Juffen en meesters hebben te veel vakantie (en andere achterhaalde vooroordelen over het basisonderwijs)

OBS Vuurvogel tijdens een staking voor meer geld voor het basisonderwijs / Facebook

‘Juf = boos’, ‘Passend onderwijs? Dan ook een passend salaris!’, en ‘Hop hop hop, het onderwijs zit in de Slob’. Zomaar een greep uit de spandoeken van stakende basisschooldocenten die zich op 5 oktober 2017 verzamelden op het Malieveld.

De oproep van de actiegroep PO in actie kreeg door het hele land gehoor. De politiek deed een eerste toezegging: 270 miljoen voor een salarisverhoging en 500 miljoen voor de verlaging van de werkdruk. Dat is nog lang niet genoeg, weten de docenten.

Om het salaris van de basischooldocenten op hetzelfde niveau te krijgen als dat van hun collega’s in het voortgezet onderwijs is volgens PO in actie maar liefst 900 miljoen nodig. En dat geld voor het verlagen van de werkdruk hebben ze niet pas in 2021 nodig, maar het liefst vandaag nog.

Als dochter van een basisschooldocent kwam de roep om een verlaging van de werkdruk voor mij niet als een verrassing.

En dus gaan ze door met de stakingen. Op 4 februari gingen scholen in Groningen, Drenthe en Friesland een dag dicht, vandaag leggen de juffen en meesters in Utrecht, Flevoland en Noord-Holland hun werk neer.

Als dochter van een basisschooldocent kwam de roep om een verlaging van de werkdruk voor mij niet als een verrassing. Ik weet al jaren hoe hard mijn moeder en haar collega’s werken. Door de stakingen is er gelukkig veel aandacht voor de situatie in het basisonderwijs en zien steeds meer mensen in hoe hoog de werkdruk eigenlijk is.

Toch zijn er nog een aantal hardnekkige vooroordelen die de ronde doen. Om de stakende docenten een hart onder de riem te steken wil ik de drie belangrijkste vooroordelen vandaag ontkrachten.

“Juf zijn is vooral lekker spelen met schattige kinderen”

Het lijkt misschien makkelijk, aan de slag gaan met een groep schattige basisschoolleerlingen. Maar iedere ouder die weleens een kinderfeestje heeft georganiseerd of mee is geweest op een schoolreisje weet dat het echt zo simpel niet is. Klassen zijn groot. De gemiddelde klas bestaat uit minstens 28 kinderen, met zeer uiteenlopende leerniveaus. De splitsing in niveaus komt immers pas op de middelbare school. Bovendien heeft de maatregel uit 2014, het zogenoemde passend onderwijs, ervoor gezorgd dat veel kinderen met leer- en of gedragsproblemen niet naar het speciaal onderwijs uitstromen, maar in ‘gewone’ klassen blijven.

De leraar anno 2018 is een duizendpoot.

Mijn moeder geeft les op een basisschool in Driebergen en heeft in haar klas maar liefst zes kinderen met dyslexie, vier kinderen met autisme en nog eens vier kinderen die gediagnostiseerd zijn met het label multiple complex development disorder, wat wil zeggen dat deze kinderen van verschillende leerstoornissen kenmerken vertonen. Zo’n klas is geen uitzondering. De leraar anno 2018 is een duizendpoot. Elk kind vraagt een andere aanpak. Lesstof moet op allerlei verschillende manieren worden aangeboden om recht te doen aan de verschillende leerstijlen.

“Juffen en meesters maken lekker korte dagen”

Misschien wel de grootste misvatting over het basisonderwijs is dat juffen en meesters korte werkdagen maken. Inderdaad, op de meeste basisscholen hebben de kinderen les van half 9 tot ongeveer 3 uur. Dat dit de enige werkzame uren van de docent zijn is echter absoluut niet waar. Mijn moeder, juf van groep 6, is iedere dag al om acht uur op school. Die tijd is nodig om materialen klaar te leggen en zo goed te kunnen starten.

Als om drie uur de kinderen naar huis gaan ziet zij erop toe dat de leerlingen die klassendienst hebben de vloer vegen en beantwoordt ze vragen van ouders. Twee keer per week heeft ze daarna nog een vergadering en met een beetje geluk is ze rond zes uur thuis. ’s Avonds heeft ze dan echter ook nog nakijkwerk te doen en bekijkt ze haar mail, waar ook vaak nog vragen van ouders op binnenkomen.

In het weekend bereidt ze haar lessen van de komende week voor en werkt ze de administratie bij. Toetsresultaten moeten worden ingevoerd, en leerplannen moeten worden bijgewerkt. Regelmatig heeft ze ook oudergesprekken of ouderavonden die buiten haar lesuren vallen. Ze staat dan weliswaar maar ongeveer 30 uur per week voor de klas, in totaal is ze per week soms wel het dubbele kwijt aan haar werk.

Ze staat dan weliswaar maar ongeveer 30 uur per week voor de klas, in totaal is ze per week soms wel het dubbele kwijt aan haar werk.

“Juffen en meesters hebben veel vakantie”

Het werk mag dan zwaar zijn, maar in elk geval heb je veel vakantie. Veel mensen brengen het in als argument dat het wel mee valt hoe zwaar het werk van basisschooldocent is. Toch is ook dat te makkelijk gedacht. Net als alle andere ambtenaren werken docenten in het primair onderwijs 1659 uur per jaar. Bij de meeste ambtenaren komt dit neer op een werkweek van 36,86 uur per week, maar voor docenten in het primair onderwijs is een 40-urige werkweek vastgesteld. Dit omdat ze vanwege de vakanties de uren in minder tijd moeten maken. Ze compenseren dus zelf de extra verlofuren die ze krijgen.

En ondanks dat ze hun vakantie dus zelf bij elkaar verdienen, zijn ze lang niet de hele schoolvakantie vrij. Ja inderdaad, gedurende de vakanties van de kinderen zijn de scholen dicht, maar op de meeste plaatsen beginnen docenten al de laatste week van de zomervakantie met het inrichten van de lokalen en houden ze belangrijke vergaderingen. Ook gebruiken veel docenten hun vakanties om zelf bijscholingscursussen te volgen of hun lesplannen te maken. Tel daar de avonden nakijken en administratiebijwerken bij op, en die vakantiedagen lijken meteen een stuk minder overdreven.

Kortom, onze docenten staken niet voor niets. Ze verdienen onze steun.