Hoe word je ondernemer na 14 jaar burgeroorlog?

“De ‘All Liberian Peoples Party’ gaat de corruptie in ons land uitbannen.” Oretha Doegar (34), student ‘Business Education’ aan de ‘University of Liberia’ zet hoog in met haar fictieve partij. Maar de reacties van haar medecursisten zijn genadeloos. “Die belofte is absoluut niet geloofwaardig in dit land. Dat je er tegen wil vechten is goed, maar als jij de verkiezingen wint dan word je vanzelf ook corrupt.”

(1467 woorden, ong. 8 minuten leestijd)

Dit politieke rollenspel is onderdeel van de BSC Academy in Monrovia. Gedurende een jaar krijgen vijftien jonge Liberiaanse aspirant ondernemers een serie trainingen in alles wat met ondernemen, netwerken en marketing te maken heeft. Zij staan voor een enorme opgave. Liberia is straatarm en het krabbelt maar moeizaam op na een slopende burgeroorlog.

140115_CW3
Vanuit de lucht ziet het land eruit als een kindertekening van Afrika. Brede rivieren meanderen door een diepgroen landschap. Af en toe wordt de jungle onderbroken door een idyllisch dorpje met strohutten. Het regenwoud loopt door tot op het strand waar de Atlantische Oceaan breekt op donkergeel zand.

Direct na de landing op Roberts Airport dient zich de ruwe werkelijkheid echter al aan. De burgerluchtvaart deelt het terrein met de helikopters van operatie UNMIL. De VN missie in Liberia, ooit 15.000 blauwhelmen sterk, bewaakt al tien jaar een precaire vrede.

De luchthaven is genoemd naar Joseph Jenkins Roberts, de eerste president van het onafhankelijke Liberia. Het land beroept zich erop als eerste staat in Afrika het koloniale juk afgeschud te hebben. In de romantische versie van deze geschiedenis keerden bevrijde slaven in de vroege 19e eeuw terug uit de Verenigde Staten naar Afrika. Daar stichtten ze een eigen onafhankelijke staat. Die zag het levenslicht in 1847 toen veel Europese landen nog volop in de slavenhandel zaten. Eindelijk was er nu een plek waar zwarten niet langer slaven zijn, maar meesters van hun eigen leven.

In werkelijkheid was het land verre van leeg toen Roberts en de zijnen voet aan wal zetten. Het eerste wat de nieuwkomers deden was zich aan het hoofd stellen van de oorspronkelijke bewoners. Die werden feitelijk dus alsnog gekoloniseerd, maar nu eens niet door Europeanen.

De circa 5% zogenoemde Americo Liberianen behandelden hun nieuwe thuis als een wingewest en hun nieuwe landgenoten als tweederangsburgers. Met uitwassen die gevaarlijk dicht bij slavernij kwamen. Nog tot laat in de twintigste eeuw moest je de juiste achternaam hebben om toegang te krijgen tot hoger onderwijs.

De BSC Academy is opgezet om die achterstand in te lopen door communicatieve en commerciële vaardigheden aan te leren en een cultuur van ondernemerschap te stimuleren. De gedachte is dat stabiliteit en ontwikkeling in post-conflict landen het best gediend zijn met meer bedrijvigheid en banen.

In een tweedaagse sessie spijkeren we de groep bij over communicatie en marketing. We vertalen politieke en commerciële campagnelessen uit een stuk of twintig landen waar we eerder actief waren naar de praktijk van deze aspirant ondernemers. We vragen ze op te schrijven wat hun doelen zijn en een analyse te maken van de kansen en bedreigingen die ze kunnen tegen komen. De manifesten die ze in dit kader maken illustreren dat de kloof die anderhalve eeuw achterstelling heeft geslagen, nog lang niet gedicht is. In hun eigen woorden komen alle groepjes uit op dezelfde doelen: het bestrijden van corruptie, het verbeteren en toegankelijker maken van onderwijs en de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf.

We oefenen uitgebreid op de vertaling daarvan naar een centrale boodschap, het verhaal dat ze aan hun ‘kiezers’ kunnen vertellen. Vertaald naar hun zakelijke aspiraties bespreken we met ze wat hun doelgroepen zijn, hoe ze die kunnen bereiken en welke oplossing hun product of dienst gaat bieden.

De deelnemers zijn eind 20, begin 30. Toch studeren de meesten nog en is het eigen bedrijfje vooral een toekomstdroom. De achterstand die deze voorlopers hebben is tekenend voor de stand van het land. Hun jeugd vond plaats tegen het gruwelijke decor van de Liberiaanse burgeroorlog die duurde van 1989 tot 2003. “Als je bedenkt door welke hel deze mensen zijn gegaan is het eigenlijk al een klein wonder dat ze hier nu zitten.” Richard van Hoolwerff, sinds 2009 werkzaam in Monrovia voor ontwikkelingsorganisatie SPARK en initiator van de BSC Academy in Monrovia, kwam de meest afschuwelijke verhalen tegen.

Hij neemt ons mee naar een volledig uitgewoonde wolkenkrabber in het centrum van de Liberiaanse hoofdstad. Het gebouw ligt op een feeërieke dichtbegroeide heuvel met zee aan drie kanten. Tot eind jaren ‘80 zat hier het Ducor Palace Hotel, volgens de overlevering het beste hotel van Afrika. Nu is er niets dan zwart uitgeslagen beton. Al het andere is eruit gesloopt en meegenomen. Bouwmaterialen hebben hier vele levens. Het klimaat doet de rest. Liberia is het natste land op aarde en zelfs op de bovenste verdieping neemt de natuur het al weer over.

140115_CW-3
Vanaf het dak hebben we uitzicht over de stad en het achterland. “Aan de overkant van de rivier zaten de troepen van Prince Johnson, voorbij de universiteit zijn collega rebellenleider Charles Taylor en hier tussenin hield president Samuel Doe het nog verdomd lang uit.” Uiteindelijk werd Doe door Johnson op bloedige wijze doodgemarteld. De video hiervan is te zien op YouTube (mogelijk schokkende beelden). Johnson verloor destijds de machtstrijd van Charles Taylor, maar is nu gewoon weer senator.

De burgeroorlog duurde daarna nog 14 jaar en kostte aan zo’n 250.000 Liberianen het leven. Van Hoolwerff: “Je kunt je niet voorstellen hoe dat ging. Gedrogeerde kindsoldaten die hand en armen afhakken bij willekeurige burgers. Die voor de lol het geslacht van ongeboren baby’s raadden en met hun machete vaststelden wie het bij het juiste eind had. Aan de zogenoemde ‘Waarheids- en Verzoeningscommissie’ vertelde een vrouw over hoe ze door een groep 14-jarige rebellen werd gedwongen om seks met haar broer te hebben. Toen dat niet lukte, dwongen ze haar om hem te vermoorden en in stukken te hakken. De overblijfselen moest ze verkopen als geitenvlees aan haar buren. Daarna nam een van de jongens haar zes jaar lang mee als seksslaaf. Diezelfde jongen is nu pompbediende bij het lokale tankstation waar zij elke week haar litertje brandstof komt kopen.”

Over die verse oorlogsgeschiedenis wordt met geen woord gerept gedurende twee dagen training. Terwijl het politieke rollenspel waar de BSC Academici in zitten daar toch alle ruimte voor biedt. Elk post-conflict land ziet zich op een zeker moment gesteld voor de vraag of het de confrontatie moet aangaan met het verleden of dat het verleden met rust moet worden gelaten. Liberia lijkt rigoureus voor het laatste te hebben gekozen. Met een recente geschiedenis waarin zulke onuitspreekbare zaken voorvielen is dat begrijpelijk. Maar dat gebrek aan rekenschap zit deze nieuwe generatie Liberiaanse ondernemers danig in de weg.

De eerder genoemde Prince Johnson is niet de enige link met een duister verleden die nu weer aan de knoppen zit. De huidige president Ellen Johnson Sirleaf doet moedige pogingen het onderwijs te verbeteren. En voor “haar geweldloze strijd voor de veiligheid van vrouwen” kreeg ze in 2011 zelfs de Nobelprijs voor de Vrede. Tegelijkertijd draait ze al ruim dertig jaar mee in de Liberiaanse politiek. In de jaren 80 was ze minister onder dictator Samuel Doe en later zamelde ze geld in voor de bloedige guerrilla oorlog van Charles Taylor. Ze brak met beiden precies op tijd om haar geloofwaardigheid te behouden. De laatste tijd ligt ze onder vuur vanwege concessies aan de palmolie industrie. Er doen cijfers de ronde over het opofferen van een derde van het Liberiaanse regenwoud in een lease van 99 jaar. In het midden van de vorige eeuw werd deze permanente uitverkoop van Liberia gemunt als ‘groei zonder ontwikkeling’. Tegen dat mechanisme moeten de BSC Academici anno 2013 nog altijd opboksen.

Roosevelt Sumowalt (39), student Accountancy, is dan ook bezorgd hoe het verder moet na de cursus. “Straks weten we wel hoe we ons bedrijf op moeten bouwen, maar hoe krijgen we dat dan voor elkaar in dit land? Hoe kunnen we onze kennis in de praktijk brengen?” Himieda Sema Wallace van het Business Start Up Centre Monrovia stelt hem gerust. “Als jij tijdens of na deze academie met een goed idee komt, kunnen wij je helpen met het schrijven van je businessplan en investeringen vanuit het SPARK Ignite fonds. Bovendien, vergeet niet dat je nu alweer twee Nederlandse experts erbij hebt in je netwerk.

Medestudent Delux Fahnbullh (28), student Management en Economie gooit er meteen maar even een reality check overheen. “Luister Roosevelt, die onzekerheid hoort ook bij het ondernemerschap. Dat is in het buitenland niet anders.” Een grandioze understatement in de Liberiaanse context, maar het triomfantelijke gezicht dat Delux erbij trekt geeft hoop dat hier voorzichtige stappen worden gezet naar een meer inclusieve samenleving.