Lokale politiek is veel leuker dan je denkt

Foto: Pixabay.

Ooit moest ik lachen om een opmerking van een jonge PvdA’er in Amsterdam dat hij veel liever de lokale politiek in zou gaan dan de landelijke, want ‘dan kun je echt dingen voor elkaar krijgen’. Op spottende toon zei ik: “Hoezo? Dan ben je met stoeptegels bezig. Wat is daar leuk aan?” Nu weet ik dat hij gelijk heeft.

Vroeger wilde ik, als ik na mijn hbo-opleiding Media, Informatie & Communicatie en een blauwe maandag Politicologie in Leiden niet als politiek verslaggever van een groot dagblad of blog zou werken, persoonlijk medewerker van een Tweede Kamerlid in Den Haag worden. Om daarna persvoorlichter en hoofd voorlichting bij een landelijke partij te worden, tussendoor zou ik social media-strateeg zijn. Die droom heb ik in de ijskast gelegd.

Toch doe ik nu iets wat erop lijkt. Ik werk sinds 2,5 jaar als tekstschrijver in opdracht van een lokale Haagse partij. Full disclosure: de partij waar ik het over heb, is Groep de Mos (vier zetels in de raad), ik sta zelfs op de kandidatenlijst dit jaar: lijst 7, plek 45. Ik wil geen promopraatje houden voor Groep de Mos – daarvoor kun je me volgen op Twitter – maar ik wil wel iets vertellen over hoe het allemaal is begonnen, en waarom lokale politiek zoveel leuker én inhoudelijker is dan landelijke politiek.

Lees ook: De strijd om de Utrechtse raad barst los

Vrijdag 17 oktober, ik herinner het me nog goed, keek ik naar de documentaire De Nacht van Fortuyn, samen met de BKB Academie en Kay van de Linde, voormalig campagnemanager van Pim Fortuyn en Rita Verdonk. Hij vertelde over zijn campagnewerk in Amerika, hoe hij in de postkamer begon en zichzelf omhoog wist te werken. Een heel Amerikaans verhaal was het.

Van de Linde, tegenwoordig zelfstandig communicatie-strateeg, adviseerde de aanwezige studenten om vooral bij een kleine of relatief onbekende partij (of in het geval in Amerika: een onbekende kandidaat) aan de slag te gaan als je campagne-ervaring op wil doen, ‘want bij een landelijke partij of grote kandidaat loop je tegen veel bureaucratie aan, en duurt het lang voordat je iets mag doen’. “Bij een kleine partij ben je direct een manusje-van-alles en leer je razendsnel.”

Kay van de Linde: “Bij een kleine partij ben je direct een manusje-van-alles en leer je razendsnel.”

Dat advies ben ik nooit vergeten. Een klein jaar later begon ik als tekstschrijver van de lokale oppositiepartij in Den Haag. Ik doe veel: van het schrijven van opiniestukken en persberichten tot het opstellen van schriftelijke vragen en het voorbereiden en begeleiden van media-optredens van raadsleden. Tussendoor praat ik met regiojournalisten, adviseer ik over in te nemen standpunten en geef ik presentaties en trainingen over hoe je social media inzet.

Dit is een groter en gevarieerder takenpakket dan bij de meeste landelijke partijen en lokale afdelingen van diezelfde partijen. Daar hebben ze functie-omschrijvingen voor iedere rol en daar heb je je aan te houden, met alle bureaucratie van een bestaande grote partij die daarbij komt kijken. Hier doe ik wat nodig is en zijn de lijntjes kort. De voormalige campagnemanager van Fortuyn heeft dus gelijk; je krijgt meer verantwoordelijkheid en ruimte en je bent een manusje-van-alles.

De eerdergenoemde PvdA’er die de raad in wilde in plaats van de Tweede Kamer heeft ook gelijk, want op lokaal niveau krijg je écht dingen voor elkaar. Helemaal als het gaat om een lokale partij en niet om een lokale afdeling van een landelijke partij; standpunten die je inneemt, hoeven niet langs de ideologische meetlat van bijvoorbeeld het liberalisme of de sociaal-democratie. Als een pasjessysteem voor een zwembad nodig is om seksuele intimidatie door jongeren tegen te gaan, dan pleit je daarvoor en regel je dat.

Hetzelfde geldt voor het verlagen van parkeertarieven bij winkelcentra waardoor het winkelen aantrekkelijker wordt of het invoeren van een woning-apk voor socialehuurwoningen zodat schimmel verdwijnt. Als zoiets lukt, heb je niet alleen het gevoel dat je iets hebt bereikt, het is ook echt zo. Het is misschien klein bier voor mensen die liever met ideologie en landelijke politiek bezig zijn, maar concreter wordt het niet. Dat vind ik mooi. Een ondernemer of bewoner kan aan de bel trekken, en ze vinden een luisterend oor. Dat is landelijk, helaas, wel anders.

Ideologie komt gewoon minder om de hoek kijken op lokaal niveau. Het gaat erom dat je pragmatisch bent, dat je doet wat werkt, uiteraard zonder je speerpunten uit het oog te verliezen. Wat je ziet bij een lokale afdeling van een landelijke partij – ik zie het dagelijks in de gemeenteraad – is dat ze daar eerst moeten afstemmen met het partijbureau of de Kamerfractie of ze het een of het ander wel kunnen zeggen. Bij een kleine lokale partij is dat niet nodig (en kan het überhaupt niet eens). Je bent daardoor sneller in staat te reageren op de actualiteit, zonder dat je rekening hoeft te houden met eventuele gevoeligheden omdat je eigen partij in het kabinet zit of de burgemeester levert.

Vroeger hield ik van scherpslijperij en ideologische discussies over liberalisme, conservatisme en progressieve politiek. Ik las dikke pillen en ging nog net niet wekelijks naar een politieke avond vol discussie. Ik hoopte vurig op een samenstelling van dat ene kabinet (dat er nog steeds niet is gekomen). Tegenwoordig zorg ik liever dat een gehandicaptenparkeerplaats voor een buurtcentrum beschikbaar blijft.

Heb je interesse in de lokale politiek? Kom dan aanstaande vrijdag 19 januari vanaf 20:00 uur naar het Compagnietheater voor het Tweede Verkiezingsspektakel van BKB. Koop nu een kaartje (7,5 euro voor niet-alumni).