Het kan WEL zo zijn dat….

Eerder betoogde ik hier dat Duitsland krampachtig reageert op  het extreemrechtste geluid van Pegida. Tegenstanders roepen vooral heel hard wat ze niet willen, en vergeten daarbij hun eigen boodschap volume te geven. In plaats van ‘vluchtelingen welkom’ roepen ze heel hard ‘Pegida is stom.’

150424_CW1

Als journalist neem ik deel aan een uitwisselingsprogramma. Ik ben tot mijn genoegen bij de Thüringer Allgemeine in Erfurt terecht gekomen. Wekelijks schrijf ik daar een column. In de beperkte hoeveelheid woorden die mij daar tot mijn beschikking staat, probeerde ik dit punt ook te maken. Als je tegen Pegida bent, steek je tijd dan niet in boe-roepen tegen Pegida, maar organiseer een welkomsfeest.

Feestjes, ik geloof er in. Daar kom ik dadelijk op terug. Maar eerst wil ik even jubelen en juichen over een in mijn ogen geniale campagne hier in Duitsland.

In het dorpje Wunsiedel komen elk jaar Nazi’s marcheren. Dat vinden ze zelf ook, dat ze Nazi’s zijn. Ze komen er Rudolf Heß vereren, die hier tot 2011 begraven lag. Veel kunnen de bewoners van Wunsiedel er niet tegen beginnen. Tot vorig jaar. Toen besloten ze gezamenlijk het kwade ten positieve te keren.

Ze maakten een sponsorloop van de Nazi-mars, voor een kleurrijk Duitsland. Voor elke gelopen kilometer sponsorden ze verschillende antiracistische initatieven. De sponsorloop werd prachtig opgetuigd, met liefdevolle aanmoedigingsspandoeken en bananen  en ballonnen voor de deelnemers. Elk beeld dat van de demonstratie geschoten werd, bevatte ook deze vrolijke noot. De Nazi’s liepen voor lul en konden er niets tegen beginnen, en de bewoners van Wunsiedel lieten hun eigen boodschap overheersen in het nieuws.

Zo’n verhaal, ik vind het geniaal. Ik was zo graag bij de vergadering geweest waar dit plan het levenslicht zag, ik had zo graag meegeorganiseerd. Dit sluit namelijk erg aan bij hoe ik de wereld wil verbeteren. Met feestjes, ja.

Het begon in 2011. Geert Wilders lanceerde zijn meldpunt Oost-Europese Overlast. Godwinverdomme, was mijn eerste emotionele reflex. Maar, wat heb je daar aan? ‘Openbare dronkenschap en geluidsoverlast, dat klinkt als een feestje,’ zei Arja van den Bergh, een collega freelance journalist die bij mij om de hoek woont en met wie ik toevallig toen voor het eerst koffie dronk. Arja en ik keken elkaar aan. Shit, we gingen het doen, we gingen het echt doen. Het Oost-Europees Overlastfeest stond in de steigers.

150424_CW3

Ik zeg het niet om op te scheppen (of och, misschien ook wel), maar het Overlastfeest was een enorm succes. Al vanaf 20.00 uur hadden we een rij buiten. Een vrolijke rij, want de wachtenden werden van hapjes voorzien. Uiteindelijk hebben we meer dan zeshonderd mensen mogen verwelkomen, die allemaal vrolijk dansten op de Balkanbeats en zich de wodka goed lieten smaken.

Maar vooral lukte het ons om media-aandacht te genereren. Wat was ik trots, toen bleek dat ons feest zelfs de kookrubriek van NRC*Next bereikt had. Van PowNews tot de voorpagina van de Volkskrant tot verschillende huis aan huiskranten; TV, kranten, radio, de journalisten buitelden over ons heen. Natuurlijk omdat een feest het goed doet op beeld, maar ook omdat we iets nieuws deden.

Ik was vooral blij dat we onze boodschap kwijt konden. Als Wilders alle Oost-Europeanen in een kwaad daglicht stelt, heeft het geen zin om te roepen ‘niet waar’, om te roepen ‘Oost-Europeanen zorgen helemaal niet voor overlast’. Het woordje niet verdwijnt in je kop, en je denkt nu niet aan een roze olifant.

In plaats daarvan plaatsten we een nieuw frame naast dat van Wilders. Namelijk ‘Oost-Europa is leuk!’. In al onze uitingen lieten we het na om kritiek op Wilders te uiten. ´Meldpunt is stom´ was immers niet onze boodschap. ‘Oost-Europa is leuk’ wel.

Later bedachten we het Meer-Marokkanenfeest (we zagen de teller haast voor onze ogen racen naar 15000 likes), en riep ik op om geld in te zamelen voor kinderen zonder paleis nadat anderen het initiatief namen voor een geschenk voor prinses Amalia. Met een aantal Utrechtse moslima’s deelde ik in januari van dit jaar poltoden uit voor meer vrijheid. Het is gewoon veel fijner om te zeggen waar je voor bent, dan om te zeggen waar je tegen bent.

150424_CW2

Misschien begon het ook al eerder, in 2000. Toen was ik bestuurslid bij de Groninger Studentenbond, en werd Loek Hermans opeens minister van Onderwijs. Dat was interessant, omdat hij als voorzitter van de ‘commissie Hermans’ had gepleit voor hogere studiefinanciering. Aldus begonnen we de ‘Hermans Fanclub’, want hee, minister Hermans ging toch vast doen wat commissievoorzitter Hermans had geadviseerd? Met T-shirts waarom Hermans met knuffelige konijnenoren was afgebeeld, gaven we de minister zoentjes. We hadden op een gegeven moment een cameraploeg over de vloer om te registreren hoe we de verschillende camperaploegen het hoofd boden. Het was de tijd van de Bijlmer Enquete- belangrijk nieuws, maar het oogt niet zo vlot. Daarom werd er natuurlijk zo gretig op ons gesprongen. En kon ik overal ons ingewikkelde standpunt over studiefinanciering kwijt.

Leuk Hummels, dat je je eigen doopceel hier licht. Maar waar solliciteer je eigenlijk voor? Nee, dat is mijn punt niet. Mijn punt is dat het in veel maatschappelijke campagnes (en ook vaak in debatten) gaat over wat je niet wil. Terwijl het in de meeste gevallen sterker, interessanter, inhoudelijker en overtuigender is om te benadrukken wat je wel wil en waar je het wel mee eens bent. Gesneden koek, maar het kan vaker worden toegepast. Want ook een positief verhaal verkoopt. Lieve lezers, jullie hebben mij alvast als klant.