als campagnelied (een muzikale uitvoering is niet te vinden maar het leek op de Star Spangled Banner zegt men) en ging Thomas Jefferson heel origineel, voor het nog steeds aanstekelijke ‘Jefferson & Liberty’.

Campagnesongs waren in het pre-televisie en radio tijdperk veel belangrijker dan ze nu zijn. Presidentskandidaten konden brieven sturen (heel veel mensen mochten niet stemmen, dus een flink aantal brieven sturen was best effectief), hier en daar een speech geven (en de geletterden konden daar iets over lezen in een krant, een aantal dagen later) maar door middel van liedjes kon de boodschap op zogenaamde ‘candidate parties’ door lokale officials ten gehore worden gebracht. Het was de 19e eeuwse politieke variant van de bard of de minstreel en HET middel van de 19e eeuwse spindokters om hun boodschap zoveel mogelijk te laten herhalen.

Het waren niet alleen vrolijke liedjes, de campagnesongs in de 19e eeuw. Juist in de campagneliedjes, uitgevoerd en geprint in heel het land, kon een harde aanval op de andere kandidaat worden ingezet. Zo dichtten de tegenstanders (Democraten!) van Abraham Lincoln de volgende weinig verheffende regels:

Dem-o-crats, Dem-o-crats, do it up brown
Lin-coln and his Nig-ger heads won’t go down
 
Gree-ley and Sum-mer and all that crew,
 
We must beat Lin-coln and John-son too.

Lincoln zelf zocht het meer in de traditie van Adams & Jefferson met ‘Lincoln & Liberty’.

Sinds de opmars van radio & TV, waarbij kandidaten zelf het volk kunnen toespreken veranderde de rol van het politieke lied. Zo koos Franklin Roosevelt in 1932 voor het al bestaande vrolijke ‘Happy days are here again’. Eisenhower maakte een classic cartoon met een aanstekelijk liedje. Inhoud werd minder belangrijk, het ging meer om de ondersteuning, de tone of voice van de campagne.

Er werden nog steeds speciaal voor kandidaten liedjes gemaakt worden. In een mooie tentoonstelling in het Newseum over presidentiële campagnes  (verplicht voor politieke junkies) kwamen we afgelopen week deze classic tegen van Adlai Stevenson, de tegenstander van Eisenhower:

 (De site www.livingroomcandidate.org is overigens een schatkamer voor de liefhebbers van politieke spots). Stevenson maakte nog meer prachtige liedjes (op de melodie van classics zodat iedereen ze kon onthouden), zoals deze en nog een van dezelfde zangeres.

Spectaculair was de campagnesong van de immens populaire Frank Sinatra voor John F. Kennedy. Door velen beschouwd als de beste campagnesong ooit. In de jaren 70, 80 & 90 kozen de meeste kandidaten voor al bestaande liedjes. Clinton’s campagnehit werd ‘Don’t Stop thinking about Tomorrow‘ van Fleetwood Mac die daarmee meteen een comeback optreden deden bij de inauguratie van Clinton.

Het gebruik van bestaande liedjes loopt niet altijd goed af blijkt uit dit prachtige overzicht. Zo kwam George W. Bush in problemen toen hij in 2000 het lied ‘I won’t back down’ van Tom Petty als campagnenummer wilde gebruiken. Petty speelde later het nummer op een verkiezingsbijeenkomst van Bush’s tegenstander Al Gore. Afgelopen jaar probeerde Michelle Bachmann het nog eens met een nummer van Petty, ‘American Girl‘. Ook onze eigen Junkie XL is tegen zijn zin door menig Republikein misbruikt. Zijn remix van Elvis Presley’s ‘A little less conversation’ (past ook goed bij de Republikeinen) werd dit jaar nog gedraaid bij verkiezingsbijeenkomsten van Mitt Romney. Het is maar goed dat Coldplay zanger Chris Martin geen Nederlands spreekt, anders was hij vast niet blij geweest met de VVD die z’n nummer afgelopen weekend gebruikte. Martin is fervent supporter van Oxfam en pleitbezorger voor ontwikkelingssamenwerking & Fair Trade, een issue waar de VVD nou juist fors in wil schrappen.

De Amerikaanse campagnetraditie van speciale campagneliederen is bij ons verder helaas ver te zoeken. De SP doet moedige (meer en minder geslaagde) pogingen met Bob Fosko voor Emile Roemer en voor Agnes Kant. D66 koos door middel van een heuze verkiezing haar campagnelied in 2010 en van het CDA is alleen dit geweldige lied uit Horst te vinden.

In 1998 (toen ik in het campagneteam van Wim Kok zat) bood The Lau het nummer ‘Rode Aarde’ aan aan de campagne. Ik weet nog dat een bevriende Amerikaan op werkbezoek bij de PvdA van zijn stoel viel toen hij begreep dat dit het campagnenummer zou moeten worden. ‘I thought it was a funeral song’ was zijn dodelijke reactie. In 2006 (in de campagne voor Wouter Bos) probeerden we het met Henny Vrienten en Junkie XL. Het werd geen groot succes. Het lied ademde geen optimisme en vrolijkheid uit en kreeg nauwelijks respons. Het bereikte weliswaar de top 100 (op nummer 28) maar het werd op geen enkele manier een herkenbaar PvdA lied.

Dan moeten we toch terug naar de VS voor het nummer dat de meeste impact ooit op een campagne heeft gehad. Op 8 januari 2008 was ik samen met Eddy Terstall aan het campagnevoeren voor Barack Obama in New Hampshire.

In een bomvolle zaal sprak Obama na z’n verlies in de staat als overwinnaar. Voor het eerst in de campagne gebruikte hij het mantra ‘Yes We Can’. Het was een magisch politiek moment.

Zanger Will.I.Am van de Black Eyed Peas bekeek thuis dezelfde speech. En hij besloot er een nummer van te maken met medewerking van talloze andere sterren.

Het nummer werd alleen op hun eigen YouTube account meer dan 24.000.000 keer bekeken. Daarnaast werd het talloze malen gedraaid op radio en TV. Het leverde Obama naast zichtbare steun een eindeloze hoeveelheid gratis zendtijd op en grote steun onder de jeugd. Ben benieuwd wie in Nederland dit effect voor elkaar zou kunnen krijgen. Kom op Jan Smit (voor Mona Keijzer?) Guus Meeuwis en Marco Borsato, jullie kunnen het!