Ook zonder noodpakket lijkt het goed te zijn gekomen met Ghana

In mijn leven had ik één penvriend: Gyamfi Oduro Kese. Ergens in een ver verleden schreef ik hem samen met mijn beste vriend brieven in het kader van een schoolproject. Tot onze leraar daar abrupt een einde aan maakte.

Waarschijnlijk was het de bedoeling om de vriendschap der volkeren te versterken. En dat werkte ook wel een beetje. Ik herinner mij grote blijdschap toen we een brief uit het verre Ghana ontvingen.

Dat ging zo een tijdje goed, tot wij hem een lange brief stuurden met daarin meer dan honderd vragen over wat hij zoal bezat in deze wereld. Heb je snoep, heb je een fiets, heb je een computer, heb je condooms, etc. Ik denk dat een klein deel van ons echt wilde weten hoeveel er waar was van de spookverhalen over Afrika die in de klas en via de tv over ons werden uitgestort. En dat een groot deel van ons graag een misselijke streek wilden uithalen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat wij van tijd tot tijd behoorlijk misselijke ventjes waren.

Giamfy liet zich echter niet uit het veld slaan. Hij schreef ons een brief die precies even lang was. In dezelfde volgorde als wij de vragen hadden gesteld, antwoordde hij met: nee ik heb geen snoep, nee ik heb geen fiets, nee ik heb geen computer, nee ik heb geen condooms, etc. Hij sloot af met de vraag of wij hem per kerende post al die zaken wilden sturen.

Hier zaten we wel een beetje mee in onze maag. Ten eerste: hij had dus echt niks. Ten tweede: waar gingen wij al die spullen vandaan halen? En ten derde: hoe kregen we die bij hem? We vroegen onze leraar om raad. Toen hij de brief van Gyamfi las (over die van ons hadden we wijselijk met geen woord gerept) schrok hij zich een ongeluk. De vriendschap der volkeren diende niet uit te monden in zulk ongebreideld materialisme. Hij verbood ons te antwoorden. Tegen die tijd won onze opluchting het ruimschoots van ons schuldgevoel.

Een paar dagen geleden reden we Ghana binnen. In mijn beleving nog altijd het land van Gyamfi Oduro Kese. Aan de grens waren er geen computers maar alle douaniers hadden wel een smartphone en er stond een grote flatscreen waarop soaps werden bekeken. Ze zaten op dat moment niet te snoepen maar aan hun buikjes te zien, was er wel suikergoed voorradig. In de dorpen die we daarna passeerden, zagen we heel wat kinderen fietsen en langs de weg stonden billboards met de boodschap: truck drivers, use a condom.

Ook zonder ons noodpakket lijkt het dus toch nog goed te zijn gekomen met Ghana. Nu maar hopen dat Gyamfi zelf inmiddels ook een man in bonus is.

Foto: Maarten van Heems.

Maarten van Heems
Maarten van Heems is partner bij BKB en fervent wielrenner. Hij werkte aan campagnes voor onder meer KNVB, Alliander, ministerie van SZW, Movember en Tibet. Maarten doet de Europese PR voor Junkie XL en geeft campagne- en communicatietrainingen in Oost-Europa, het Midden-Oosten en Zuid-Afrika. Hij studeerde eerder Geschiedenis in Amsterdam en Russisch in Odessa.