Grinta

Vorig jaar stond op 17 december dit bericht op Teletekst-pagina 804: ‘Ook vedette Homare Sawa stopt’. Groot nieuws, vond u niet?

Ik help u even: de Japanse Homare Sawa werd wereldkampioen in 2011. Ze maakte 83 doelpunten in 205 interlands en was in haar land een grootheid, ondanks haar lengte van 1.65. Het woordje ‘Ook’ in de kop van het bericht verwees naar een andere sportheldin, die precies een dag eerder haar schoenen aan de wilgen had gehangen: de Amerikaanse superster Abby Wambach werd afgelopen zomer na vier pogingen eindelijk wereldkampioen, en ze vond het na 255 interlands (waarvan ze er 211 won) en 184 (!) doelpunten (een wereldrecord), twee bronzen en een zilveren medaille op een WK en tweemaal olympisch goud wel mooi geweest. Duizelingwekkende cijfers, zelfs als u geen flauw idee hebt wie Sawa en Wambach zijn.

Ik help u opnieuw: Sawa en Wambach zijn wereldsterren in het vrouwenvoetbal. En voordat u gaat schamperen over het niveau of andere typisch mannelijke vooroordelen over vrouwenvoetbal voelt opborrelen: kijkt u de WK-finale Japan–USA uit 2011 eens in zijn geheel terug. Nuff said.

Vergis u niet, vrouwenvoetbal is groot. Vooral in Amerika, Azië, Scandinavië en Duitsland is er goed geld mee te verdienen, reden waarom ook Nederlandse vrouwen steeds vaker in buitenlandse competities willen spelen. De Nederlandse competitie stelt nog niet zo veel voor, maar daar wordt hard aan gewerkt, en recente resultaten van Nederlandse clubs tegen Europese topteams zijn bemoedigend.

Vrouwenvoetbal is de snelst groeiende sport in Nederland, en terwijl de heren Oranjevoetballers zich deze zomer met ongetwijfeld nieuwe inkt op de armen en het schaamrood op de kaken afvragen waar zij het EK voor de buis gaan volgen, proberen de OranjeLeeuwinnen (ik heb deze bijnaam niet verzonnen) zich in maart te kwalificeren voor de Olympische Spelen in Rio. De kans dat het lukt is groot: eind november trakteerden zij vicewereldkampioen Japan op een – toegegeven, enigszins geflatteerde – 3-1 nederlaag, en afgelopen zomer bereikten zij de 1/8-finales op het WK in Canada. Tel hierbij op dat in 2017 het EK in ons land plaatsvindt, wat ongetwijfeld nog meer enthousiasme zal teweegbrengen, en we kunnen stellen dat het vrouwenvoetbal definitief is doorgebroken in Nederland.

Het beste bewijs hiervan is een recente commercial van Peijnenburg-ontbijtkoek. We zien hoe een meisje zich in haar voetbalkloffie op de fiets door de stromende regen een weg naar huis beukt, terwijl ze wordt ingehaald door een auto vol verwende jongetjes (kijk, ze hebben koptelefoons op!) die door een papa of mama zijn opgehaald, waarna het doorweekte schaap bij thuiskomst haar vader treft die bij het aanrecht doodgemoedereerd staat te ontbijtkoekhappen en haar begroet met een kortaf ‘Hoi’, in plaats van zich te verontschuldigen voor het feit dat hij haar niet óók even is komen halen. Hij had blijkbaar iets beters te doen. Koekhappen.

Met een gezicht op onweer gaat het kind naast haar vader op het aanrecht zitten.

‘Verloren?’ vraagt hij, nauwelijks geïnteresseerd.

Pardon? Wat is dat nou voor vraag? Vindt hij zijn dochter zó slecht dat hij ervan uitgaat dat ze pakkie heeft gekregen? Is hij weleens bij haar komen kijken? Of schaamt hij zich voor haar?

En nee, ze heeft niet verloren, ze is pislink omdat het voetbal is afgelast. Wat een bikkel, die kleine: ondanks de regen gewoon op de fiets op en neer naar de club! Pa geeft haar een plak ontbijtkoek als troost. Thanks for nothing, dad. De boodschap is vast niet wat Peijnenburg bedoelde, maar toch pijnlijk duidelijk: mannen willen nog altijd niets van vrouwenvoetbal weten, maar met dit soort doorzettende voetbalmeisjes zit het met de toekomst van het Nederlandse vrouwenvoetbal wel snor. Ondanks de ontbijtkoek.

En niet alleen bij het voetballen zijn de Nederlandse vrouwen doorzetters. Als 2015 ons iets heeft geleerd – behalve dat religie een onderwerp is waarover flink te twisten viel – is het dat vrouwen de mannen op sportgebied volledig hebben overvleugeld, elitesporten als paardrijden en hockeyen uitgezonderd. Zelfs bij onze nationale troetelsport schaatsen zakten de mannen op internationaal niveau door het ijs (behalve the usual suspects Sjinkie Knegt en Sven Kramer) waardoor mannensportminnend Nederland zich op zoek naar succes noodgedwongen laafde aan de prestaties van de nog maar net 18-jarige Formule 1-coureur Max Verstappen (10e in het eindklassement) en Neerlands hoop in bange wielerdagen Tom Dumoulin (gevallen in de Tour, 6e in het eindklassement van de Vuelta). 10e? 6e? Tsja.

Nee, dan de vrouwen! Of het nu ging om atletiek, voetbal, zwemmen, turnen, handbal of volleybal: ze hadden succes en sierden de voorpagina’s. Opvallend was dat niet alleen hun prestaties zeer tot de verbeelding spraken, maar vooral de wijze waarop deze werden behaald. Het doorzettingsvermogen van het ontbijtkoekvoetbalmeisje indachtig: met Onverzettelijkheid, Wilskracht, Overtuiging, Plezier, en meer van die woorden die al zo lang uit de vocabulaire van hun mannelijke sportsoortgenoten lijken te zijn verdwenen, en waarvoor de Italianen zo’n schitterend, vrijwel onvertaalbaar woord hebben: grinta. Een woord naar mijn hart, dat zoveel betekent als: AllesGevenTotJeErBijnaDoodBijNeervalt.

Ziet u: als trainer/coach van een Amsterdams vrouwenzaalvoetbalteam (2e klasse 4, we staan keurig vierde, dank u) volg ik het vrouwenvoetbal al jaren. Ik bezoek wedstrijden van de OranjeLeeuwinnen, kijk ze live op tv en volg de vrouwencompetitie in Nederland op de voet. En wat me na al die jaren het meest opvalt, behalve de grinta die vrijwel alle vrouwen bezitten, is de sportiviteit die de speelsters onderling tentoonspreiden. Van de 90 minuten is de bal daadwerkelijk 85 minuten in het spel. Het ligt nooit stil. Niemand jankt als ze een schop krijgt. Niemand zeikt als er een overtreding wordt gemaakt. Niemand klaagt. Niemand zeurt. Niemand naait een ander een kaart aan of stelt zich onnodig gruwelijk aan. De beste wint, en daarmee basta. Alleen al daarom vind ik vrouwenvoetbal een verademing om naar te kijken.

Totdat ik onlangs per toeval stuitte op onderstaand filmpje uit 2009 van de Amerikaanse voetbalster Elizabeth Lambert, die duidelijk over een ietsiepietsie teveel grinta beschikt, en niet helemaal heeft begrepen dat AllesGevenTotJeErBijnaDoodBijNeervalt iets anders is dan AllesGevenTotJeTegenstanderErBijnaDoodBijNeervalt.

Ja, er is nog een lange weg te gaan, maar als alle voetbalmeisjes van Nederland de komende jaren grinta eten bij het ontbijt in plaats van papa’s ontbijtkoek, komt de nieuwe Sawa of Wambach binnenkort uit Nederland, en durf ik te wedden dat de OranjeLeeuwinnen deze zomer naar de Spelen in Rio gaan en in 2017 de finale van het EK bereiken.

Martin Brester
Martin Brester is schrijver, copywriter en redacteur van boeken, tijdschriftartikelen en magazines. Daarvoor werkte hij als journalist bij het Algemeen Dagblad en als acquirerend redacteur bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Hij schreef de lijstenboeken ‘Oranje Lukraak’ en ‘Nederland Lukraak’, de roman ‘Hoi, leuk dat je mijn profiel bekijkt!’ en in samenwerking met topzeiler Hans Bouscholte ‘Overleven op een catamaran’.