Grassroots

Op 2nd Avenue loopt een ijsbeer. Het is warm in New York. Niet zo warm als de afgelopen dagen maar nog steeds zo’n 33 graden. En er loopt een ijsbeer. De ijsbeer deelt flyers uit voor de New Yorkse premiere van de film ‘Grassroots’. We vallen met onze neus in de boter.

De hele dag hebben de regisseur, de ijsbeer en een paar acteurs in NYC op ‘Grassrootsachtige wijze’ mensen opgeroepen naar de première te komen. Ze waren op Times Square, bij het MOMA en bij het Guggenheim museum (nu met prachtige Rineke Dijkstra-tentoonstelling trouwens! Aanrader! ) Samen met een mooie recensie in de New York Times moet de New Yorkse première wel een doorslaand succes worden.

Even later zitten we in de cinema. Er zijn 27 mensen, waaronder mensen uit de crew, de regisseur en een ‘grassrootspoliticus’, Andy King, uit de Bronx (kijk die video!) en wij. De Grassrootsacties van vandaag hebben vooralsnog niet het gewenste effect. En zelfs de hoofdrolspeler, Jason Biggs uit American Pie, heeft niet gezorgd voor een volle zaal.

‘Grassroots’ blijkt een ongelofelijk leuke film over een ogenschijnlijk kansloze campagne in Seattle te zijn. Twee vrienden, de ene net ontslagen, de ander houdt er van om als ijsbeer verkleed op straat te lopen (en is ook werkloos) besluiten te gaan campagnevoeren voor een plek in de City Council van Seattle. Ze kiezen voor 1 speerpunt: sta op tegen de files, en kies voor een hoogwaardige monorail in heel Seattle. De film vertelt over een hopeloze kandidaat, in een campagne die niet anders kan dan mislukken. Ze strijden tegen de speciale belangen, met geld, tegen de Democratische partijmachine en voor hun ideaal. Langzamerhand lukt het hen, door het organiseren van verkiezingsrally’s, deur-tot-deuracties, fondsenwerving en doordat studenten en hipsters in Seattle gewonnen worden voor het idee, om een grassrootsbeweging uit de grond te stampen. De film (binnenkort vast op een #VS2012campaignwatch-avond in de Melkweg te zien) schetst een geweldig beeld van een campagne die van de grond af wordt opgezet. En hoe je met idealen en vasthoudendheid een verschil kan maken. De film, gebaseerd op een waargebeurd verhaal, laat de kracht van grassrootscampagnes zien. Hoe kan je met een ijzersterke boodschap, deur na deur, straat na straat, mensen winnen voor je idealen.

In het nagesprek tussen de regisseur, mensen uit de film en de grassrootspoliticus uit de Bronx (van de 27 mensen zijn er 21 genodigd blijkt nu) benadrukken allen de kracht van grassroots. “Er zijn twee dingen belangrijk: ‘People & money’,” volgens Andy King (in the Bronx bekend om z’n gepeperde uitspraken over Obama (“His critics are racists) & Bloomberg’s soda-law (“Soda is like heroin”). De politicus brengt beide zaken meteen in praktijk: het publiek wordt opgeroepen om vooral geld te geven en vrijwilliger te worden in zijn (of een andere) campagne. “Every penny helps,” aldus King. Zelf haalde King in 2008 zo’n $ 8500 op aan fundraising, van zo’n 100 personen blijkt uit de verkiezingsrapporten van de staat New York.

Geld en grassroots zijn de basisingrediënten voor een geslaagde campagne in de USA. Iedereen kent het legendarische voorbeeld van de Obama-campagne in 2008. Drie miljoen mensen doneerden online, en brachten samen zo’n half miljard dollar op. Een onbekend maar ongekend aantal ging van deur tot deur om de boodschap te verkondigen. Het is ongetwijfeld zo dat geld de belangrijkste factor is in het winnen van een campagne in de USA, zoals Eelco Bosch van Rosenthal onlangs betoogde en waar de NRC Next een factcheck over deed, maar het aantal mensen dat je op de been brengt (onder andere om anderen op te roepen geld te doneren) is ook zeer relevant.

In Nederland staat fundraising nog in de kinderschoenen, ook al zijn er weinig belemmeringen in de wetgeving om ongelimiteerd en ongecontroleerd fondsen te werven. De VVD organiseert wel eens een fondsenwervingsdiner en de PvdA vraagt extra geld aan haar leden, maar veel verder kwam het niet. Maar afgelopen week waren er opeens twee interessante voorzichtige initiatieven voor fondsenwerving. Lodewijk Asscher, wethouder in Amsterdam, deed een oproep om geld te doneren en zo een spotje te maken dat mensen in Amsterdam aanspoort om op Diederik Samsom te stemmen en Eelco Keij, kandidaat kamerlid voor D66 (no. 25) organiseert een expat fundraiser in Connecticut (op uitnodiging) om z’n campagne gericht op expats te financieren. Het zijn beide interessante grassrootsfundraisinginitiatieven.

Wat betreft deur-tot-deur-campagnevoeren zijn we in Nederland nog iets minder ontwikkeld. De SP is een van de weinige partijen die al lang gestructureerd langs de deuren trekt en met de daar gekregen informatie ook hun politieke beweging voedt.  Al is de claim dat zij “de enige zijn die dat al sinds 1972 doen” een tikje arrogant. Ook partijen die later opgingen in het CDA en de PvdA kenden deze traditie. De laatste jaren is er wel weer nieuwe interesse in het fenomeen ontstaan.

Zo schudde Jan Hamming (nu burgemeester van Heusden) als lijsttrekker voor de PvdA in 2010 50.000 handen van Tilburgers (en hield dit bij op z’n site). Hamming nodigde zijn volgers op Hyves, Twitter en Facebook uit voor diners, hing de stad vol posters en riep tot slot alle Tilburgers op op hem te stemmen. Het leverde voor de PvdA in Tilburg een veel positievere uitslag op dan in de rest van Nederland. De PvdA wist haar recordscore uit 2006 (het hoogtepunt van de populariteit van Wouter Bos) te behouden. Uit een onderzoek van de Universiteit van Tilburg bleek dat de op de persoon Hamming gebaseerde grassroots campagne had geholpen.

“Voor zover er sprake was van lokale factoren die het stemgedrag hebben bepaald, hebben deze vooral te maken met de mate waarin politici erin geslaagd zijn een persoonlijke band met de kiezer op te bouwen. PvdAwethouder en -lijsttrekker Hamming is hier het beste in geslaagd met een omvangrijke op zijn persoon gerichte verkiezingscampagne, waardoor zijn partij in Tilburg aanzienlijk beter scoorde dan in de rest van het land.”

Grassrootscampagnes werken dus. Zo bleek gelukkig ook in New York bij de première dag van ‘Grassroots The Movie’. Toen wij na de filmscreening (een aanrader, ook voor niet politieke junkies, echt!) naar buiten liepen was de bioscoop in East Village stampvol met een zeer divers publiek. Al het canvassen in Central Park, het flyers uitdelen van de ijsbeer op Times Square en de recensie in de New York Times hadden toch geholpen. Bij de avondvoorstelling kon een dolgelukkige regisseur een bordje ‘sold out’ op de filmposter plakken.