Money, money, money

Het was ‘sticky hot’ in New York afgelopen weekend. Humid, rond de 100 graden Fahrenheit (38 Celsius). Rijke New Yorkers vluchten bij zo’n temperatuur en masse naar betere oorden: The Hamptons. Rijke Republikeinse New Yorkers hadden dit weekend nog een extra attractie: ze konden in de Hamptons op de foto met Mitt Romney voor $ 25.000 of aanschuiven bij een receptie van Clifford Sobel, oud VS-ambassadeur in Nederland, nu fanatiek fondsenwerver. De Romney campagne haalde zo’n 3 miljoen op, niet gek voor een weekendje in The Hamptons.

Vroeger, toen Bill Clinton nog president was, of nog veel eerder, toen JFK een graag geziene gast was op Hamptons-feestjes deden de Democraten gretig mee aan deze fundraising zomertrips. Dit jaar laat Obama de Hamptons echter links liggen want “it creates the wrong image, because the campaign does not want to be associated with a community that has an elite image.” Dat Obama wel 15 miljoen ophaalde bij George Clooney thuis en $ 40.000 per couvert vroeg voor een diner bij Sarah Jessica Parker is blijkbaar iets heel anders.

Money, money, money. De verwachting is dat er dit jaar vele miljarden dollars om zullen gaan in de presidentiële campagnes in de USA. Naast de campagnes zelf zijn het vooral de super PAC’s  die veel geld gaan steken in de verkiezingen. Vooral Republikeinen zullen daar van profiteren. Tientallen miljonairs en biljonairs staan klaar om soms honderden miljoenen in de verkiezingsstrijd te investeren. Een van hen is Karl Rove, met z’n American Crossroads die zo’n 100 miljoen ophaalde. Rove heeft de spots al klaar staan, zoals Hans Anker eerder beschreef in z’n blog. Toen afgelopen week de werkloosheidscijfers weer tegenvielen voor Obama investeerde Rove meteen 25 miljoen in TV ads.

De Democraten (waaronder Obama zelf) hebben het een stuk moeilijker met het fenomeen SuperPAC’s. Ze weten dat ze mee moeten in de rat race, de honderden miljoenen kostende Republikeinse campagnes verdienen een antwoord, maar van harte gaat het niet zoals ook blijkt uit een geweldig verhaal over de wording van een Democratische SuperPAC in de NY Times dit weekend. Hoe erg ze het ook vinden, de Democraten snappen dat de kleine donaties, waar Obama in 2008 zo trots op was, (die overigens toen ook maar een beperkt deel van z’n campagnegeld inbrachten) niet meer genoeg zijn. Om in 2012 te winnen is geld nodig, heel veel geld.

Anders dan in Nederland zijn Amerikanen bereid veel geld te steken in politieke campagnes. Van rijk tot arm, donaties worden gretig gedaan. Ook bedrijven en organisaties doen mee. Door de eerder genoemde SuperPAC’s, maar ook door giften aan kandidaten of partijen. Deze giften zijn, dankzij de Amerikaanse wetgeving, ook nog eens openbaar. SuperPAC’s, partijen en kandidaten moeten openbaar maken van wie ze welke gift ontvangen. Deze transparantie zorgt er in ieder geval voor dat duidelijk wordt wie aan wie geeft, en hoeveel. Zo kan je op internet opzoeken wie aan welke kandidaat of PAC gedoneerd heeft. Robert de Niro doneerde in april bijvoorbeeld $ 10.000 aan het Obama Victory Fund en onze eigen blogger Hans Anker steunde John Kerry in 2004 met $ 250. Het is een mooie dagvulling: welke celeb (of kennis) gaf wat aan wie.

Ook giften van bedrijven zijn openbaar, al proberen steeds meer bedrijven dat te vermijden via slimme omwegen. Het Center for Responsive Politics heeft een prachtige site met ongelofelijk veel informatie over geldstromen en lobby in de politiek.

Winkelend in de mooiste boekhandel van NYC viel afgelopen week mijn oog op een boekje van hetzelfde instituut: The Blue Pages. Een fascinerend naslagwerkje over het geld dat bedrijven geven aan de verschillende partijen en het geld dat ze spenderen aan lobbyisten in Washington DC. Mooiste vondst bij het kort doorbladeren van het boekje is dat Bain Capital (ja, dat bedrijf waar Romney vroeger werkte en waar de Obama campagne zo kritisch over is, zie filmpje) in 2010 $ 807.720 aan de Democraten overmaakte, en ‘slechts’ $ 348.700 aan de Republikeinen.

 Uit het boekje blijkt dat ook Nederlandse bedrijven doneren aan Amerikaanse campagnes. Heineken USA maakte 40.500 over aan de democraten en 16.500 aan de Republikeinen. In 2012 lijkt dit te veranderen overigens, Shell geeft wat meer aan de Republikeinen: 177.150 vs. 163.425. Shell gaf daarnaast meer dan 6 miljoen uit aan lobby in Washington. Unilever is erg Democratisch georiënteerd: het bedrijf gaf 171.300 aan de Democraten en een schamele 7.400 aan de Repubikeinen. In het verleden kwam AEGON in het nieuws omdat ze ‘campagnes tegen Obama zouden financieren’. Als je dit overzicht bekijkt blijkt dat AEGON dit jaar (een klein beetje) meer aan de Democraten doneert.

In Nederland zelf gaat veel minder geld om in campagnes. En geven bedrijven en individuen veel minder geld aan politieke partijen, tenminste als we kijken naar de manier waarop politieke partijen hun campagnes inrichten. Weten doen we het namelijk niet. Er is nauwelijks of geen regelgeving over openbaarheid van giften aan partijen. In de wet staat dat een gift boven de 4537,80 euro in het jaarverslag van de partij moet worden vermeld. Als de gever echter bezwaar maakt, kan worden volstaan met het noemen van de sector. Er is ook geen sanctie op het niet naleven van de regels. Hierdoor kan een partij als de PVV rustig anoniem geld uit welke bron dan ook blijven halen, en deze wet negeren. Datzelfde geldt vanzelfsprekend ook voor andere partijen.

Veel mensen huiveren bij de gedachte aan ‘Amerikaanse toestanden’ in Nederland als het gaat om het geld wat omgaat in Amerikaanse campagnes en de invloed die bedrijven en rijke particulieren ‘kopen’ in de politiek. Een begrijpelijke zorg. Als we op een terrein echter meer Amerikaanse toestanden zouden kunnen gebruiken, is het wel op de openbaarheid van partijfinanciën. Waar blijven onze ‘Blue Pages’ met alle informatie over hoeveel geld bedrijven spenderen aan lobbyisten en politieke partijen? Waar is onze opensecrets.nl? En hoe weten we wie er aanschuiven bij de ‘fundraisingdiners’ op de Nederlandse Hamptons, de Waddeneilanden (en worden deze überhaupt gehouden)? Het is een belangrijke taak voor een nieuw kabinet om dit zo goed en transparant mogelijk te organiseren.