Go Negative!

Iedere vier jaar worden dezelfde zorgen geuit over de Amerikaanse presidentsverkiezingen: de campagnes worden steeds smeriger en negatiever. Dit zou kenmerkend zijn voor onze tijd. Het huidige politieke klimaat in zowel de Verenigde Staten als in Europa is grimmiger en meer op de persoon. Negatieve campagnes zouden slecht zijn voor het proces en de kiezer vervreemden van het politieke spel. Of dit inderdaad zo is, is maar de vraag.

Eén ding is duidelijk, ook dit jaar zullen de negative ads niet van de lucht zijn. Mede met behulp van de nieuwe Super PACs. De kandidaten zullen door modder moeten waden om verkozen te worden.

Ter illustratie, op 20 juni werd het Amerikaanse publiek in negen swingstates getrakteerd op twee spotjes uit het Obama kamp: Mosaic en Come and go. Romney krijgt er flink van langs. Hij was, volgens de spotjes, als Gouverneur van Massachusetts verantwoordelijk voor het verhogen van kosten en belastingen (behalve voor de allerrijksten zoals hijzelf uiteraard) en voor het verschepen van Amerikaanse banen naar het buitenland. De Republikeinse tegenzet liet niet lang op zich wachten. Op dezelfde dag wordt Doing fine gelanceerd. Niet door Romney zelf, maar door een hem goedgezinde Super PAC, Restore our Future. We zien Obama tijdens een persconferentie verklaren dat het prima gaat met de private sector in de VS. De Super PAC wil de kijker op het hart drukken dat de President geen flauw benul heeft van het leven van de gemiddelde Amerikaan.

Dat de toon dit jaar inderdaad negatiever is, komt tevens naar voren in een onderzoek van de Wesleyan Media Project dat begin mei werd gepubliceerd. Hieruit blijkt dat 70% van de campagnespotjes van negatieve aard zijn. In dezelfde periode in 2008 was dit nog maar 9.1%. Een van de grootste redenen voor deze toename is de totstandkoming van Super PACs: “onafhankelijke” organisaties die sinds 2010 al hun (anonieme) geld en energie mogen spenderen om een kandidaat te steunen. In de praktijk betekent dit het zwart maken van de tegenstander. In de eerste maanden van de race zien we vooral de invloed van American Crossroads. Een Republikeinse Super PAC van meester-strateeg Karl Rove, voormalig campagneleider van George W. (eerder op dit blog al besproken). Daarnaast laten ook de Republikeinse Restore our Future en de Democratische Priorities USA Action () veel van zich horen.

Hoewel ik mijn vraagtekens heb bij de opgetrokken wenkbrauwen rondom negatieve campagnes an sich, is de inmenging van deze Super PACs wel problematisch. De kandidaat kan doen alsof zijn neus bloedt terwijl deze organisaties zonder verdere repercussies met de dikste modder mogen smijten. Officieel bestaat er namelijk geen contact tussen de kandidaat en de PACs.
Omdat zij geen verantwoording hoeven af te leggen, kunnen ze hun aanvallen ook vaker op de persoon spelen in plaats van op het beleid van de tegenstander. Het is uiteraard voor iedereen zelf te bepalen wat zij van negatieve campagnevoering vinden, maar het is het overpeinzen waard. Politicologen zijn in ieder geval verdeeld. Het ene kamp is in de veronderstelling dat het voor polarisatie zorgt en vooral zwevende kiezers ontmoedigt. Anderen zeggen dat het juist informerend werkt. Negatieve campagnes richten zich op de belangrijkste thema’s en brengt vraagstukken over kandidaten aan het licht die kiezers horen te weten alvorens ze het stemhokje induiken.

Wat mij betreft hoort een aanvallende, negatieve campagne bij de politiek. Een (presidents)verkiezing is immers een machtsstrijd waarbij veel op het spel staat, uiteraard niet alleen voor henzelf, maar vooral voor ons. Ik wil graag weten waarom de ene kandidaat zichzelf beter vindt dan de ander. Het argument dat negativiteit in Amerikaanse campagnes vooral een vrucht is van de moderne tijd, blijkt in ieder geval onjuist. Al sinds het begin van de republiek gaan politici elkaar in de V.S. spreekwoordelijk te lijf. In de campagne van 1800 tussen president John Adams en vice-president Thomas Jefferson vlogen de negatieve campagne-uitingen de kiezers al om de oren. Jefferson werd in vrij straffe taal uitgemaakt voor een vrouwenhater en hij zou (tegelijkertijd) een affaire hebben met een zwarte vrouw. Het laatste bleek nog waar ook. Anderzijds werd Adams afgeschilderd als een stiekeme monarchist die de Verenigde Staten onder hegemonie wilden brengen van Engeland en Frankrijk. Geen mals verwijt 24 jaar na de onafhankelijkheidsoorlog.

Hopelijk blijven de aanvallen de komende maanden vooral gericht op het beleid en blijven de familieleden en huisdieren buiten schot (). Als we naar het verleden van de campagnemanager van Obama, Jim Messina, kijken dan mogen we in elk geval hopen op vermakelijke aanvallende spotjes. Onderstaand filmpje (http://www.youtube.com/watch?v=6sXdFEyEIlQ) maakte hij in 2002 om Max Baucus in het zadel te helpen als Amerikaanse Senator. Dat belooft dus wat.

Reacties

blog comments powered by Disqus