Eerst de man, dan de bal

Op dit moment lijkt er nog maar één vraag denkbaar: wie krijgt op 12 september uw stem? Als Nederlanders zijn we er vaak trots op dat we – in tegenstelling tot ‘die sentimentele Amerikanen’ – stemmen op grond van ideeën en overtuigingen en stellig niet op de persoon. Dat lijkt rationeel, maar is het niet. In tijden van aanhoudende crisis en toenemende onzekerheid is wat er wordt gezegd van minder groot belang dan wie het zegt.

Gedurende deze nazomerweken overspoelen media ons met indringende interviews, prikkelende debatten en profetische verkiezingspolls. Lijsttrekkers, journalisten en publiek draaien overuren. We staan op met de vermanende woorden ‘En nu vooruit’ van Pechtold (D66) en ga naar bed met de laatste stand van zaken in de wetenschap volgens Van der Staaij (SGP).

Toch wil het in de debatten maar niet tot echt spannende momenten komen. Natuurlijk, ook in deze verkiezingscampagne worden de overbekende kaarten weer getrokken: ‘u vertelt niet het eerlijke verhaal, meneer’, ‘meneer, u liegt de kiezers voor’ (het zijn uitsluitend mannen), maar veel heeft het niet om het lijf. Sterker: het heeft er alle schijn van dat de lijsttrekkers elkaar wil sparen. Waarom? In onzekere tijden kan je vriend en vijand maar het best dichtbij houden. Dat maakt van de concurrent van vandaag een mogelijk belangrijk partner van morgen. De dag van de verkiezingen komt per slot van rekening snel dichterbij. En een eenvoudige formatie over links of rechts lijkt al bij voorbaat uitgesloten. De belangrijkste vraag is dus onherroepelijk: wie gaat na de verkiezingen met wie?

Door de versplintering van het politieke en ideologische speelveld zal de komende formatie in belangrijke mate worden bepaald door persoonlijke verhoudingen – en niet door zetelaantallen. Of er over links of rechts zal worden geformeerd, alle betrokkenen zullen een duit in het zakje moeten doen.

Terecht staat leiderschap dus centraal tijdens deze verkiezingen. Leiderschap tonen, niet in de zin van de baas te willen zijn, maar verantwoordelijkheid nemen voor de publieke zaak, betekent in de huidige politieke situatie: vertrouwen durven hebben in de ander.

Dit verschijnsel is natuurlijk niet nieuw. Wat in 1977 het tweede kabinet-Den Uyl had moeten worden, sneuvelde na lange en moeizame onderhandelingen tussen de PvdA – de grote winnaar van de verkiezingen – en het veel kleinere CDA. Het onderlinge vertrouwen tussen partijen was ernstig beschadigd geraakt tijdens de nadagen van kabinet-Den Uyl. Na 208 dagen vruchteloos onderhandelen, kwam het eerste kabinet-Van Agt vervolgens tot stand in een kleine 48 uur. Het vertrouwen, dat tussen Den Uyl en Van Agt ontbrak, bleek bij Van Agt en Wiegel de sleutel tot succes.

Moeten we ons – met de verschillende economische, financiële en politieke crises in het achterhoofd – al zorgen gaan maken over de dagen, waarschijnlijk weken en mogelijk maanden na 12 september? Misschien niet. Maar dan moeten de lijsttrekkers van nu – de onderhandelaars van na de verkiezingen –  bereid zijn op geheel on-Nederlandse wijze de onderhandelingen in te gaan.

Een eenvoudige stelregel kan daarbij volstaan. Streef naar brede consensus, een soort hoofdlijnenakkoord – maximaal twee of drie kantjes – en verleg dan snel de aandacht naar het samenstellen van een team. Besef dat de crises die Nederlands welzijn en welvaart bedreigen sowieso te complex en te divers voor een pasklare en voorgekookte oplossing. Dus niet alles tot achter de komma uitonderhandelen, maar het vertrouwen geven aan de toekomstige bewindslieden. Voor de onderhandelaars zou de belangrijkste vraag – net als voor de kiezer – moeten zijn: wie kan goed met wie of, anders gezegd, wie kan wie vertrouwen?

Terug naar het nu. Is het erg dat lijsttrekkers elkaar een goede wedstrijd toewensen en elkaar feliciteren met een sterk optreden? Integendeel, het is hoopvol teken. Lijsttrekkers geven blijk van leiderschap in de polder door vriend en vijand in de buurt te houden. Wat saai voor de kiezer, maar niet slecht voor Nederland.

Kunnen we uitkijken naar maanden van vruchteloze formatiepogingen? Doen we er goed aan ons alvast voor te bereiden op de verkiezingen van 2013? Ik hoop het niet. Het land wordt dan onbestuurbaar en raakt verder in het dal. De toekomst is dus onzeker. Daarom stem ik straks op de man, niet op de bal.

Merlin (1987) is student aan de Universiteit Utrecht. Daar volgt hij een onderzoeksmaster filosofie en de master privaatrecht. Als filosofiestudent is hij vooral geïnteresseerd in de antieke wijsbegeerte en de geschiedenis van de analytische filosofie in de twintigste eeuw (taalfilosofie en logica en de filosofie van de geest). Naast de wijsbegeerte is Merlin is geïnteresseerd in wetenschap, kunst & literatuur en, natuurlijk, politiek.