Jesse Klaver meets Mohammed Ali

Afgelopen week, daags voor Prinsjesdag, presenteerde GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver zijn boek ‘De mythe van het economisme – pleidooi voor een nieuw idealisme’. Klaver en zijn adviseurs voeren sindsdien een weldoordachte mediacampagne.

Zo sierde zijn hoofd de afgelopen week de covers van onder andere Vrij Nederland en Volkskrant Magazine en aanstaande zondag gaat hij, nergens minder dan in poptempel Paradiso, in gesprek met het, ongetwijfeld jonge, publiek over zijn boek en over hoe hij Nederland gaat veranderen. Als slagroom op de taart slingerden Klaver en zijn team de afgelopen week ook nog even een mini-documentaire de wereld in:

In het tweeënhalve minuten durende portret wordt Klaver neergezet als een jongen die is voortgekomen uit een gebroken gezin. Al heel vroeg in de steek gelaten door zijn vader, van Marokkaanse afkomst, en opgevoed door zijn moeder, die er helemaal alleen voorstond. In het Brabant van de jaren tachtig werd hij gezien als een bastaardkind.

Maar, bijna op z’n Amerikaans, heeft hij geleerd dat “je je nooit moet laten vertellen dat iets onmogelijk is”. En zo maakt Klaver het bruggetje naar zijn politieke programma voor Nederland. Er is namelijk wel degelijk hoop, volgens Klaver. Het tij keert, want steeds meer mensen willen de status quo van het ‘economisme’ veranderen. En Klaver gaat Nederland veranderen, belooft hij ons. Maar hoe precies wordt niet duidelijk in het filmpje.

Terwijl ik voor de zoveelste keer naar de mini-docu kijk op zoek naar juist dat antwoord en mij begin te storen aan het muziekje dat eronder is gemonteerd, dwalen mijn gedachten af naar een drietal Amerikaanse varianten en weet ik zeker dat Klaver ze ook kent en nauwkeurig bestudeerd heeft. Komt het “laat je nooit vertellen dat iets onmogelijk is” niet gewoon van Mohammed Ali en zijn sponsor Adidas?

Is Bill Clintons ‘Hope’-spotje niet de inspiratie voor Klavers boodschap van hoop geweest?

En ik durf te wedden dat Klaver ook goed heeft gekeken naar het ‘Country I love’-spotje van niemand minder dan Barack Obama.

Er is ook helemaal niks mis met je laten inspireren door anderen. Sterker nog, het maakt je alleen maar beter. Wat zich echter wel wreekt, is dat je toch echt ziet en hoort dat Klaver het met aanzienlijk minder mogelijkheden en een lager budget heeft moeten doen dan Ali en zijn Amerikaanse collega’s. Dat vergeef ik hem vanzelfsprekend, maar dat ontslaat hem niet van de plicht te antwoorden op de vraag hoe hij en zijn partij Nederland gaan veranderen.