De toekomst van de FCFA

Zal een grote reden van migratie eindelijk aangepakt worden in Bamako of blijft het bij symptoombestrijding? Wordt deze week in Bamako eindelijk een regeling aangepakt, de FCFA, de lokale munteenheid in 14 Afrikaanse landen, die zorgt voor langzame economische ontwikkeling in Franstalig Afrika? Of wil Frankrijk een winstgevend instrument beschermen en haar greep op Afrikaanse landen behouden?

Willen we migratie van werkloze Afrikaanse jongeren naar Europa echt aanpakken en verminderen door hen realistische economische kansen in Afrika zelf bieden? Of blijft het symptomen bestrijden in plaats van de rol van Frankrijk kritisch bevragen. Het is eigenlijk ongelooflijk dat dit nog bestaat en hoe onafhankelijke landen in Afrika nog volledig afhankelijk zijn van de voormalig kolonisator. Helaas onderbelicht in de media, maar laten we eens beginnen met dat te veranderen.

Deze week wordt er in Mali een top gehouden tussen Frankrijk en alle Francofone landen in Afrika. Mali mag deze editie organiseren en Bamako is voor de gelegenheid omgetoverd tot een stad die doet voorkomen alsof de vooruitgang hier niet heeft stilgestaan. Tientallen Afrikaanse leiders zullen allerlei zaken bespreken die te maken hebben met de relatie tussen Frankrijk en het Afrikaanse continent. Belangrijke thema’s zoals het bevorderen van economische ontwikkeling en het creëren van werkgelegenheid voor de miljoenen jongeren zullen hoog op de agenda staan, evenals het verminderen van migratie richting Europa en bevorderen van de veiligheidssituatie en uiteraard hoe Frankrijk daarbij kan helpen. Om oude wijn in nieuwe zakken te voorkomen, zou de relatie van de FCFA en de Europese euro hoog op de agenda moeten staan.

Een korte geschiedenis: de FCFA is in het leven geroepen na de Tweede Wereldoorlog. De CFA was een afkorting van de Franc des Colonies Francaises en Afrique. Later werd de naam omgedoopt tot een minder koloniale term, en momenteel betekent FCFA de Franc Communauté Financière Africaine. Op initiatief van 15 lidstaten is de UMEAO opgericht, de Union Monétaire et Economique d’Afrique Ouest met drie banken, namelijk de BCEAO (voor West-Afrika), de BEAC (voor Centraal-Afrika) en de BCC (Comoren).

De waarde van de munt is gekoppeld aan de euro. De vaste waarde is 1 euro tegen 655,96 FCFA. Om de waarde van de FCFA te kunnen waarborgen, moeten de overheden van de deelnemende landen een waarborgsom van 65% van haar reserves (zo’n 19 miljard euro eind 2015) bij de Franse Centrale Bank stallen. In het management van de Afrikaanse bankunies zitten representanten van iedere lidstaat, aangevuld met representanten uit Frankrijk. Ieder lid heeft een veto voor belangrijke besluiten, hetgeen inhoudt dat vertegenwoordigers uit Frankrijk dus beslissingen kunnen blokkeren of sturen in de economische en financiële politiek van 14 soevereine staten in Afrika. De biljetten van de FCFA worden overigens ook geprint in Frankrijk, in Charmaliéres.

Er zitten voordelen aan een dergelijk systeem. Allereerst zorgt de koppeling van de FCFA aan de euro ervoor dat de inflatie gelijk blijft aan die van de euro, gewaarborgd door de hoge financiële garanties op de rekening in Parijs. Daarnaast is de handel in West-Afrika vrij regionaal geörienteerd. Dit zorgt voor makkelijke transacties zonder steeds naar een andere koers om te rekenen en biedt het houvast voor buitenlandse investeerders die een lager valutarisico lopen. Als laatste argument is de kans op wanbeleid en corruptie beperkt. Een desastreus resultaat van wanbeleid zoals in Zimbabwe zal zodoende inderdaad voorkomen kunnen worden waarbij in geldnood, de geldpers wordt aangezet. Maar is dat aan Frankrijk zo’n cruciale invloed te hebben nu, en door de koppeling aan de euro, indirect de Europese Unie (Lees: Europese Centrale Bank) om dat te bepalen of voorkomen?

Dan de nadelen. Allereerst staan er miljarden euro’s op de rekening van de Franse centrale bank (ongeveer €19 miljard) tegen een lagere rente (van 0,75%) dan wat Afrikaanse regeringen betalen voor nieuwe leningen. Deze miljarden staan vast en kunnen niet gebruikt worden door Afrikaanse regeringen om te investeren in het eigen land. Sterker nog, als ze geld nodig hebben, moet de regering dat lenen. De Franse centrale bank laat deze miljarden ook niet ongemoeid op de rekening staan en leent dit bedrag weer door aan de financiële wereld. Zo worden er winsten gemaakt door de Franse banken op tegoeden van Afrikaanse regeringen. Zij kunnen op deze wijze zelfs hun eigen geld teruglenen, met betaling van rente uiteraard dat een flinke kapitaalinjectie is voor de Franse economie.

Een ander nadeel is dat Afrikaanse regeringen niet de mogelijkheid hebben om de munt in waarde te laten stijgen of dalen, om de concurrentiepositie te verbeteren ten opzichte van de rest van de wereld. Daarmee kan de export vergroot worden doordat het goedkoper wordt voor buitenlanders om in jouw land producten en diensten af te nemen of te investeren. De landbouw is wellicht de grootste sector in deze landen, maar de prijzen van landbouwproducten kunnen niet concurrerender gemaakt worden ten opzichte van het buitenland. De vraag vanuit het buitenland blijft relatief laag vanwege de relatief dure munt, de opbrengsten uit de landbouw dus ook. Zeker voor landen die het moeten hebben van landbouw (en industrie), is het uitermate belangrijk hierin te kunnen sturen. Import van goederen en diensten is weleenswaar goedkoper nu, maar door een lage export zijn er weinig middelen om op grote schaal te importeren zonder de (staats)schuld op te laten lopen. Buitenlandse investeerders blijven grotendeels weg vanwege de te hoge kunstmatige prijzen van exportproducten. Een luchtbel met dure lucht dus.

De economie van Europa bepaalt de waarde van de euro en direct dus de waarde van FCFA. Aziatische landen, denk aan de Aziatische Tijgers zoals Zuid-Korea, Singapore en Taiwan, en nu China, hebben jaren hun munt kunstmatig laag gehouden (China doet dat nog steeds) om een concurrentiepositie op te bouwen ten opzichte van het Westen. De import van producten was beperkt en de export van producten naar rijke landen steeg gestaag. Vervolgens hebben deze Aziatische landen in een aantal decennia geleidelijk gigantische ondernemingen en industrieën kunnen opbouwen zoals in het Westen en tegelijkertijd miljoenen mensen uit de armoede kunnen halen. Afrikaanse staten die lid zijn van de FCFA hebben dus een enorm nadeel ten opzichte van vergelijkbare landen, omdat ze niet in lijn met hun individuele economische ontwikkeling hun munteenheid kunnen beïnvloeden en zijn niet bij machte dit zonder eigen financieel beleid te beïnvloeden.

Talloze initiatieven in internationale samenwerking worden opgestart om met name de landbouwsector te bevorderen. Denk aan het ontwikkelen van nieuwe cultivatietechnieken en innovaties, het bijscholen van jeugd, het bevorderen van ondernemerschap en het diversificeren van landbouwproducten. Dit is dweilen met de kraan open als de prijzen van jouw landbouwproductie te hoog blijven in de wereldeconomie en de benodigde import van materialen om zelfvoorzienend te worden zijn te duur. De impact van deze projecten zouden zoveel groter kunnen zijn indien een overheid de waarde van de munt kan beïnvloeden en zodoende kan bijdrage aan de concurrentiepositie in de wereldeconomie. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat hulpprojecten niet meer nodig zijn op de langere termijn aangezien Afrikaanse boeren nu wel in bevredigend resultaat in de portemonnee zullen zien en de economie zonder hulp van ontwikkelingsorgansaties kan ontwikkelen. De jeugd zou ook zeker meer bereid zijn tot het grijpen van kansen die plaatselijk worden geboden door het invullen van de vraag naar hun producten en eerder afzien van migreren naar Europa.

Het loslaten van de koppeling lijkt een kwestie van tijd. Steeds meer stemmen gaan op in deelnemende landen dat deze regeling met Frankrijk een schadelijke vorm van neo-kolonialisme is. De gevolgen zullen hoe dan ook groot zijn. Zoals hierboven geschetst, kan het landen helpen om een meer concurrerende speler op de wereldmarkt te worden en de economie dusdanig te laten groeien dat vele jongeren wel een baan vinden doordat de bedrijvigheid zal toenemen. Dit zou de migratiestroom naar Europa kunnen verlagen. Het kan ook de andere kant opgaan en hoge inflaties met zich meebrengen. Zeker als er één muntunie blijft bestaan met sterkere landen (zoals Ivoorkust en Senegal) wat mogelijk de zwakkere landen kan benadelen (denk aan de Europese Unie met Duitsland ten opzichte van Griekenland).

Men kan denken aan meerdere muntunies, met groepen landen die een zelfde ontwikkelingsniveau hebben. Je kunt ook kiezen om het huidige beleid van de bestaande muntunie te wijzigen in één met een floating peg (zwevende wisselkoers tussen een bandbreedte), die geleidelijk een pad volgt naar beneden naar een beter passende wisselkoersverhouding, horend bij een economie in ontwikkeling. De EU is een volwassen economie met lage inflatie en lage rente. Bij economiën in ontwikkeling ligt dit anders. Ze kunnen ook kiezen tussen een mengvorm van deze twee richtingen.

Hoe dan ook, het lijkt mij dat ieder Afrikaans land anno 2017 het recht heeft op volledige zelfbeschikking, dus ook op financieel vlak. Er zullen landen zijn die beter af zijn na het loslaten van de huidige overeenkomst en er zullen landen slechter af zijn. Maar landen hebben wel zelfbeschikking en zijn dan in staat om te sturen in het beleid dat gevoerd moet worden. Het zal vallen en opstaan zijn om met de nieuwe realiteit te maken hebben van financieel beleid. De bevolking zal de bestuurders afrekenen of belonen gebaseerd op de resultaten en niet Frankrijk. Ik hoop dat de top in Bamako in het teken zal staan van deze constructie en hoe deze constructie omgezet kan worden in werkelijke onafhankelijkheid van Frankrijk. Ik zal niet adviseren om het meteen helemaal los te laten, maar op z’n minst beginnen met het bespreekbaar maken en een plan maken hoe die transitie eruit zal komen te zien. Maatschappelijke druk hoort daarbij om het proces te versnellen en alle kaarten open op tafel te gooien. Pas dan kunnen echte stappen genomen in de ontwikkeling van deze landen en wellicht kan de jeugd ook makkelijker aan de slag.

Ruud van Soelen woont in Mali en werkt op het gebied van jeugdwerkgelegenheid.