Hong Kong is geen China, maar dat mag je niet zeggen

Op 4 september gaat Hong Kong naar de stembus. Het lijken net gewone verkiezingen, met flyers, vlaggen en kandidaten met luidsprekers. Maar zijn het wel echt vrije verkiezingen? Nee, dat laat China niet toe.

Hong Kong is not China. Mijn oog valt op de donkerblauwe sticker met witte tekst met op de achtergrond het geografische gebied van Hong Kong op een muur bij een druk kruispunt in Mong Kok. Dezelfde sticker zie ik een paar straten verderop op een lantaarnpaal geplakt.

Het is een stil protest tegen de oprukkende Chinaficatie van Hong Kong, tot 1997 een kolonie van de Britten. Tot in ieder geval 2047 zou Hong Kong een vrije en democratische rechtsstaat zijn, was de afspraak, met de basic law die bijvoorbeeld persvrijheid garandeert. One country two systems, noemden ze dat. Die afspraak wordt bijna dagelijks geschonden.

Op zondag 4 september gaat Hong Kong naar de stembus voor de Legislative Council, het parlement. Overal zie je hier vlaggen met kandidaten inclusief – vaak slechte – slogans en algemene oproepen vanuit de overheid om te gaan stemmen (‘vote for your choice’).

Er worden flyers uitgedeeld, vrijwilligers staan met microfoons en draagbare speakers bij de winkelcentra om kiezers over te halen. Ik heb busjes gezien met luidsprekers die door de hele stad rijden. Ze draaien politieke rapmuziek, want de jeugd wil ook wat. Het klinkt in ieder geval beter dan de rappende politici in Nederland die me plaatsvervangende schaamte bezorgen, waarschijnlijk omdat ik er niks van versta.

In alles lijken het op gewone verkiezingen. Maar dat zijn het niet. De Occupy-beweging, een reactie op de ondemocratische en ronduit tirannieke trekken van China, heeft hier sinds 2014 voor veel rumoer gezorgd. De inwoners van Hong Kong, en vooral jongeren maken zich hier zorgen over, zien dat het communistische China zich niet aan de afspraken uit 1997 houdt en steeds meer slechte invloed uitoefent op wat er in de stad gebeurt.

Boekhandelaren worden ontvoerd omdat ze ‘illegale’ (lees: China-kritische) lectuur verkopen (wat dus niet verboden is in Hong Kong) en gedwongen tot nepbekentenissen voor de camera van staatsmedia, onafhankelijke media in Hong Kong worden overgenomen door Chinese zakenmannen en passen vervolgens zelfcensuur toe, en maar liefst zes kandidaten mogen deze verkiezingen niet meedoen.

Pardon, ze mogen niet meedoen? Dat klopt, want ze zijn voor een onafhankelijk Hong Kong, of ze willen op z’n minst dat erover mag worden gepraat in de politieke sfeer en dat het inzet van verkiezingen mag zijn, bijvoorbeeld middels een referendum. Dat klinkt heel redelijk – denk aan het Brexit-referendum of de roep om een EU-referendum in Nederland. Moet gewoon kunnen, zou je denken. Maar erover praten is al verboden in Hong Kong, bijvoorbeeld op scholen.

De (pro-)Chinese gedachtepolitie achtervolgt ‘criminelen’ en valt ze lastig, ontvoert ze of dwingt ze tot zelfcensuur. De Chinese overheid vindt vrijheid en democratische doodeng. Straks willen de Tibetanen, Taiwanezen en moslims in het noord-oosten van China zich óók losweken. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Foto: Frank Verhoef.