Geert Wilders en Donald Trump verruilen journalisten voor Twitter

De meeste politici zijn wanhopig op zoek naar een mediamomentje. Persbericht hier, kopje koffie met een journalist daar. Alles voor een interview in een ouderentalkshow om drie uur ‘s middags of misschien zelfs wel een korte quote in het Achtuurjournaal. Er zijn echter ook politici die het heel anders aanpakken.

Twee pregnante voorbeelden hiervan zijn Geert Wilders en Donald Trump. Zij doen geen moeite om bij journalisten in het gevlij te komen. Sterker nog, interviewverzoeken wijzen ze resoluut af, want al die linksige journalisten zijn toch maar onderdeel van de heersende elite.

Toch zijn juist deze politici niet weg te branden uit de media. Hoe kan dat? Wilders en Trump zijn zich maar al te goed bewust van de honger van journalisten naar extreme opvattingen en denigrerende uitlatingen. Dus plaatsen ze regelmatig een baldadig tweetje dat vervolgens op ruime media-aandacht kan rekenen. Vaak leest de nieuwslezer de tweet zelfs letterlijk voor. Zo houden ze volledige controle over hun eigen boodschap. De toetsenbordpoliticus hoeft zich vervolgens geen zorgen meer te maken over kritische of onverwachte vragen.

Inmiddels lijken journalisten het zelf ook wat stompzinnig te vinden om elk tweetje van een tierende populist uit te lichten. Daarom gaat men nu over tot het uitleggen van wat de politicus (mogelijk) bedoeld heeft. Een mooi voorbeeld is de tweet van Trump over Noord-Korea.

De journaallezer van de NOS wist uit de woorden ‘It won’t happen!’ te destilleren dat Trump ofwel twijfelt aan de bewering van Kim Jong-Un ofwel preventieve maatregelen gaat nemen. Dat het misschien gewoon stoere en inhoudsloze praat van een borreltafelstrateeg was, kwam bij de duiders van de NOS niet op.

Hopelijk stoppen journalisten in het nieuwe jaar met het zijn van een kritiekloze spreekbuis voor twitterende politici. Waarom dat zo belangrijk is? Dat vertelt Lars Duursma in dit uitstekende stuk in NRC.

Dit blog verscheen eerder op BKBAcademie.nl.