Het zijn geweldige tijden voor lobbyisten

In Den Haag wordt een nieuw kabinet gesmeed dat Nederland voor de komende vier jaar door een onzekere wereld moet loodsen. Een wereld die wordt bedreigd door klimaatverandering, migratiestromen en terrorisme. Tel daar bij op een historische bondgenoot die meer om zijn BV geeft dan zijn kiezer, en onze continentale bondgenoten die vooral van verkiezing naar verkiezing rennen en je hebt een troebele toekomstcocktail in handen.

binnenhof_luchtfoto

Het zijn, al met al, geweldige tijden voor lobbyisten. Ook voor lobbyisten in de zorg. Een van die onderwerpen die elke politicus in campagnetijd belangrijk vindt. Wat betekent dit voor de formatie? Heeft lobbyen nog zin?

Allereerst moet ik u uit de droom helpen. Nog even snel iets regelen voor de formatie zit er niet meer in, hoe lang deze ook zal duren. Nee, lobbyen en het beïnvloeden van het publieke debat en het besluitvormingsproces is een traag en verfijnd proces. Elke lobbyist die u tegenkomt en zegt: “Ik bel mijn vriend Sybrand en dan regelen we het wel”, die liegt.

Lobbyen is immers een proces van de lange adem. Het werk van een lobbyist omvat onder andere het opbouwen van contacten, het bij elkaar brengen van andere belanghebbenden, en vooral het in kaart brengen van zaken die nog niet op het netvlies staan van de organisatie waar ze voor werken: de externe blik.

Laten we eens met deze blik de formatie beschouwen.

We zien een op het oog stabiel ‘motorblok’ van VVD, CDA en D66. Partijen die allen de economische traditie van Nederland een warm hart toedragen: gericht op de markt, met het vizier over de grens maar met oog voor sociaal zwakkeren. Het Rijnlands model dus: een liberale biefstuk met een dikke sociaal-democratische saus.

Van een afstand beschouwd zou men ook als zorglobbyist kunnen denken: drie partijen die geloven in marktwerking in de zorg, het zal onze tijd wel duren. Niets is minder waar.

Juist binnen de zorg zijn er bijzondere maatschappelijke krachten aan het werk die hun weerga niet kennen. Binnen deze sector lijkt er sprake van een eeuwige pendule tussen twee overkoepelende thema’s: betaalbaarheid en toegankelijkheid. Thema’s die min of meer zorgen voor een evenwicht door de jaren heen. Waar tijdens de vorige Tweede Kamerverkiezingen in 2012 de betaalbaarheid centraal stond, was dit jaar de discussie: hoe maken we de zorg weer goed?

Waar in 2012 elk dubbeltje moest worden omgedraaid om de zorgkosten te beteugelen is dit jaar weer van alles mogelijk. De lijsttrekker van de VVD wil zelfs 2 miljard euro investeren in verpleeghuiszorg. Het doembeeld van Geer & Goor voor de zoveelste keer op bezoek in het Torentje om te lobbyen voor het Nationaal Ouderenfonds werd hem waarschijnlijk te veel.

En wat te denken van minister Schippers? Het lukte haar met diverse akkoorden om de zorgkosten beheersbaar te houden. Een bijzondere presentatie, afgezet tegen de demografische ommekeer die plaatsvindt in ons het land: een steeds kleiner wordende groep werkenden draagt immers de lasten voor een grote groep niet-werkenden.

Maar wat schetst onze verbazing:

  • 8 september 2016, NOS: “Farmaceutische industrie, maak je borst maar nat”;
  • 11 november 2016, NRC: “Verzekeraars zijn de grootste zondebok van de zorg”.

Waar Schippers voorheen misschien werd gezien als predikante voor marktwerking is zij nu ook ongekend kritisch op farmaceuten en verzekeraars, die in haar ogen de zorg in een wurggreep houden vanwege te dure medicijnen en het focussen op marketing in plaats van patiënten. Ze hekelt het gebrek aan transparantie, de wildgroei aan individuele polissen en het niet-inkopen op kwaliteit.

Zie het als een correctie op het marktdenken. Een aantal citaten:

“Ziekenhuizen en zorginstellingen zijn primair gemeenschapsvoorzieningen en dienen zich te ontwikkelen tot maatschappelijke ondernemingen en niet tot op winstuitkering gerichte beursgenoteerde bedrijven.”

“Specialisten zijn onderdeel van het ziekenhuis. De honoraria van specialisten worden betaald en bepaald door het ziekenhuis en kennen dus een plafond.”

Citaten die uit een SP- of GroenLinks-inbreng voor een Kamerdebat lijken te komen, maar toch echt uit het CDA-verkiezingsprogramma (2012) komen.

Binnen de zorg is het duidelijk dat klassiek links-rechtsdenken te eenvoudig is en daarom nooit een uitgangspunt van een goede zorglobby kan zijn.

Graag waag ik mij aan een aantal voorspellingen voor een nieuw regeerakkoord. Daarbij is het van belang dat we ook kijken waar de ‘natuurlijke meerderheden’ liggen binnen de Tweede Kamer. De coalitiepartner die tegen de stemverhouding van de Kamer een voorstel in of juist uit het coalitieakkoord wil onderhandelen, betaalt daarvoor een hogere politieke prijs dan wanneer deze partij de natuurlijke meerderheid aan zijn kant heeft. Denk aan het onderwerp voltooid leven. Hoewel dit een krappe steun in de Kamer geniet, zou een partij als de ChristenUnie, maar ook het CDA, veel moeten inleveren om dit buiten het regeerakkoord te houden.

VVD en D66 zouden kunnen zeggen: prima, we doen er niets mee en laten het aan de Kamer in het kader van dualisme. Maar wat leveren CDA en CU daarvoor in? Verruiming van de winkeltijdenwet? Het risico is dat je vervolgens op twee punten verliest.

Mijn voorspellingen voor het komende kabinet:

1) Meer geld naar ouderenzorg;
2) Aanpassingen in het eigen risico: bevriezing en meer compensatie voor bepaalde groepen (denk aan chronisch zieken);
3) De start van een langjarig proces waarbij uiteindelijk alle specialisten in loondienst zullen komen.

Mocht u de afgelopen jaren voor bovenstaande punten hebben gelobbyd, dan is de kans groot dat uw organisatie of opdrachtgever blij met u zal zijn. Hugo Borst, patiëntenorganisaties en universitaire ziekenhuizen zullen de gevierde zorglobbyisten zijn.

En mocht u nou zelf willen lobbyen binnen uw eigen organisatie: zoek altijd naar bijzondere medestanders. Die maken de kans op succes altijd groter. Durf op te vallen, zoek naar het algemeen belang, doe uw huiswerk en houd rekening met de tand des tijd, misschien wel de belangrijkste vaardigheid van een lobbyist.

De pendule van de zorg kan immers zo maar weer de andere kant op slingeren. U kunt dan niet blijven varen op uw goede netwerk maar u dient maatschappelijke trends snel te moeten koppelen aan de juiste stakeholders om besluitvorming te beïnvloeden door het creëren van een goede positie in het publiek debat.

Zoals oud-toplobbyist Niek Jan van Kesteren van VNO-NCW vorig jaar in een toespraak zei: “De werkelijkheid is een stroom waarop we slechts kunnen meedrijven als algen in de zee.” Hij citeerde uit het boek De Tijgerkat, dat de ondergang van de Italiaanse aristocratie aan het einde van 19e eeuw beschrijft.

Voor succesvolle lobby moet u uw ogen openen voor de wereld om u heen. Niet hangende aan de bar of sms’end met de informateur de koers van het land bepalen. Macht en invloed vergaart u door mee te deinen op de golven van verandering. Zoals in De Tijgerkat beschreven staat: “Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.”

Dit blog is een aangepaste versie van een lezing voor zorgprofessionals die Pieter Veldhuizen op 8 juni in Den Haag hield.

Foto: Rijksvastgoedbedrijf / Wikimedia Commons.