Parkeren is beter dan genezen?

De verkiezingen van 12 september zullen nog meer dan gebruikelijk over geld gaan. Daarom is de volstrekte ideeënarmoede op het gebied van de zorg opvallend. Dit is toch de grootste en snelst groeiende kostenpost voor de overheid. Dat biedt gouden kansen aan politici die prijs en kwaliteit vanuit het perspectief van de patiënt (en dus de kiezer) centraal durven te stellen. Ook al lijkt die patiënt nu nog te denken dat de grootte van het parkeerterrein meer zegt over het ziekenhuis dan de specialisten die het in huis heeft.

In de jaarlijkse ZiekenhuisMonitor van onderzoeksbureau GfK gaf 75% van de respondenten (N=70672) aan, hun keuze voor een ziekenhuis te baseren op de bereikbaarheid en de parkeermogelijkheden. De kwaliteit van zorg en de vriendelijkheid van het personeel scoren respectievelijk slechts 65% en 63%.

In de ‘trendrapportage Gezondheidszorg Monitor Noord-Nederland 2012’ geven vier van de tien respondenten aan dat de reisafstand bepalend is voor hun keuze voor een ziekenhuis. Slechts 10% maakt een keuze op basis van kwaliteit.

Het zijn verbijsterende cijfers. Vinden we het echt belangrijker dat we er makkelijk kunnen komen en dat we de auto kwijt kunnen, dan dat we goed geholpen worden? Het is waarschijnlijker dat de meeste mensen er nog altijd van uit gaan dat elk ziekenhuis wel goed is. Als een ziekenhuis niet goed is dan zou het allang gesloten zijn toch?

Nou nee. In de praktijk wordt het dan gewoon gered. Door zorgverzekeraars die er blijven inkopen, door de lokale bevolking die al teveel voorzieningen hebben zien verdwijnen uit hun dorp en last but not least: door behoudzuchtige politici. Die lijken welhaast verblind door de electorale winst die te behalen is met het behouden van een ziekenhuis in Dokkum of met het handhaven van de rollator in het basispakket. Dat ons land inmiddels overspoeld is met rollators maakt niet uit. Het gaat erom dat je jezelf profileert als de kampioen van de kleine portemonnee. De SP en PVV vroegen samen meer dan tien uur spreektijd aan in het Kamerdebat dat vorige week werd gevoerd over de verhoging van het eigen risico in de zorg. Niet om het ook echt over de betaalbaarheid van onze zorg te hebben, maar om mailtjes voor te lezen van mensen die gedupeerd worden door zo’n verhoging.

Het klinkt allemaal mooi. ‘Hou het basispakket in stand.’ ‘Pak mensen die ziek zijn niet ook nog in hun portemonnee.’ ‘Winst en zorg gaan niet samen.’ Hier worden echter tegenstellingen geschetst die er niet echt zijn. Dat is jammer en bovendien duur. Want er zijn wel degelijk mogelijkheden om betere kwaliteit van zorg te organiseren tegen lagere kosten.

Een voorbeeld: in Nederland krijgen jaarlijks zo’n 13.000 vrouwen borstkanker. Alle studies wijzen uit dat er een positief verband is tussen volume en kwaliteit. Hoe vaker een specialist of een team een behandeling doet, hoe beter het resultaat (kwaliteit) en hoe minder complicaties (kosten). Dat positieve verband is gemeten tot 300 behandelingen per jaar. Waarschijnlijk loopt het daarna nog verder door. Dat betekent dat borstkankerzorg in Nederland geconcentreerd zou moeten worden in maximaal 44 ziekenhuizen. Bij dat aantal woont nog steeds zo’n 95% van de Nederlanders op minder dan 30 minuten reizen. (zie het rapport Waardecreatie van Werken aan de Zorg) Deze vorm van specialisatie en concentratie is dubbele winst voor de samenleving, immers patiënt en premiebetaler zijn één en dezelfde persoon.

Ik kan het antwoord van de PVV en de SP al uittekenen. Die gaan zich hard maken voor die 5% die wat verder moeten reizen. Maar ik denk dat veel Nederlanders klaar zijn voor een ander geluid. Klaar om net als op alle andere terreinen des levens water bij de wijn te doen als dat een beter resultaat op levert. Voorwaarde is wel dat je je dat goed uit legt en dat je een wenkend perspectief biedt. De partij die dit soort richtingen in de zorg durft in te slaan zou daar wel eens rijkelijk voor beloond kunnen worden op 12 september.

Maarten van Heems
Maarten van Heems is partner bij BKB en fervent wielrenner. Hij werkte aan campagnes voor onder meer KNVB, Alliander, ministerie van SZW, Movember en Tibet. Maarten doet de Europese PR voor Junkie XL en geeft campagne- en communicatietrainingen in Oost-Europa, het Midden-Oosten en Zuid-Afrika. Hij studeerde eerder Geschiedenis in Amsterdam en Russisch in Odessa.