Karakus zit in de verkeerde machine

De Rotterdamse PvdA-lijsttrekker Hamit Karakus is volgens zijn partij het trotse product van de Nederlandse ‘emancipatiemachine’. Het probleem? Te weinig Rotterdamse kiezers zitten in die machine.

Ooit was de PvdA een partij voor de behoeftigen, de afvallers, de pechvogels. Dat is voorbij. Sociaal-democraten zijn, samen met hun groeiende macht, zèlf winnaars geworden. Dat je een winnaar bent kun je vervolgens verbergen (daar zijn PvdA-politici meesters in), maar in het geval van de Turkse Nederlander Hamit Karakus schreeuwt de partij het van de daken: ‘Hier staat een man die het gemáákt heeft!’ En de man laat het zich met een milde glimlach, waarin de ejaculatie goed zit weggestopt, van harte welgevallen.

Hoe kunnen autochtone Rotterdammers – die de kille kant van de globalisering over zich heen voelen razen – ooit voeling krijgen met of sympathie ontwikkelen vóór een Turkse Nederlander, die hen maatschappelijk zo evident voorbij is gestreefd? Het siert de PvdA wellicht dat ze zichzelf die vraag niet gesteld hebben (of wellicht, dat kan ook, is het pure naïviteit), maar één blik op een GeenStijl-filmpje in een Rotterdamse buitenwijk zegt veel: de blanke Rotterdammers eten nog liever hun eigen teennagels op dan dat ze op de gecoiffeerde vastgoedboer Karakus gaan stemmen.

Het eindresultaat zou wel eens kunnen zijn dat de kansrijken (die ook in de machine zitten), de sociale stijgers dus, voor de voormalige arbeiderspartij kiezen en de teleurgestelde arbeiders (waarvan er in Rotterdam het nodige zijn) voor het rechts van de VVD gepositioneerde Leefbaar Rotterdam.

Ja, politiek is van God los. Zéker in de Maasstad!

Hans van Willigenburg (1963) debuteerde in 1989 als columnist in De Volkskrant. Daarna ontwikkelde hij zich tot de journalistieke zigeuner van de Lage landen met o.a. Quote, De Groene, Nieuwe Revu, Playboy, HP/deTijd, Voetbal International en Gaykrant als opdrachtgevers. Thans blogt hij onder meer voor ThePostOnline en is hij mede-opdrichter van Stadslog Rotterdam. Hans is altijd kalm, tenzij Feyenoord van Ajax wint. Dan verandert hij in een uitzinnige brulbeer om het even later, zonder een zweem van ironie, over ‘de zin van het leven’ te hebben. Ter vertraging van de schrijfhand maakt Hans ook (Rotterdamse) poëzie, die volgens popjournalist Leon Verdonschot ‘danst op de plaag van het moderne leven’.