Crashcourse Duits kiesstelsel

Duitsland is ongetwijfeld één van de belangrijkste handelspartners van Nederland. Dat maakt dat de Bondsdagverkiezingen van 22 september 2013 niet alleen van belang zijn voor de Duitsers, maar ook voor ons in Nederland. Maar hoe werken die verkiezingen nou?

In Nederland is het simpel: er zijn 150 zetels te verdelen, en iedere partij die ten minste 1/150ste deel van het totaal aantal uitgebrachte stemmen haalt, heeft recht op een zetel. Duidelijk toch?

In Duitsland werkt het heel anders, en helaas is het een zeer ingewikkeld verhaal. Kort gezegd is het Duitse kiessysteem een Mixed Member Proportional system. Ze gebruiken een combinatie van het Nederlandse en het Britse systeem.

De Bondsdag bestaat in principe (ik leg zo uit waarom niet altijd) uit 598 zetels. Iedere Duitser van 18 jaar en ouder mag twee stemmen uitbrengen. De eerste is voor het district, de tweede voor de proportionele lijst.

Het land is ingedeeld in 299 districten en degene met de meeste stemmen in een bepaald district wordt direct in de Bondsdag verkozen. Alle andere uitdagers uit het district vallen af. Dit zorgt er voor dat ieder Duits district in het parlement vertegenwoordigd is. Dit is dus vergelijkbaar met het Britse systeem.

De andere helft van de zetels wordt op basis van partijlijsten verkozen. Je stemt dus op een partij, en de zetels worden verdeeld op basis van het aantal behaalde stemmen. Net als in Nederland dus.

Het blijft hier echter niet bij. De tweede stem (proportionele stem) is doorslaggevend voor de verdeling van het totaal aantal zetels in de Bondsdag. Als een partij 40% van de proportionele stemmen heeft gehaald, moet deze ook 40% van de zetels krijgen. Indien een partij minder districtszetels heeft gehaald dan waar het op basis van proportionaliteit recht op heeft, worden deze plekken opgevuld vanuit de partijlijst totdat de partij het correcte percentage van het totaal aantal zetels heeft. Indien een partij meer districtzetels heeft dan het op basis van proportionaliteit recht op heeft, mag het deze zetels houden. De Bondsdag groeit dan dus in het aantal zetels!

In Duitsland geldt verder nog een kiesdrempel van 5% van de proportionele stem. Indien een partij minder dan 5% van het totaal aantal uitgebrachte proportionele stemmen heeft gekregen, krijgt deze geen zetels. Tenzij (ik zei al dat het niet makkelijk was) de partij in minimaal drie districten heeft gewonnen. Dan mag het deze districtszetels houden en krijgt het toch het aantal zetels waar het op basis van proportionele representatie recht op heeft (ook als dat slechts 2% is, bijvoorbeeld). In theorie betekent dit dat de Bondsdag met ruim 299 zetels kan groeien (de maximale grootte is dan dus 299 + 598 = 897 zetels).

Verder zijn er nog een aantal technische uitzonderingen, maar dat laten we voor het gemak nu even achterwege. Makkelijk is het niet, die verkiezingen. Maar een fijn staaltje Duits technisch vernuft is het wel.

Ufuk Esmer
Ufuk studeert Politicologie in Leiden, doorliep de BKB Academie en is projectmedewerker bij BKB. Hij zet zich daar o.m. in voor de Nacht van Kunst en Kennis, de ASN Bank en Stichting Vluchteling.