De verkiezingsuitslag – veel vertegenwoordigers, weinig volk

Gisteren kwam de Kiesraad met de definitieve uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen. Altijd een mooi moment om het effect van de persoonlijke campagnes van kandidaat-Kamerleden te bekijken. Of beter gezegd, het gebrek daaraan. Want hoeveel volk vertegenwoordig je als er slechts 343 mensen op je stemmen?

Volksvertegenwoordiger, het klinkt zo fier. Maar veel kandidaten zien het Kamerlidmaatschap kennelijk meer als een leuke baan dan als een roeping. Dat zie je al op het moment dat de partijen hun kandidatenlijsten bekend maken. Dan volgen direct de bedankjes van aspirant-Kamerleden die naar eigen smaak te laag op de lijst terecht zijn te komen. ‘Ik sta op een onverkiesbare plaats!’

Een onverkiesbare plaats…. Hoe halen je partijgenoten het in hun hoofd om je zo te schofferen. Na al het werk dat je voor de partij hebt opgeknapt, je loyaliteit in de fractie, en hoe moet het nu verder met je achterban, door wie worden al die mensen nu nog vertegenwoordigd? Allemaal drogredenen om een dun laagje vernis aan te brengen op wat in feite niet meer is dan gekrenkte trots en gebrek aan vertrouwen in de eigen partij.

Lees bijvoorbeeld nog even terug waarom Tweede Kamerlid voor de PvdA Jeroen de Lange (nummer 31 in 2010) bedankte voor de lijst in 2012. Via Twitter liet hij weten: “Het is voor mij – en naar ik weet vele anderen – onbegrijpelijk dat ik op een onverkiesbare plaats ben gezet.” Ten eerste trekt hij hier als PvdA’er in verkiezingstijd openlijk de mogelijkheid van een klinkende zege voor zijn partij in twijfel. En ten tweede, als zijn plek op de lijst behalve voor hemzelf ook voor vele anderen zo onbegrijpelijk is, waarom dan niet een keiharde voorkeurscampagne voeren? Of bedoelde hij met die ‘vele anderen’ vooral ‘me, myself and I’?

Nu kun je het feit dat CDA’er Pieter Omtzigt deze verkiezingen als enige via voorkeurstemmen in de Kamer komt, zien als bewijs dat een persoonlijke campagne kansloos is. Maar dat is onzin. Niet alleen bewijst Omtzigt dat het wel kan, maar maar liefst 26 anderen kregen ook meer dan de 15.708 benodigde stemmen. Na aftrek van de elf lijsttrekkers en de zeven ‘eerste vrouwen’ op de lijst, hou je nog altijd acht andere kandidaten over die het op eigen kracht redden. Nog eens zes anderen kwamen tot 80% of meer van de magische grens. Saillant detail is overigens dat zowel de categorieën ‘blanco’ als ‘ongeldig’ ook beide ruimschoots goed waren voor een voorkeurszetel.

Als partijen zich werkelijk zorgen maken over de groeiende kloof tussen burger en politiek dan raad ik ze aan om alle kandidaten op hun lijst – of ze nou op nummer 5 of nummer 50 staan – te verplichten om actief campagne te voeren. Zodat Arnold Merkies van de SP volgende keer meer dan 343 mensen vertegenwoordigt. En we niet met maar liefst 26 Kamerleden (meer dan eenzesde) zitten die minder dan 1000 mensen wisten te overtuigen om op hen te stemmen.