De lachspiegel

In deze Amerikaanse verkiezingscampagne denk ik regelmatig aan de derde aflevering van het tweede seizoen van de Britse serie Black Mirror. In deze aflevering stelt het blauwe 3D-animatiefiguur Waldo zich kandidaat voor de verkiezingen in een Brits kiesdistrict. Waldo werd populair door de Conservatieve kandidaat voor dat district te ontmaskeren als hypocriet.

De anti-establishmentcampagne van Waldo blijkt wonderwel aan te slaan. Hoewel hij een fictief karakter is, geloven kiezers in zijn boodschap en stijgt hij snel in de peilingen. De acteur achter Waldo schrikt van wat hij losmaakt. Hij wil breken met zijn personage, maar ontdekt dat hij dat niet meer zelf kan sturen. De gevestigde kandidaten zijn vooral machteloos.

De parallellen met de Clinton-Trump-campagne liggen er dik bovenop. We weten inmiddels dat je met inspelen op het anti-establishmentsentiment een heel eind komt. Veel interessanter vind ik de onmacht van het establishment zelf. In Black Mirror worden die kandidaten behoorlijk realistisch geschetst. We zien een door het systeem geperverteerde Conservatief en het jonge, gretige talent van Labour dat weet dat deze campagne haar vooral ervaring op moet leveren voor de toekomst. Beiden blinken ze niet uit in hart voor hun achterban. Hun reactie op het ontwrichtende gedrag van Waldo is dan ook vooral te vergelijken met hoe je omgaat met een ongewenste gast. Onwillekeurig dacht ik even terug aan Ad Melkert vs Pim Fortuyn.

Ze stralen een zekere entitlement uit, de race is van hen en die outsider hoort daar niet. “Wij hadden een plan met deze verkiezingen en jij past daar niet in,” zegt de lichaamstaal van Melkert. Hillary Clinton is ook al vaker te betrappen geweest op zo’n houding. Toen ze in 2008 de voorverkiezingen verloor van Barack Obama gaf ze laat op. Daarna uitte ze haar frustratie dat haar project – lees: eerst mocht Bill, nu ben ik aan de beurt – verstoord werd. Verschillende commentatoren wezen er de afgelopen maanden op dat Clinton toen de eer aan zichzelf had moeten houden. Met bijvoorbeeld Bernie Sanders, Joe Biden en Elizabeth Warren stonden goede kandidaten klaar bij de Democraten. Clinton had hen niet voor de voeten moeten lopen, stellen zij.

De Clinton-campagne wilde – volgens de gelekte Podesta-e-mails – graag een extreme, populistische tegenkandidaat. Ze kregen wat ze wilden, maar Donald Trump ontpopt zich tot een Waldo-achtig ongeleid projectiel, die werkt als een lachspiegel op haar amechtig vasthouden aan de macht. Hoezeer Trump zichzelf ook probeerde te saboteren de afgelopen tijd, Clinton wist maar geen positieve steun te verwerven. Als dan de incidenten zich opstapelen, voltrekt zich in de Verenigde Staten het scenario waarmee Black Mirror eindigt. Uiteindelijk is iedereen een verliezer. De liefde voor de kandidaat van het establishment is tot een nulpunt gedaald, de anti-establishment-uitdager lijkt niet meer te geloven in het eigen verhaal.

Black Mirror is een dystopie. Daar hoort bij dat de conclusie gitzwart is. Maar ik vrees dat deze campagne – hoe het ook eindigt – inmiddels ook echt geen winnaars meer kent.

Foto: Black Mirror / Channel 4.