Heiligheid en commercie hoeven elkaar niet te bijten

Afgelopen zondag verkondigde de alleswetende trendvoorspeller Lidewij Edelkoort in Zomergasten aan de hand van fragmenten uit ‘On the Road’ en ‘Into the Wild’ dat in deze romantische tijd de behoefte aan zingeving en escapisme groeit. Op vakantie in Noord-Spanje zag ik de afgelopen weken met eigen ogen hoe ver dat kan gaan.

Honderden moderne pelgrims kwam ik tegen langs de snelweg naar Santiago de Compostella; het hoofd op hol gebracht door de meer dan 1000 jaar oude campagne van de koningen van Leon.

Voor wie het niet weet, jaarlijks maken vele tienduizenden mensen weken- en soms maandenlange voettochten naar Santiago de Compostella in Noordwest Spanje. Routes zijn er in alle soorten en maten. Als je het in je zomervakantie moet proppen dan begin je relatief dichtbij in Leon. De echte fanaten beginnen vanuit huis, of toch op zijn minst vanuit de Pyreneeën. Ik maak zelf graag ellenlange fietstochten, dus ik herken me wel in het solitaire voortsukkelen op een eindeloze weg. Weinig zinvol, maar ideaal om te ontsnappen aan de dagelijkse besognes. Toch keek ik met afgrijzen naar het stuk tussen Burgos en Leon. Zo’n 250 kilometer kaarsrecht door een halve woestijn, honderd meter naast de snelweg. In de twee uur dat ik er langs zoefde in de auto zag ik tientallen mensen bepakt en bezakt de oversteek van een dag of tien maken.

En dat terwijl er zoveel mooiere alternatieven zijn. Als je door Noord-Spanje trekt, ontkom je er niet aan. Werkelijk elk geitenpad lijkt deel uit te maken van de Camino de Santiago. Grote blauwgele borden met daarop de Sint Jakobsschelp juichen je toe in de meest afgelegen wildernis. Het hedendaagse bestuur van de regio treedt daarmee gretig in de voetsporen van hun illustere voorgangers uit de Middeleeuwen. Heiligheid en commercie hoeven elkaar natuurlijk niet te bijten. De Camino is een vaste waarde in de Noord-Spaanse economie en daar was het rond het jaar 1000 ook precies om te doen.

Zie hieronder maar eens de ontstaansgeschiedenis van deze campagne met eeuwigheidswaarde. Beschreven door Tom Holland in zijn onvolprezen boek De Gang naar Canossa, de Westerse Revolutie rond het jaar 1000:

“In de noordwesthoek van Spanje, in het door een kring van bergen omgeven Galicië, bevond zich het graf van de heilige Jakobus. Dat mocht wel een fantastische bewering lijken, want Santiago, zoals de Spaanse christenen hem noemden, was volgens de meest gezagwekkende bron, de Bijbel zelf, terechtgesteld in het Heilige Land. Maar het verhaal dat zijn discipelen met zijn lijk naar de rotsachtige kust van Galicië waren gevaren, waar ze hem zestig kilometer landinwaarts in hadden begraven, en dat zijn laatste rustplaats daar zo’n achthonderd jaar lang in vergetelheid had gelegen totdat die uiteindelijk door een ondernemende bisschop was ontdekt, was boven alle twijfel verheven, bewezen door de spectaculaire wonderen rond zijn relieken. De koningen van Leon waren in elk geval die mening toegedaan; ze waren zo verrukt dat ze een heuse apostel in handen hadden dat ze diens verering uit alle macht propageerden, hem als hun hemelse schutspatroon erkenden en boven zijn graf een prachtige basiliek lieten bouwen. In het midden van de tiende eeuw was die al tot ver over de landsgrenzen beroemd, zodat pelgrims uit alle uithoeken van Francië, ook graven en bisschoppen, de afmattende tocht naar het verre heiligdom ondernamen ‘om de genade en hulp van God en Santiago af te smeken’.

Maarten van Heems
Maarten van Heems is partner bij BKB en fervent wielrenner. Hij werkte aan campagnes voor onder meer KNVB, Alliander, ministerie van SZW, Movember en Tibet. Maarten doet de Europese PR voor Junkie XL en geeft campagne- en communicatietrainingen in Oost-Europa, het Midden-Oosten en Zuid-Afrika. Hij studeerde eerder Geschiedenis in Amsterdam en Russisch in Odessa.