Ik ben 18 en ik heb een mening. Wat moet ik stemmen?

Foto: Sebastiaan ter Burg / Wikimedia Commons.

Opeens ben je achttien en mag je stemmen. Ik heb het een aantal jaren terug als simpelweg ‘leuk’ ervaren om voor het eerst mijn stem uit te brengen. De weg naar de stembus blijk niet voor iedereen een logische. De opkomst daalt en onder jongeren blijft die extra achter. In de weken voor deze gemeenteraadsverkiezingen sprak ik jongeren uit het hele land. Wat betekent die eerste keer stemmen nu voor hen?

Mahmoud uit Utrecht

Foto uit eigen archief Mahmoud Saiah

Mahmoud Saiah is 19 jaar en doet de opleiding verkoopspecialist op het mbo. Als één van de weinigen van zijn vrienden in Utrecht Zuilen gaat hij 21 maart wel naar de stembus. Het is zijn eerste mogelijkheid om te gaan en die grijpt hij aan, al is het alleen maar “om even te kijken hoe dat is”. Mahmoud begrijpt goed dat zijn vrienden niet gaan, want “zij doen niet echt mee”. Als ik doorvraag, blijken zijn vrienden vooral niet bezig met politiek. Er spelen problemen onder hem en zijn vrienden. Zo is het lastig om werk te vinden nu ze wat ouder worden. En in de wijk is er weinig te doen. De politiek, die daar wat aan kan veranderen, wordt niet als oplossing van het probleem gezien.

Mahmoud weet niet op wie hij gaat stemmen, want wil zich daar eerst meer in verdiepen. Zijn broer Mohammed is kandidaat voor de komende gemeenteraad. Opvallend genoeg krijgt hij niet zomaar zijn stem. “Hoewel, wel als hij dat graag wil,” lacht Mahmoud.

Silke uit Lansingerland

Foto uit eigen archief Silke Lieuwma

Silke Lieuwma, student creatieve therapie, mag voor het eerst gaan stemmen en verdiepte zich vol overgave in de gemeentepolitiek. “Ik wil graag gehoord worden. Stemmen is een supergoede manier.” Ze woonde een raadsdebat bij en ook daarover was ze enthousiast. Toch heeft deze 18-jarige besloten niet te gaan stemmen.

“Ik heb eigenlijk niet zo veel te maken met mijn eigen gemeente. Vaak begrijp ik niet wat er gebeurt. Ook richten partijen zich niet op sommige belangrijke onderwerpen.” Silke vindt cultuur erg belangrijk. “Er zijn wel partijen die daar wat meer over zeggen, maar dat is geen onderdeel van de campagne.” Later wil Silke graag goed geïnformeerd en betrokken zijn en dan denkt ze ook beter te kunnen stemmen. Haar boodschap aan de gemeente is daarom: “betrek mij ook.” “Ik ga hierin zonder basis, ik heb alleen een jaartje maatschappijleer gehad. Er is niemand die ervoor zorgt dat de lokale politiek goed te volgen is.”

Maryse uit Arnhem

Foto uit eigen archief Maryse Weustink

“Ik heb wel een mening, maar heb geen idee bij welke partij die past”, zo vat Maryse Weustink het probleem van de gemeentepolitiek samen. Vandaag mag zij in de gemeente Arnhem voor het eerst stemmen. Zoals voor veel mensen is het lastig kiezen. Met haar ouders en zus spreekt Maryse bijna dagelijks over politiek, vooral de landelijke. De gemeentepolitiek beschrijft ze als “niet altijd even interessant”.

Maryse leefde gewoon haar leven en dacht niet in problemen of hoe die moeten worden aangepakt. “Nu ben ik achttien en moet ik daar ineens een mening over hebben. Dat voelt soms als een druk.” Maryse kan zich best voorstellen dat mensen niet gaan stemmen: “omdat ze niet geïnformeerd zijn en liever wat leuks gaan doen”. Maar dan corrigeert ze zich: “je moet wel geïnteresseerd zijn. Het is je leven. Dus je hebt sowieso een mening over iets wat de politiek kan bepalen.” Maryse is vastbesloten wel te gaan stemmen. Die gewoonte is haar van huis uit meegegeven. Ze weet ook al een tijdje op welke partij ze gaat stemmen, “maar dat is niet gebaseerd op dat ik weet wie de mensen zijn of waar ze voor staan.”

Shene uit Roermond

Foto uit eigen archief Shene Baban, gemaakt door Ermindo Armino

Al twintig jaar woont ze in Nederland. Vandaag mag Shene Baban (25) pas voor de eerste keer stemmen. Ze is geboren in Suleimaniyah, het Koerdische deel van Irak, en op haar vijfde naar Nederland gevlucht. Hoewel ze als immigrant in Nederland lange tijd niet kon stemmen, was ze daar ook niet mee bezig: “Mijn familie en ik waren veel te druk bezig met het opbouwen van een nieuw leven. We hadden genoeg aan onszelf.”

Nu is haar leven op de rit, en zet zij zich in voor participatie van Limburgse jongeren via onder andere Jongeren Netwerk Limburg. Met haar vele contacten in het maatschappelijke werkveld komt ze in aanraking met problemen waar ze geen vat op heeft, zoals armoede en kansenongelijkheid. “Je kunt je stem gebruiken om iemand anders’ stem een sterker geluid te geven. En ook om te voorkomen dat de politiek een kant op gaat die jij niet wilt.” Dus stemmen zal ze. Sterker nog, ze staat zelf op de kieslijst voor D66. Haar belangrijkste missie is om jongeren zich te laten verdiepen in maatschappelijke problemen en kansen. “Als je je daar meer in verdiept, weet je ook waar de politiek over gaat, en dat er wat te halen is.”

Mila uit Groningen

Foto uit eigen archief Mila Vroom

“Als al die mensen die nu niet stemmen, wel stemmen zijn de uitslagen compleet anders.” Mila Vroom, geboren en getogen Stadskanaal, kan niet wachten om te gaan stemmen. De jeugd heeft de toekomst, vindt ze, en dus is stemmen heel belangrijk. Nu is ze achttien, studeert ze Europese Talen en Culturen in Groningen, en dit jaar is het eindelijk zo ver.

Volgens Mila zitten er wel wat voorwaarden aan het stemmen. “Als je gaat, moet je je ook verdiept hebben in de materie. Als je geen flauw idee hebt, ga dan niet.” Op de middelbare school werd eens een stemwijzer ingevuld en veel van haar klasgenoten kwamen bij de PVV uit. “Ik ben het totaal niet met die partij eens, maar je moet stemmen waar je achter staat.” Ze prijst dus óók de PVV-stemmers. De vader van Mila stemt niet, “maar dan mag je ook niet meepraten. Stemmen is de enige kans om je mening hard te maken. Daar moet je gebruik van maken.” Mila is van mening dat één stem al een stap is in de richting van een betere wereld is, hoe klein dan ook.

Tristan uit Helmond

Foto uit eigen archief Tristan Nguyen

“Jongeren bekommeren zich vaak om hele andere dingen dan politiek”, zo verklaart Tristan Nguyen uit Helmond de lage opkomst onder jongeren. Deze 18-jarige uit 5 havo snapt de niet-stemmers wel, maar zelf gaat hij zeker. Tristan is waarschijnlijk meer dan gemiddeld betrokken, want in zijn vrije tijd doet hij mee aan debatwedstrijden. Daar komen veel maatschappelijke stellingen voorbij waarover je een mening vormt. Maar “als je er niks vanaf weet, kun je beter niet gaan,” aldus Tristan.

Jongeren moeten dus vooral geïnformeerd worden, en die taak moet voornamelijk liggen bij scholen en de jongeren zelf. De ouders van Tristan stemmen niet. Zij zijn afkomstig uit Vietnam en “weten niet veel van het systeem af”. Voor zijn moeder is de Nederlandse taal een barrière. Zelf probeert hij de mensen om hem heen te overtuigen, “maar het hangt er nogal vanaf wie je voor je hebt, hoe succesvol dat is.” Of er nu veel of weinig mensen stemmen, Tristan hoopt dat zijn gemeente het belang van de stad voor laat gaan op eigen belangen; “dat ze ons vertegenwoordigen”.