Reizen voor je lol is nog niet doorgebroken in Afrika

‘La route c’est bonne, un peu’. De pompbediende in Faranah, Zuid-Guinee, had eigenlijk geen idee of de weg naar de grens met Sierra Leone goed of slecht was. Al begon die op een steenworp afstand. Reizen voor je lol is nog niet doorgebroken in Afrika.

MaartenvanHeems

De weg was tot de grens eigenlijk best wel goed. Piste weliswaar, maar netjes aangestampt. En er waren geen bandieten actief. Dit zijn de twee grote onzekerheden als je op pad gaat in West-Afrika. Op de kaart staan allemaal wegen, maar je weet nooit of ze er in het echt ook zijn, of dat het bij niet meer dan een goed idee is gebleven. En als ze er wel zijn wil je weten in welke staat ze verkeren. In het donker rijden is no go, dus het maakt nogal uit of je over de volgende honderd kilometer één uur of vijf uur doet.

Daarom vraag je aan zoveel mogelijk mensen onderweg wat ze je over de route kunnen vertellen. Ze hebben daar altijd ideeën over, maar meestal weten ze het niet echt. Wat ze wel weten is dat je een beetje moet oppassen met iedereen die niet in hun directe omgeving woont. En dat mensen die ver weg wonen sowieso niet te vertrouwen zijn. Laat staan mensen in een ander land. Enkele Malinezen waarschuwden mij dat Guineeërs zulke onverbeterlijke dieven zijn dat als er niemand in de buurt is, ze hun jas op de grond gooien, waarna ze een blokje om lopen, zodat ze bij terugkomst hun eigen jas kunnen jatten.

Nu was de eerste Guineeër die wij tegenkwamen op onze reis in feite wel een dief. Als douanier hoor je kosteloos te stempelen en hij eiste hier geld voor. Alle andere passanten deden dan ook netjes 35.000 francs in een grote spaarpot op zijn bureau. Maar dat wilde ik niet, dus duurde iets wat normaal gesproken al lang duurt, nog langer. Wie in deze contreien een grens oversteekt, wordt namelijk in een groot boek bijgeschreven. Dus moet er eerst met een liniaal en een rode ballpoint een nieuwe regel getrokken worden. Daarna moeten daarop met een blauwe pen je gegevens genoteerd worden (met rood brengt ongeluk). En dan nog die gegevens opdiepen uit jouw paspoort. Veel mogelijkheden tot vertraging.

Maar toen de chef doorkreeg dat ik niet zou betalen, ontdooide hij volledig en begon hij alle toeristische trekpleisters van zijn land aan te prijzen. Veel heilige bossen. Uiteindelijk werden we vrienden en gaf ik hem alsnog een pakje sigaretten uit de voorraad die ik speciaal voor de moeilijke momenten had ingekocht. Dit tot grote ergernis van mijn vrouw, zodat we alsnog met stoom uit ons beider oren de grens over gingen.

Twee dagen later stonden we al aan de grens met Sierra Leone. We maakten immers een roadtrip en heilige bossen kun je ook vanuit de auto bekijken. Alle tegenliggers waren rode kruis jeeps met haast. Ebola stak weer even de kop op.

Aan grenzen valt veel af te lezen over de stand van het land. Het feit dat de douane gehuisvest was in een soort stal, sloot naadloos aan bij de erbarmelijke staat van het wegennet en het ontbreken van elektriciteit in zelfs de grotere steden. De douanier van dienst ging gekleed in joggingbroek en wifebeater, maar wij waren dan ook vroeg. Na inspectie van de autopapieren nam hij ons mee naar het kantoor van de onder-prefect. Dat was een mooi nieuw gebouw. ‘Cadeau van de Wereldbank!’ Daar wachtten we tot de commissaris van de politie aangekleed was om ons in het boek te zetten. De laatste voor ons passeerde een maand geleden. Hoe kleiner de grenspost, hoe meer mensen in hun nopjes zijn met je komst, hoe makkelijker de overgang.

Voor we het wisten ploeterden we met twintig kilometer per uur door de jungle van Sierra Leone. Nu bleek dat ‘bonne’ ging over het stuk in Guinee en dat we nu bij ‘un peu’ waren aanbeland. Of ‘small small’ want dit is het land van het Krio-Engels. In de dorpen wezen mensen ons de weg met: ‘this road is not a dead end’. Na een uur of zes kwamen we aan in Kabala, het einde van het asfalt, voor ons het begin. Niet alleen de naam van het dorp deed aan Madonna denken. Ook het feit dat om onverklaarbare reden, elke auto en minibus in dit land vol zit met een-en-dezelfde sticker waarop een jonge Queen of Pop ons een handkus toewerpt.

Ook in deze stad was er geen elektriciteitsnetwerk. Wel veel generatoren. De receptionist beloofde dat die van zeven uur ’s avonds tot een uur ’s nachts zou draaien. Langer kon ook, maar dan moesten wij de diesel betalen. Er was twintig liter per uur nodig en die konden we dan beter meteen kopen, want hoe later op de dag, hoe duurder de diesel. Die avond aten we pindasoep met vissenkoppen in restaurant ‘Choices’. Een joviale man met een gouden horloge schoof aan en stelde zich voor als vertegenwoordiger van de immigratiedienst. Voor vertrek naar Freetown moesten we ons bij hem registreren. We beloofden dat we de volgende dag zouden langskomen op kantoor en dachten er van af te zijn. Maar het hele dorp wist natuurlijk van minuut tot minuut waar wij ons bevonden, dus er was geen ontkomen aan. Met trots werden wij bijgeschreven in het bezoekersregister van Kabala. De eerste nieuwe namen sinds een hele rij Chinezen die in juli 2015 op bezoek waren.

Bij gebrek aan aantrekkelijke wegrestaurants kochten we bij de supermarkt van een Indiër snaai voor de lunch. De nacho’s bleken glutenvrij. Zodra die hype over is in Europa, zullen Afrikanen nog lang veroordeeld zijn tot smaakloze chips. Maar we haalden er ons einddoel mee. John Obey beach resort. Een gemeenschapsproject waarbij strandhutjes voor 90 dollar per nacht worden verhuurd, zodat het hele vissersdorpje ervan kan leven. Als je moest poepen, moest dat op een ecologisch toilet waar doortrekken bestond uit een schep zaagsel en als de dorpelingen moesten poepen, dan deden ze dat in de lagune die tussen de huisjes en de zee lag. Maar er was dagelijks verse kreeft, dus al bij al was het idyllisch genoeg voor een bezoekje van 3 op Reis. Benieuwd wanneer die toe zijn aan Guinee en Sierra Leone.

Meer verhalen over (West-)Afrika lezen? In september verschijnt het boek van Maarten van Heems over Mali aan de hand van zijn belevenissen daar. Het boek komt in september uit bij Uitgeverij Brandt.

Reacties

blog comments powered by Disqus