Hoe meer snorren, hoe meer vreugd

Het is 11 november. Movember, de maand waarin mannen hun snor laten staan om aandacht te vragen voor prostaatkanker en geld op te halen voor de bestrijding ervan, duurt dus nog precies 19 dagen.

Dat zijn 19 dagen waarin fondsen geworven kunnen worden voor het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis. 19 dagen om ervoor te zorgen dat het ‘onderzoekspotje’ aldaar sneller groeit dan de gemiddelde snorhaar. En 19 dagen om als man nou eindelijk eens dat lichaam – het verpakkingsmateriaal van onze ziel dat we vaker verwaarlozen dan verzorgen – op de kaart te zetten.

Ik ben sinds september nauw betrokken bij de Movembercampagne in Nederland, en geloof er sinds dag één in. Niet alleen in het doel, maar ook in het concept. Ik denk namelijk, en gelukkig denken op dit moment meer dan 6000 Nederlandse mannen en vrouwen dat met mij, dat het geniaal is om de snor als ludiek wapen te gebruiken voor een dergelijke serieuze strijd. Waarom? Omdat het opvalt natuurlijk, en zo per definitie interessante gesprekken over een van taboes doordrongen onderwerp ontlokt. Maar ook, en misschien wel meer, omdat het laten groeien van een snor op briljante wijze balanceert tussen het doen van moeite, en het doen van totaal geen moeite. In tegenstelling tot fantastische maar uitputtende initiatieven als Alpe d’HuZes kunnen aan Movember ook de luiere, oudere, dikkere en van sportiviteit gespeende mannen meedoen. Dat vergroot je doelgroep aanzienlijk. Flauw, maar daarom niet minder waar.

Maar hoe goed ik Movember ook moge vinden, en hoe blij ik ook was met de mooie media-aandacht die de campagne op en rondom 1 november heeft gekregen, ik baal ervan dat er toch nog veel scepsis heerst. Over de integriteit van een gezondheidscampagne die nu in meer dan 20 landen wordt gevoerd. Over het feit dat bepaalde ambassadeurs hun naam aan Movember hebben verbonden. Maar met name over hoe een snor, ja een snor, ook maar iets kan bijdragen in de strijd tegen een verschrikkelijke en levensverwoestende ziekte als (prostaat)kanker.

En of deze scepsis nou uit chronisch cynisme (soms) of oprecht onbegrip (soms) voortkomt, ik zie het toch als een signaal dat we het Movemberverhaal nog beter kunnen en moeten vertellen. En dus ga ik in mijn komende, alinea’s tellende relaas uitleggen dat Movember totaal niet te vergelijken valt met andere goede doelen (bijna de gehele opbrengst gaat echt naar onderzoek), dat het dragen van een snor niet alleen zorgt voor bewustzijn over de gezondheid van de man maar ook leuk is en verbroederend werkt, en dat men niet moet vergeten dat er onderzoekers van het NKI-AVL dag in dag uit aan de slag gaan met het ingezamelde geld om er zo voor te zorgen dat niet alleen wij, maar ook onze vaders, broers en zoons, beter behandeld kunnen worden tijdens onze (haast onvermijdelijke) confrontatie met prostaatkanker.

Of, misschien wel beter, ik laat dat relaas zitten ten faveure van jullie en mijn weekend, en plaats gewoon een simpel screenshotje.

Immers: een plaatje zegt meer dan 1000 woorden, maar weinig zegt meer dan 982.908 snorren die op dit moment al bijna 26 miljoen euro hebben opgehaald voor prostaatkankeronderzoek.

En daarom doe ik een oproep aan alle luie, ijdele, cynische, zieke en nu nog gezonde mannen van Nederland: doe ook mee, en registreer je op nl.movember.com.

Elke snor telt.