Control Arms

‘Dat gaat jullie nooit lukken,’ zei de ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Misschien moet je niet meteen een bindend verdrag willen. Waarom niet eerst alleen een gedragscode? Wellicht alleen voor kleine en lichte wapens. Dit gaat nooit gebeuren.’

Dat was het antwoord, tien jaar geleden, toen ik op het ministerie was om te praten over de noodzaak van een wereldwijd wapenhandelsverdrag. Een verdrag dat de ongebreidelde handel in wapens onder controle brengt en risico’s voor mensenrechten beperkt. Een bindend verdrag over alle conventionele wapens.

Als lobbyist destijds voor Oxfam was ik samen met collega’s van Amnesty International en een internationale coalitie, die zich zorgen maakt over de enorme hoeveelheid kleine wapens in omloop in Afrika en Azië, betrokken bij de opzet van een internationale campagne (Control Arms) voor een wapenhandelsverdrag.

Jaarlijks worden ruim acht miljoen kleine wapens geproduceerd. Iedere minuut sterft er iemand als gevolg van het misbruik van wapens. Omdat de wapenhandel een miljardenbusiness is, hadden aanvankelijk weinig landen zin om deze handel aan banden te leggen. Publieke steun was daarom onmisbaar voor de totstandkoming van zo’n verdrag.

Maar zoals Ko Colijn het ooit heeft genoemd in Vrij Nederland: ‘Vaste verkering in de internationale politiek is uit, gelegenheidscoalities zijn in. Wanneer regeringen als het zo uitkomt coalitions of the willing aangaan, dan kunnen wij dat ook, dachten de moderne idealisten’. Colijn had het over Control Arms. Hij noemde dit ‘een schoolvoorbeeld van het moderne lobbyen‘.

De campagne startte in 2003. In 170 landen, werd een miljoen mensen op de been gebracht. Nationale coalities bestookten hun eigen regering met cijfers, schandalen en voorbeelden van ongecontroleerde handel in wapens en de gevolgen daarvan.

In 2006 werden 1 miljoen foto’s overhandigd aan Kofi Annan met als boodschap: breng wapenhandel onder controle.

Er werd samengewerkt met een groep gelijkgestemde landen. Aanvankelijk een kleine groep met vertegenwoordigers uit Afrika, Azie en Europa. Die groep werd steeds groter. In december 2006 stemden 153 landen voor een VN resolutie die de weg vrij zou moeten maken voor onderhandelingen over een wapenhandelsverdrag.

Sindsdien richt de campagne zich op het VN proces en de lobby op nationale overheden. In 2009 werd een tijdspad vastgesteld voor de totstandkoming van het verdrag. In 2010 en 2011 zouden voorbereidende conferenties en regionale bijeenkomsten plaatsvinden, die in juli 2012 tot eindonderhandelingen moeten leiden.

En daar zijn we nu beland. Het wordt heel spannend. Het conceptverdrag toont op dit moment zoveel mazen dat controle over wapenhandel zo lek blijft als een mandje. Er vallen nog veel te veel typen wapens buiten het verdrag en er is niks geregeld over de handel in traangas, kogels en andere munitie. We zien nog steeds overal de gevolgen van ongecontroleerde wapenhandel. En een kogelvrij verdrag is hard nodig. In landen als Syrië, Bahrein en Egypte zijn tanks, pantservoertuigen, traangas en munitie ingezet om de roep om vrijheid tot zwijgen te brengen.

De tekst die vrijdag uit de printer in het VN-gebouw komt, moet robuust zijn. Een wapenhandelsverdrag dat geen verandering teweeg brengt en de ongebreidelde handel in wapens niet onder controle brengt heeft weinig zin. Er rest weinig tijd om de tekst aan te scherpen. De voorstanders moeten van zich laten horen. Liever geen verdrag dan een zwak verdrag. Dankzij de VS vinden de onderhandelingen plaats op basis van consensus. Het is daarom belangrijk dat aan het eind van deze week een stevig verdrag ligt dat voor stemming voorgedragen kan worden aan de Algemene Vergadering van de VN. Want, zoals Co Kolijn het in 2006 verwoordde: ‘Een ding heeft de campagne vooralsnog aangetoond: een professioneel geleide lobby uit de civil society kan inbreken in de hoge politiek van de Verenigde Naties en een potje breken.’